Technisch lezen oefenen: leesblaadjes en online leeskaarten
Technisch lezen is het vlot en juist omzetten van geschreven letters in klanken en woorden, los van wat de tekst betekent. Het is de basis voor begrijpend lezen. Hier maak je leesblaadjes per woordstructuur, van MKM-woorden tot meerlettergrepige woorden: woordenrijtjes, zinnen, verbindoefeningen en korte teksten om voor te lezen.
- Oefeningen
- 153
- Ook online
- 76
- Leerjaren
- Eerste tot vijfde leerjaar
- Oplossingsblad
- Bij 114 van de 153



Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk
Bijgewerkt op
Alle onderdelen van technisch lezen
Aanvankelijk lezen
53 oefeningenVan MKM tot MMMKM: leesblaadjes voor het eerste leerjaar en de logopedie.
BekijkenVoortgezet lezen
52 oefeningenWoorden van twee en drie lettergrepen vlot leren lezen.
BekijkenGevorderd lezen
48 oefeningenLange woorden, leenwoorden en lastige letters zoals c, x en th.
BekijkenZo ziet een werkblad eruit
Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

MKM korte klanken - Woordenrijtjes

Tweelettergrepig voorvoegsels - Woordenrijtjes

Drielettergrepig voorvoegsels - Verbinden

Meerlettergrepig voorvoegsels - Woordenrijtjes
Hoe verloopt de leerlijn technisch lezen in de lagere school?
Technisch lezen groeit van korte, klankzuivere woorden naar lange en ongewone woorden. In het eerste leerjaar leert een kind letters koppelen aan klanken en die klanken samenvoegen tot woorden zoals vis en boom. Daarna komen woorden met twee of drie medeklinkers na elkaar en eenvoudige samenstellingen. Dat is het aanvankelijk lezen.
In het tweede en derde leerjaar volgt het voortgezet lezen. Kinderen lezen woorden van twee en drie lettergrepen en herkennen voorvoegsels, achtervoegsels en verkleinwoorden. Ze leren ook dat een open lettergreep anders klinkt dan een gesloten.
Vanaf het derde leerjaar komen lange woorden met veel lettergrepen, leenwoorden zoals cadeau en woorden met een trema of letters als c, x en th aan bod. In het hele traject verschuift het doel van juist lezen naar vlot lezen, en uiteindelijk naar vloeiend lezen met de juiste intonatie. De tabel toont hoe De Oefenfabriek die fasen indeelt.
| Fase | Woordstructuren | Meestal |
|---|---|---|
| Aanvankelijk lezen | MKM, MMKM, MKMM, MMMKM, MKMMM, samenstellingen | eerste leerjaar |
| Voortgezet lezen | Twee- en drielettergrepige woorden, voor- en achtervoegsels, verkleinwoorden | tweede en derde leerjaar |
| Gevorderd lezen | Meerlettergrepige woorden, leenwoorden, trema, th, c en x | derde tot zesde leerjaar |
Wat is het verschil tussen juist, vlot en vloeiend lezen?
Leren lezen verloopt in drie lagen die op elkaar bouwen. Eerst leest een kind juist: het verklankt elk woord correct, ook al gaat dat nog traag. Daarna wordt het lezen vlot: het kind herkent woorden zonder ze letter per letter te verklanken. Tot slot leest het vloeiend, met een natuurlijk tempo en de juiste intonatie.
Wie te vroeg op tempo duwt, lokt raden uit. Het kind leest dan de eerste letters en vult de rest aan, wat bij langere woorden snel misloopt. Zolang een kind veel fouten maakt, ligt de focus dus op juistheid.
Vlot lezen ontstaat door veel herhaling van dezelfde woordstructuur. Woordenrijtjes zijn daar ideaal voor: telkens hetzelfde patroon, maar met andere woorden. Zinnen en korte teksten oefenen daarna het vloeiend lezen, omdat het kind ook moet letten op leestekens en betekenis. Wissel daarom de vormen af en laat een tekst gerust meer dan eens lezen.
Hoe kies je het juiste leesniveau voor een kind?
Het juiste niveau is het niveau waarop een kind bijna alles juist leest, maar nog niet vlot. Daar valt de meeste winst te halen. Leest het kind de woorden vlot en zonder fouten, ga dan een stap verder. Maakt het veel fouten of raadt het vaak, keer dan een stap terug.
