Frans

Franse woordenschat oefenen

Franse woordenschat oefenen betekent dat een kind Franse woorden leert herkennen, begrijpen en zelf schrijven. Woorden die per thema samen geleerd worden, horen bij elkaar en blijven daardoor makkelijker hangen. Deze werkblaadjes behandelen thema's zoals dieren, familie, school en het weer, telkens met prenten, vertaaloefeningen en meerkeuze.

Oefeningen
36
Ook online
36
Leerjaren
Vijfde tot zesde leerjaar
Oplossingsblad
Bij elk werkblad
Voorbeeld van het werkblad "Eten & Drinken - Nederlands → Frans vertalen" (Franse woordenschat)
Voorbeeld van het werkblad "Tijd & Getallen - Frans → Nederlands vertalen" (Franse woordenschat)
Voorbeeld van het werkblad "Dieren - Verbinden met prenten" (Franse woordenschat)

Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk

Bijgewerkt op

Zo ziet een werkblad eruit

Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Voorbeeld van het werkblad "Dieren - Verbinden met prenten" (Franse woordenschat)

Dieren - Verbinden met prenten

Voorbeeld van het werkblad "Eten & Drinken - Nederlands → Frans vertalen" (Franse woordenschat)

Eten & Drinken - Nederlands → Frans vertalen

Voorbeeld van het werkblad "Tijd & Getallen - Frans → Nederlands vertalen" (Franse woordenschat)

Tijd & Getallen - Frans → Nederlands vertalen

Probeer het zelf

Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.

Dieren - Meerkeuze

Kies de juiste vertaling uit 4 mogelijkheden.

  • Wat betekent le crocodile?
  • Wat betekent l'abeille?
  • Wat betekent l'écureuil?

Zonder account. Er wordt niets bewaard.

Hoe leert een kind Franse woordjes het best?

Een nieuw woord leren gaat in stappen. Eerst herkent een kind het woord als het het ziet. Daarna weet het wat het betekent, en pas op het einde kan het het woord zelf correct schrijven. Wie meteen bij de laatste stap begint, raakt snel ontmoedigd.

Daarom helpt het om per thema een vaste volgorde aan te houden. Begin met verbinden met prenten: het kind koppelt het Franse woord aan een beeld, zonder dat het Nederlands ertussen hoeft. Daarna volgt meerkeuze, waarbij het de juiste vertaling kiest uit vier mogelijkheden. Vervolgens schrijft het de Nederlandse betekenis bij het Franse woord. De laatste stap is van Nederlands naar Frans, eerst met en daarna zonder woordenbank.

Herhaal een thema na een paar dagen opnieuw. Elke keer dat je een nieuw werkblad maakt, worden de woorden opnieuw gekozen en door elkaar gezet, zodat het kind niet zomaar de volgorde onthoudt.

  • Verbinden met prenten: het woord herkennen
  • Meerkeuze: de juiste vertaling kiezen
  • Frans naar Nederlands: de betekenis zelf schrijven
  • Nederlands naar Frans met woordenbank: het Franse woord kiezen en overschrijven
  • Nederlands naar Frans zonder woordenbank: het Franse woord zelf schrijven

Welke thema's Franse woordenschat zijn er?

De thema's sluiten aan bij de leefwereld van een kind in het vijfde en zesde leerjaar. Het gaat om woorden die het in de klas, thuis en onderweg nodig heeft.

Bij dieren, familie en school leert het kind woorden die het meteen kan gebruiken om over zichzelf te vertellen. Eten en drinken en kleding zijn handig voor eenvoudige gesprekken in een winkel of aan tafel. Weer en seizoenen, en tijd en getallen, helpen bij de dagelijkse kalender in de klas: welke dag het is en wat voor weer het is. Thuis en dagelijks bevat de ruimtes en voorwerpen in huis. Het thema werkwoorden bevat veelgebruikte werkwoorden in de infinitief, zoals manger en jouer, als opstap naar zinnen.

Elk thema heeft vier oefenvormen, zodat je het helemaal kunt doorlopen van herkennen tot zelf schrijven. De tabel toont per thema enkele voorbeeldwoorden.

ThemaVoorbeeldwoorden
Dierenle chat, le chien, l'oiseau
Familiele père, la mère, la sœur
Schoolle livre, le cahier, le crayon
Eten en drinkenle pain, l'eau, le fromage
Kledingle pantalon, la jupe, la robe
Weer en seizoenenle soleil, la pluie, la neige
Tijd en getallenlundi, mardi, aujourd'hui
Thuis en dagelijksla maison, la cuisine, le jardin
Werkwoordenmanger, boire, aller

Waarom leer je een Frans woord met het lidwoord erbij?

In het Frans is elk zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk. Dat zie je aan het lidwoord: le voor een mannelijk woord, la voor een vrouwelijk woord. Begint het woord met een klinker of een stomme h, dan worden beide l', zoals in l'eau en l'oiseau. In het meervoud wordt het altijd les.

Het geslacht van een Frans woord loopt niet gelijk met de en het in het Nederlands. De tafel is la table, maar de hond is le chien. Je kunt het geslacht dus niet afleiden, je moet het mee leren.

Dat is belangrijk voor later. Een bijvoeglijk naamwoord past zich aan het geslacht aan, en ook bij un en une of bij mon en ma moet je weten of een woord mannelijk of vrouwelijk is. Daarom staan zelfstandige naamwoorden op de werkblaadjes met hun lidwoord. Leer je kind het woord altijd samen met dat lidwoord uit te spreken en te schrijven, als één geheel.

