Begrijpend lezen

Begrijpend lezen: teksten met vragen op elk AVI-niveau

Begrijpend lezen is een tekst lezen en echt snappen wat erin staat: wie wat doet, waarom iets gebeurt en wat de schrijver bedoelt. In De Oefenfabriek kies je een tekst op het AVI-niveau van je leerling, met meerkeuzevragen, open vragen en volgordevragen. Er zijn 37 oefeningen, waarvan 37 ook online.

Oefeningen
37
Ook online
37
Leerjaren
Eerste tot zesde leerjaar
Oplossingsblad
Bij elk werkblad
Voorbeeld van het werkblad "Informatief" (Begrijpend lezen)
Voorbeeld van het werkblad "Instructief" (Begrijpend lezen)
Voorbeeld van het werkblad "Verhalend" (Begrijpend lezen)

Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk

Bijgewerkt op

Zo ziet een werkblad eruit

Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Voorbeeld van het werkblad "Verhalend" (Begrijpend lezen)

Verhalend

Voorbeeld van het werkblad "Informatief" (Begrijpend lezen)

Informatief

Voorbeeld van het werkblad "Instructief" (Begrijpend lezen)

Instructief

Voorbeeld van het werkblad "Verhalend" (Begrijpend lezen)

Verhalend

Probeer het zelf

Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.

Verhalend

Lees de tekst en beantwoord de vragen.

  • Lina in de klas: Lina zit in de klas. De juf leest een verhaal voor. Het gaat over een kat. De kat klimt in een boom. Lina luistert....

Zonder account. Er wordt niets bewaard.

Welk AVI-niveau past bij welk leerjaar?

Een AVI-niveau zegt hoe moeilijk een tekst technisch is om te lezen: hoe lang de woorden zijn, hoe lang de zinnen en hoeveel moeilijke klankcombinaties erin zitten. De letter staat voor het moment in het schooljaar: M is midden, E is einde. Het cijfer volgt de Nederlandse telling van schooljaren, die één hoger ligt dan de Vlaamse. AVI M3 hoort dus bij het midden van het eerste leerjaar.

Die indeling is een richtwaarde, geen norm. Kinderen lezen in hetzelfde leerjaar vaak op heel verschillende niveaus. Voor begrijpend lezen kies je best een tekst die het kind technisch vlot leest, en dus eerder een niveau te laag dan te hoog. Wie elk woord moet ontcijferen, heeft geen aandacht meer over voor de inhoud. AVI Plus is bedoeld voor lezers die E7 vlot beheersen, meestal vanaf het zesde leerjaar.

AVI-niveauMomentVlaams leerjaar (richtwaarde)
M3 en E3Midden en eindeEerste leerjaar
M4 en E4Midden en eindeTweede leerjaar
M5 en E5Midden en eindeDerde leerjaar
M6 en E6Midden en eindeVierde leerjaar
M7 en E7Midden en eindeVijfde leerjaar
AVI PlusNa E7Zesde leerjaar en sterke lezers

Welke tekstsoorten oefen je bij begrijpend lezen?

Een kind leest op school en thuis veel meer dan verhalen. Een recept, een nieuwsbericht of een spelregel vraagt een andere manier van lezen. Daarom zijn de teksten in De Oefenfabriek ingedeeld in vier tekstsoorten, met elk een eigen leesdoel.

Verhalende en informatieve teksten vind je op elk niveau. Instructieve teksten lopen van M3 tot E6 en komen terug bij AVI Plus als handleiding. Betogende teksten starten bij M6, omdat een kind dan pas leert dat een schrijver je ergens van wil overtuigen. Op AVI Plus kies je een concrete vorm: een verhaal, een artikel, een nieuwsbericht, een handleiding of een opiniestuk.

Met de optie Herkenbare layout krijgt elke tekst de look van het echte medium. Een nieuwsbericht lijkt op een krantenpagina, een instructie op een stappenkaart en een dagboek op een schrift. Zo leert een kind de tekstsoort ook aan de vorm herkennen.

  • Verhalend: een verhaal, dagboek of brief. Je leest om te beleven en te volgen wat er gebeurt.
  • Informatief: een artikel, nieuwsbericht of uitleg. Je leest om iets te weten te komen.
  • Instructief: een handleiding, recept of proefje. Je leest om iets te doen.
  • Argumentatief: een opiniestuk of betoog. Je leest om een mening te begrijpen en te beoordelen.

