Woordenschat oefenen met prenten, thema per thema
Woordenschat is het geheel van woorden die een kind begrijpt en zelf gebruikt. Een rijke woordenschat helpt bij alles: begrijpen wat de juf zegt, vertellen wat je meemaakte en later begrijpend lezen. Hier oefen je de woorden van een thema met prenten, in 75 oefeningen, waarvan 60 ook online.
- Oefeningen
- 75
- Ook online
- 60
- Leerjaren
- Kleuters tot eerste leerjaar
- Oplossingsblad
- Bij elk werkblad



Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk
Bijgewerkt op
Zo ziet een werkblad eruit
Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Terug naar school - Verbinden met prenten

Winter - Juiste woord kiezen

Eten en drinken - Juiste prent omcirkelen
Probeer het zelf
Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.
Herfst - Juiste woord kiezen
Kijk naar de prent. Kleur het juiste woord.
Zonder account. Er wordt niets bewaard.
Hoe leer je kinderen nieuwe woorden?
Een woord leren is meer dan het één keer horen. Een kind moet het woord vaak tegenkomen, in verschillende situaties, en het ook zelf gebruiken. Pas dan zit het vast. In het onderwijs gebruikt men daarvoor vaak een vaste opbouw in vier stappen, de viertakt.
Eerst maak je het kind nieuwsgierig en activeer je wat het al weet. Daarna leg je het nieuwe woord uit, liefst met een echt voorwerp, een prent of een gebaar. Dan oefen je het woord vaak en op verschillende manieren. Tot slot kijk je na of het kind het woord begrijpt en zelf gebruikt.
De werkbladen passen vooral in de derde stap: oefenen en herhalen. Ze werken het best als je de woorden eerst in de klas of de sessie hebt aangebracht. De knipkaartjes kun je ook in de tweede stap al gebruiken, om de woorden samen te benoemen.
- Voorbewerken: nieuwsgierig maken en voorkennis ophalen.
- Betekenis geven: het woord uitleggen met voorwerp, prent of gebaar.
- Inoefenen: het woord vaak en op verschillende manieren gebruiken.
- Controleren: nagaan of het kind het woord begrijpt en gebruikt.
Welke thema's en oefenvormen zijn er voor woordenschat?
De woordenschatoefeningen volgen het schooljaar. Je vindt thema's als terug naar school, herfst, Halloween, Sinterklaas, kerst, winter, Valentijn, lente, Pasen en zomer. Daarnaast zijn er thema's die altijd passen: eten en drinken, ziek zijn, voertuigen, het lichaam en schoonmaken.
Elk thema heeft dezelfde vijf oefenvormen. Zo leert een kind de vorm één keer kennen en kan het daarna bij elk thema zelfstandiger werken. Het verschil zit in wat je van het kind vraagt. Bij verbinden en omcirkelen koppelt het een gelezen woord aan een prent. Bij het juiste woord kiezen gaat het omgekeerd. Bij wat hoort er niet bij denkt het na over betekenis: welke prent past niet in de reeks?
De prentkaartjes om uit te knippen zijn geen werkblad maar spelmateriaal. Ze laten je toe om met dezelfde woorden te praten en te spelen, zonder pen.
| Oefenvorm | Wat doet het kind? | Online |
|---|---|---|
| Verbinden met prenten | Leest het woord en trekt een lijn naar de prent | Ja |
| Juiste woord kiezen | Kijkt naar de prent en kleurt het juiste woord | Ja |
| Juiste prent omcirkelen | Leest het woord en omcirkelt de prent | Ja |
| Wat hoort er niet bij? | Zet een kruis door de prent die niet in de reeks past | Ja |
| Prentkaartjes | Knipt de kaartjes uit en zegt wat het ziet | Op papier |
Hoe gebruik je prentkaartjes voor woordenschat?