Wat stel je in bij een werkblad Franse woordenschat in De Oefenfabriek?

Er zijn 36 oefeningen Franse woordenschat. Je kiest eerst een thema en daarna een oefenvorm: verbinden met prenten, vertalen van Nederlands naar Frans, vertalen van Frans naar Nederlands of meerkeuze. Je stelt ook het aantal vragen in.

Bij vertalen kun je een woordenbank aanzetten. Bovenaan het blad staan dan alle juiste antwoorden in willekeurige volgorde, en het kind kiest het juiste woord. Dat maakt de oefening makkelijker en is een goede tussenstap voor kinderen die de spelling nog niet kennen. Zet de woordenbank uit als het kind de woorden zelf moet kunnen schrijven.

Bij meerkeuze kiest het kind telkens uit vier mogelijkheden. Elk werkblad krijgt een oplossingsblad. Online verbindt het kind woorden met prenten, typt het vertalingen of kiest het een antwoord, en verbetert de app automatisch. Je zet de oefening klaar als huiswerk met een link of QR-code.

Alle oefeningen franse woordenschat

36 werkbladen, waarvan 36 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.

Dieren

  • Dieren - Verbinden met prentenonline
  • Dieren - Nederlands → Frans vertalenonline
  • Dieren - Frans → Nederlands vertalenonline
  • Dieren - Meerkeuzeonline

Familie

  • Familie - Verbinden met prentenonline
  • Familie - Nederlands → Frans vertalenonline
  • Familie - Frans → Nederlands vertalenonline
  • Familie - Meerkeuzeonline

School

  • School - Verbinden met prentenonline
  • School - Nederlands → Frans vertalenonline
  • School - Frans → Nederlands vertalenonline
  • School - Meerkeuzeonline

Eten & Drinken

  • Eten & Drinken - Verbinden met prentenonline
  • Eten & Drinken - Nederlands → Frans vertalenonline
  • Eten & Drinken - Frans → Nederlands vertalenonline
  • Eten & Drinken - Meerkeuzeonline

Kleding

  • Kleding - Verbinden met prentenonline
  • Kleding - Nederlands → Frans vertalenonline
  • Kleding - Frans → Nederlands vertalenonline
  • Kleding - Meerkeuzeonline

Weer & Seizoenen

  • Weer & Seizoenen - Verbinden met prentenonline
  • Weer & Seizoenen - Nederlands → Frans vertalenonline
  • Weer & Seizoenen - Frans → Nederlands vertalenonline
  • Weer & Seizoenen - Meerkeuzeonline

Tijd & Getallen

  • Tijd & Getallen - Verbinden met prentenonline
  • Tijd & Getallen - Nederlands → Frans vertalenonline
  • Tijd & Getallen - Frans → Nederlands vertalenonline
  • Tijd & Getallen - Meerkeuzeonline

Thuis & Dagelijks

  • Thuis & Dagelijks - Verbinden met prentenonline
  • Thuis & Dagelijks - Nederlands → Frans vertalenonline
  • Thuis & Dagelijks - Frans → Nederlands vertalenonline
  • Thuis & Dagelijks - Meerkeuzeonline

Werkwoorden

  • Werkwoorden - Verbinden met prentenonline
  • Werkwoorden - Nederlands → Frans vertalenonline
  • Werkwoorden - Frans → Nederlands vertalenonline
  • Werkwoorden - Meerkeuzeonline

Welke minimumdoelen oefen je hiermee?

Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken

  • Frans, 6de leerjaar, doel 10.6.1

    De leerlingen kennen de woorden en structuren vermeld in de Woordenlijst Frans (Word, Pdf).

  • Frans, 6de leerjaar, doel 10.6.2

    De leerlingen kunnen bij het luisteren en lezen de woorden en structuren begrijpen vermeld in de Woordenlijst Frans (Word, Pdf).

  • Frans, 6de leerjaar, doel 10.6.3

    De leerlingen kunnen bij het spreken, mondeling interageren en schrijven de woorden en structuren gebruiken vermeld in de Woordenlijst Frans (Word, Pdf).

Veelgestelde vragen

Hoeveel Franse woorden leert een kind in de lagere school?

De minimumdoelen verwijzen naar de Woordenlijst Frans van de Vlaamse overheid. Welke woorden in welk leerjaar aan bod komen, hangt af van de methode van de school.

Wat is een woordenbank?

Een woordenbank is een lijst met alle juiste antwoorden, bovenaan het werkblad en door elkaar. Het kind zoekt het juiste woord en schrijft het over. Zo kan het oefenen voordat het de spelling volledig kent.

Waarom staat er l' voor sommige woorden?

Le en la worden l' voor een woord dat met een klinker of een stomme h begint, zoals l'eau. Dan zie je het geslacht niet aan het lidwoord. Leer bij die woorden ook un of une, dat toont wel of het woord mannelijk of vrouwelijk is.

Kan ik een eigen woordenlijst Frans gebruiken?

De oefeningen Franse woordenschat werken met de vaste thema's. Wil je woorden uit de eigen methode van de klas oefenen, kies dan het thema dat er het dichtst bij aansluit.

Franse woordenschat oefenen met je eigen werkblad

Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.