Verenkelen en verdubbelen zijn de spellingregels voor open en gesloten lettergrepen: bij bomen schrijf je één o (verenkelen), bij ballen een dubbele l (verdubbelen). Hier vind je de regel kort uitgelegd, met voorbeelden en gratis werkbladen op twee niveaus.
De truc is het woord in lettergrepen te verdelen en naar de klank te luisteren: hoor je een lange of een korte klinker?
Eindigt een lettergreep op een lange klinker, dan is ze open en schrijf je die klinker enkel: boom wordt bo-men, maan wordt ma-nen. De klank blijft lang, ook al staat er maar één letter.
Na een korte klinker verdubbel je de medeklinker, zodat de lettergreep gesloten blijft en de klank kort: bal wordt bal-len, stop wordt stop-pen. Zonder dubbele medeklinker zou je balen lezen in plaats van ballen.
Op De Oefenfabriek oefen je de regel in drie vormen: het meervoud schrijven, woorden invullen in zinnen, en schrijven bij afbeeldingen. Elke vorm bestaat in een makkelijke en een moeilijke versie, telkens met antwoordsleutel.
Dezelfde regel duikt later op bij het vervoegen van werkwoorden: maken geeft ik maak met dubbele a, pakken geeft wij pakken met dubbele k. Wie de regel bij zelfstandige naamwoorden beheerst, heeft daar een voorsprong.
Kies een oefenvorm en een niveau, en print direct. Gratis en met antwoordsleutel.