Prentkaartjes zijn een eenvoudig middel om woorden vaak te laten terugkomen, telkens op een andere manier. Je print ze één keer en gebruikt ze in veel korte spelletjes. Voor een jong kind voelt dat als spelen, niet als oefenen.
Begin met benoemen: het kind trekt een kaartje en zegt wat het ziet. Daarna kun je zoeken: leg een paar kaartjes op tafel en vraag waar de sjaal is. Een stap verder is beschrijven: het kind vertelt iets over de prent zonder het woord te zeggen, en jij raadt. Zo oefent het ook zinnen maken.
Je kunt ook sorteren, bijvoorbeeld wat je aantrekt en wat je eet. Of print twee keer dezelfde kaartjes en speel memory. Laat de kaartjes in de klas liggen of geef ze mee naar huis. Hoe vaker het kind de woorden hoort en zegt, hoe beter ze blijven hangen.
- Benoemen: wat zie je?
- Zoeken: waar is de sjaal?
- Beschrijven en raden: zeg iets over de prent zonder het woord.
- Sorteren: wat hoort samen?
- Memory: twee keer printen en paren zoeken.
Waarom het lidwoord meteen mee aanleren?
In het Nederlands hoort bij elk zelfstandig naamwoord een lidwoord: de of het. Er is geen eenvoudige regel die zegt welk lidwoord bij welk woord hoort. Kinderen die thuis Nederlands spreken, leren het vooral door het vaak te horen. Voor kinderen die thuis een andere taal spreken, is het een van de lastigste onderdelen van het Nederlands.
Daarom helpt het om een woord meteen samen met zijn lidwoord aan te leren: niet muts, maar de muts. Wie het woord zo opslaat, hoeft het lidwoord later niet apart te leren.
In De Oefenfabriek zet je daarvoor de optie Met lidwoord aan. Elk woord op het blad krijgt dan de of het ervoor. Bij de keuzeoefeningen stel je in hoeveel keuzes er per rij staan, van twee tot vier. Met Woorden even groot krijgen alle woorden op het blad dezelfde lettergrootte, wat rustiger oogt.
Alle oefeningen woordenschat
75 werkbladen, waarvan 60 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.
Terug naar school
- Terug naar school - Verbinden met prentenonline
- Terug naar school - Juiste woord kiezenonline
- Terug naar school - Juiste prent omcirkelenonline
- Terug naar school - Wat hoort er niet bij?online
- Terug naar school - Prentkaartjes om uit te knippen
Herfst
- Herfst - Verbinden met prentenonline
- Herfst - Juiste woord kiezenonline
- Herfst - Juiste prent omcirkelenonline
- Herfst - Wat hoort er niet bij?online
- Herfst - Prentkaartjes om uit te knippen
Halloween
- Halloween - Verbinden met prentenonline
- Halloween - Juiste woord kiezenonline
- Halloween - Juiste prent omcirkelenonline
- Halloween - Wat hoort er niet bij?online
- Halloween - Prentkaartjes om uit te knippen
Sinterklaas
- Sinterklaas - Verbinden met prentenonline
- Sinterklaas - Juiste woord kiezenonline
- Sinterklaas - Juiste prent omcirkelenonline
- Sinterklaas - Wat hoort er niet bij?online
- Sinterklaas - Prentkaartjes om uit te knippen
Kerst
- Kerst - Verbinden met prentenonline
- Kerst - Juiste woord kiezenonline
- Kerst - Juiste prent omcirkelenonline
- Kerst - Wat hoort er niet bij?online
- Kerst - Prentkaartjes om uit te knippen
Winter
- Winter - Verbinden met prentenonline
- Winter - Juiste woord kiezenonline
- Winter - Juiste prent omcirkelenonline
- Winter - Wat hoort er niet bij?online
- Winter - Prentkaartjes om uit te knippen
Valentijn