Hoe help je een kind dat vlot leest maar de tekst niet begrijpt?

Sommige kinderen lezen een tekst foutloos voor en weten daarna niet waarover hij ging. Ze zijn zo bezig met het lezen zelf dat de inhoud hen ontglipt. Dat los je zelden op met meer teksten, wel met samen hardop denken.

Voor het lezen kijk je samen naar de titel en de prent en vraag je wat het kind verwacht. Tijdens het lezen stop je na een alinea en vat je samen in één zin: wat weten we nu? Na het lezen laat je het kind de tekst in eigen woorden navertellen, voor het naar de vragen kijkt.

Bekijk ook de vragen zelf. Een vraag waarvan het antwoord letterlijk in de tekst staat, is makkelijker dan een vraag waarbij het kind twee zinnen moet combineren. Begin met de eerste soort en bouw op. Blijft het moeilijk, kies dan een tekst op een lager AVI-niveau, zodat er meer aandacht vrijkomt voor de inhoud.

Hoe stel je een werkblad begrijpend lezen in?

Je kiest eerst een AVI-niveau en een tekstsoort. Daarna bepaal je een paar dingen zelf. Bij Tekstlengte kies je kort of lang, telkens met het aantal woorden erbij, zodat je weet wat je leerling te wachten staat. Bij Vraagtypes zet je meerkeuze, open vragen en volgordevragen aan of uit. Herkenbare layout geeft de tekst de vorm van een krant, brief of stappenkaart; zet je die uit, dan krijg je een gewoon tekstkader. Bij M3 en E3 kun je alles in kleine letters tonen.

Bij elk werkblad hoort een oplossingsblad. Je kunt de tekst ook online klaarzetten met een link of QR-code, in de sessie of als huiswerk. Meerkeuze- en volgordevragen worden dan automatisch verbeterd, open vragen lees je zelf na met het modelantwoord ernaast.

Wil je een tekst over een eigen onderwerp, dan maak je die met AI op het gewenste niveau. Daarover lees je meer op de pagina Begrijpend lezen met AI.

Welke minimumdoelen oefen je hiermee?

Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken

  • Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.1.5

    De leerlingen kunnen expliciet vermelde informatie in teksten weergeven.

  • Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.1.13

    De leerlingen kunnen tonen dat ze doelen van teksten herkennen aan de hand van tekstkenmerken.

  • Nederlands, 6de leerjaar, doel 1.1.3

    De leerling kan expliciete en impliciete informatie uit een tekst combineren om tot een logische conclusie te komen.

  • Nederlands, 6de leerjaar, doel 1.1.9

    De leerling kan doelen van teksten analyseren aan de hand van tekstkenmerken.

Veelgestelde vragen

Kan ik een tekst maken over een onderwerp dat de klas nu bezighoudt?

Ja. Met Eigen tekst met AI typ je een onderwerp, kies je een AVI-niveau van M3 tot E7, een tekstsoort en de vraagvormen. Je leest de tekst na, past aan waar nodig en maakt er daarna een gewoon werkblad van. AVI Plus kan niet met AI.

Worden open vragen online ook verbeterd?

Meerkeuze- en volgordevragen worden automatisch verbeterd. Open vragen niet: die lees je zelf na, met het modelantwoord ernaast. Ze tellen ook niet mee in de score die je te zien krijgt.

Is AVI hetzelfde als een niveau voor begrijpend lezen?

Nee. AVI meet hoe moeilijk een tekst technisch te lezen is, niet hoe moeilijk de vragen zijn. Een kind kan een tekst vlot lezen en toch moeite hebben met de inhoud. Daarom kies je voor begrijpend lezen een niveau dat het kind technisch al beheerst.

Kan ik begrijpend lezen gratis uitproberen?

Je maakt gratis een account aan en kunt meteen werkbladen maken. Met Pro heb je toegang tot alle oefeningen en functies. Elk werkblad komt als PDF met oplossingsblad.

Kan ik alleen meerkeuzevragen geven aan een kind dat traag schrijft?

Ja. Bij Vraagtypes zet je open vragen uit, dan blijven meerkeuze en volgorde over. Zo meet je wat het kind begrijpt, zonder dat schrijven de score drukt. De open vragen kun je dan mondeling bespreken.

Begrijpend lezen oefenen met je eigen werkblad

Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.