Luister vooral naar het soort fouten. Struikelt een kind over medeklinkers die na elkaar staan, zoals in blad of borst, dan oefen je die structuur apart. Verwisselt het b en d, dan is er een reeks waarin die beginletters gericht terugkomen. Bij langere woorden helpt het om te kijken of het kind de lettergrepen herkent.
In de klas kan je differentiëren door dezelfde oefenvorm op verschillende niveaus aan te bieden. De hele groep leest woordenrijtjes, maar elk kind met zijn eigen woordstructuur. Een zorgleerkracht of logopedist sluit zo naadloos aan bij wat in de klas gebeurt.
Wat stel je in bij een leesblad in De Oefenfabriek?
Je kiest eerst de fase en de woordstructuur, en daarna de oefenvorm. Bij woordenrijtjes leest het kind een reeks woorden hardop. Bij zinnen leest het korte zinnen waarin die woorden terugkomen. Bij verbinden koppelt het een gelezen woord aan de juiste afbeelding, zodat je ook ziet of het begrijpt wat het leest. Een tekst is een kort verhaal om hardop voor te lezen.
Je stelt het aantal woorden of zinnen in en kiest het lettertype, ook een schrijfletter. Bij sommige reeksen bepaal je zelf welke klanken meedoen of welk soort samenstellingen op het blad komt.
Woordenrijtjes en zinnen kan je ook online klaarzetten als leeskaarten. Het kind leest dan kaart per kaart hardop en tikt op Gelezen. Een automatische verbetering is er bij hardop lezen niet, dus luistert er best iemand mee. Wil je de woorden uit je eigen methode lezen, maak dan een eigen leeslijst aan.
- Woordenrijtjes: woorden van één structuur hardop lezen
- Zinnen: dezelfde woorden lezen in een zin
- Verbinden: gelezen woord koppelen aan een afbeelding
- Tekst: een kort verhaal hardop voorlezen
Welke minimumdoelen oefen je hiermee?
Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken
Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.1.2
De leerlingen kunnen accuraat en geautomatiseerd lezen (vlot lezen).
Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.1.3
De leerlingen kunnen teksten accuraat, met gepast tempo en met intonatie lezen (vloeiend lezen).
Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.1.1
De leerlingen kunnen woorden lezen met behulp van inzicht in de morfologische opbouw.
Nederlands, 6de leerjaar, doel 1.1.1
De leerling kan onbekende woorden lezen met behulp van inzicht in de morfologische opbouw en kennis van leenwoorden.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen technisch en begrijpend lezen?
Bij technisch lezen gaat het om het verklanken van woorden: juist, vlot en vloeiend. Bij begrijpend lezen gaat het om de inhoud van een tekst. Een kind dat technisch nog moeizaam leest, heeft weinig aandacht over voor de inhoud, daarom is technisch lezen de basis.
Hoe vaak moet een kind technisch lezen oefenen?
Kort en vaak werkt het best. Elke dag enkele minuten lezen levert meer op dan één lange sessie per week. Woordenrijtjes passen goed in zo'n kort, dagelijks oefenmoment.
Kan een kind ook online lezen oefenen?
Ja. Woordenrijtjes en zinnen kan je klaarzetten als online leeskaarten. Het kind leest elke kaart hardop en tikt op Gelezen. Omdat er hardop gelezen wordt, luistert er best een volwassene mee.
Kan ik de woorden uit mijn eigen leesmethode gebruiken?
Ja. Je maakt een eigen leeslijst met woorden of zinnen en genereert daarmee een leeskaart of een blad met zinnen. Ook die eigen lijsten kan je online klaarzetten.
Zijn de leesblaadjes bruikbaar in de logopedie?
Ja. Omdat elke reeks één woordstructuur oefent, kan een logopedist heel gericht werken aan wat een kind nog moeilijk vindt. Dezelfde structuur komt terug in rijtjes, zinnen en teksten, zodat het kind ze in verschillende vormen leest.
Technisch lezen oefenen met je eigen werkblad
Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.