- Valentijn - Verbinden met prentenonline
- Valentijn - Juiste woord kiezenonline
- Valentijn - Juiste prent omcirkelenonline
- Valentijn - Wat hoort er niet bij?online
- Valentijn - Prentkaartjes om uit te knippen
Lente
- Lente - Verbinden met prentenonline
- Lente - Juiste woord kiezenonline
- Lente - Juiste prent omcirkelenonline
- Lente - Wat hoort er niet bij?online
- Lente - Prentkaartjes om uit te knippen
Pasen
- Pasen - Verbinden met prentenonline
- Pasen - Juiste woord kiezenonline
- Pasen - Juiste prent omcirkelenonline
- Pasen - Wat hoort er niet bij?online
- Pasen - Prentkaartjes om uit te knippen
Zomer
- Zomer - Verbinden met prentenonline
- Zomer - Juiste woord kiezenonline
- Zomer - Juiste prent omcirkelenonline
- Zomer - Wat hoort er niet bij?online
- Zomer - Prentkaartjes om uit te knippen
Eten en drinken
- Eten en drinken - Verbinden met prentenonline
- Eten en drinken - Juiste woord kiezenonline
- Eten en drinken - Juiste prent omcirkelenonline
- Eten en drinken - Wat hoort er niet bij?online
- Eten en drinken - Prentkaartjes om uit te knippen
Ziek zijn
- Ziek zijn - Verbinden met prentenonline
- Ziek zijn - Juiste woord kiezenonline
- Ziek zijn - Juiste prent omcirkelenonline
- Ziek zijn - Wat hoort er niet bij?online
- Ziek zijn - Prentkaartjes om uit te knippen
Voertuigen
- Voertuigen - Verbinden met prentenonline
- Voertuigen - Juiste woord kiezenonline
- Voertuigen - Juiste prent omcirkelenonline
- Voertuigen - Wat hoort er niet bij?online
- Voertuigen - Prentkaartjes om uit te knippen
Lichaam
- Lichaam - Verbinden met prentenonline
- Lichaam - Juiste woord kiezenonline
- Lichaam - Juiste prent omcirkelenonline
- Lichaam - Wat hoort er niet bij?online
- Lichaam - Prentkaartjes om uit te knippen
Schoonmaken
- Schoonmaken - Verbinden met prentenonline
- Schoonmaken - Juiste woord kiezenonline
- Schoonmaken - Juiste prent omcirkelenonline
- Schoonmaken - Wat hoort er niet bij?online
- Schoonmaken - Prentkaartjes om uit te knippen
Welke minimumdoelen oefen je hiermee?
Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken
Nederlands, , doel 1.4.1
De kleuters kunnen basiswoordenschat en eenvoudige betekenisrelaties inzetten met betrekking tot de leefomgeving en de school.
Nederlands, , doel 1.4.3
De kleuters kunnen onder begeleiding hun woordenschat uitbreiden.
Past hier goed bij
Per leerjaar
Veelgestelde vragen
Hoeveel nieuwe woorden kan een kind per week leren?
Dat verschilt sterk per kind. Kies liever een klein aantal woorden die je vaak laat terugkomen dan een lange lijst. Een woord dat het kind zelf gebruikt in een gesprek, is echt geleerd.
Kan een kleuter de woordenschatoefeningen maken?
Ja, met hulp. Een volwassene leest het woord voor en de kleuter zoekt de prent. Wat hoort er niet bij en de prentkaartjes werken helemaal zonder lezen.
Zijn de prenten in kleur?
Ja, de prenten zijn in kleur. Wil je inkt sparen, dan kun je het werkblad ook in zwart-wit afdrukken via de layout-opties.
Kan ik de woordenschat ook online laten oefenen?
Ja, alle oefeningen behalve de prentkaartjes kunnen online. Het kind trekt een lijn of tikt aan op de tablet, en de oefening wordt automatisch verbeterd. Je zet ze klaar in de sessie of als huiswerk.
Woordenschat oefenen met je eigen werkblad
Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.