Rekenen

Meetkunde en meten: werkblaadjes en online oefeningen

Meetkunde gaat over vormen, lijnen, hoeken en ruimte. Metend rekenen past rekenen toe op grootheden zoals lengte, inhoud, gewicht, oppervlakte en temperatuur. Hier maak je werkblaadjes over hoeken, driehoeken, vlakke figuren, blokkenbouwsels, omtrek en oppervlakte, maten omzetten, schaal en de thermometer, telkens met oplossingsblad.

Oefeningen
37
Ook online
27
Leerjaren
Eerste tot zesde leerjaar
Oplossingsblad
Bij elk werkblad
Voorbeeld van het werkblad "Omtrek berekenen" (Meetkunde en meten)
Voorbeeld van het werkblad "Lengtematen omzetten" (Meetkunde en meten)
Voorbeeld van het werkblad "Hoeken meten" (Meetkunde en meten)

Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk

Bijgewerkt op

Zo ziet een werkblad eruit

Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Voorbeeld van het werkblad "Hoeken meten" (Meetkunde en meten)

Hoeken meten

Voorbeeld van het werkblad "Omtrek berekenen" (Meetkunde en meten)

Omtrek berekenen

Voorbeeld van het werkblad "Lengtematen omzetten" (Meetkunde en meten)

Lengtematen omzetten

Voorbeeld van het werkblad "Temperatuur aflezen - Mix" (Meetkunde en meten)

Temperatuur aflezen - Mix

Probeer het zelf

Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.

Lengtematen omzetten

Zet lengtematen om (km, m, dm, cm, mm)

  • 1000 m = ... km
  • 30 cm = ... mm
  • 50 cm = ... dm

Zonder account. Er wordt niets bewaard.

Welke meetkunde- en meetoefeningen kun je maken?

Meetkunde en meten zijn twee verwante domeinen. Bij meetkunde draait het om vormen en hun eigenschappen: hoeken, zijden, vlakke figuren en ruimtelijk inzicht. Bij meten koppel je getallen aan grootheden, zoals centimeters, liters, kilogrammen en graden.

De oefeningen volgen grofweg de leerlijn. Jonge kinderen benoemen vlakke figuren en lezen een thermometer af. In de middenjaren meten ze lijnstukken, herkennen ze evenwijdige en loodrechte lijnen, en zetten ze lengte-, inhouds- en gewichtsmaten om. In het vierde leerjaar berekenen ze de omtrek en oppervlakte van vierkanten en rechthoeken.

In het vijfde en zesde leerjaar komen hoeken meten en tekenen met de geodriehoek, driehoeken indelen, oppervlaktematen en schaal aan bod. Blokkenbouwsels oefenen ruimtelijk inzicht: het kind tekent hoe een bouwsel er van boven, van voren en van opzij uitziet. De tabel geeft een overzicht.

OnderwerpOefeningenMeestal in
Vlakke figuren en temperatuurFiguren benoemen, thermometer aflezenEerste tot derde leerjaar
Lijnen en lijnstukkenLijnstukken meten, evenwijdig, loodrecht of snijdendDerde en vierde leerjaar
Maten omzettenLengte, inhoud, gewicht en oppervlakteDerde tot zesde leerjaar
Omtrek en oppervlakteVierkanten, rechthoeken en samengestelde figurenVierde en vijfde leerjaar
Hoeken en driehoekenHoeken meten en tekenen, zijden en hoeken benoemenVijfde en zesde leerjaar
Ruimte en schaalBlokkenbouwsels, kaartafstand, lijnschaal en breukschaalVierde tot zesde leerjaar

Hoe leer je een kind maten omzetten zonder trucjes?

Veel kinderen leren maten omzetten als een trucje met de komma: één plaats naar links of naar rechts. Dat werkt tot ze twijfelen in welke richting, en dan loopt het mis. Begrip vertrekt vanuit referentiematen. Een meter is ongeveer een grote stap, een liter een fles water, een kilogram een pak suiker.

Laat een kind daarna eerst redeneren: wordt het getal groter of kleiner als ik naar een kleinere maat ga? 2 m is 200 cm, want een centimeter is veel kleiner dan een meter, dus heb je er veel meer nodig. Een maattabel met de eenheden naast elkaar maakt de stappen van telkens tien zichtbaar.

Bij oppervlaktematen is elke stap geen tien maar honderd, omdat een vierkante meter tien bij tien vierkante decimeter is. Dat is een klassieke valkuil. Er is een hulpkaart die het omzetten van oppervlaktematen visueel uitlegt. Kommagetallen moeten goed zitten voor je maten met decimalen laat omzetten.

Wat kun je instellen bij meetkunde en meten in De Oefenfabriek?

Bij maten omzetten kies je welke eenheden meedoen, bijvoorbeeld alleen meter, decimeter en centimeter, zodat je niet meer stappen vraagt dan het kind al kent. Bij de schaaloefeningen kies je de moeilijkheid, en er zijn opdrachten rond kaartafstand, werkelijke afstand, schaal bepalen, schaal vergelijken en lijnschaal en breukschaal omzetten.

Blokkenbouwsels maak je op een raster van 3 bij 3 of 4 bij 4. Bij lijnstukken en rechten vergelijken kies je uit verschillende soorten opdrachten, zoals benoemen, omcirkelen of waar of niet waar. Bij de thermometer kies je positieve temperaturen, temperaturen onder nul of een mix van -20 tot 40 graden, en dat voor aflezen, vergelijken en temperatuurverschil.

27 van de 37 oefeningen kunnen ook online. Een deel van de oefeningen, vooral die waarbij het kind zelf meet, tekent of kleurt, zoals hoeken tekenen en lijnstukken meten, bestaat alleen als werkblad.

  • Eenheden kiezen bij lengte-, inhouds-, gewichts- en oppervlaktematen
  • Moeilijkheid en soort opdracht bij schaal
  • Raster van 3 bij 3 of 4 bij 4 bij blokkenbouwsels
  • Temperaturen boven nul, onder nul of gemengd

Alle oefeningen meetkunde en meten

37 werkbladen, waarvan 27 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.

Algemeen

  • Hoeken metenonline
  • Hoeken tekenen
  • Vlakke figuren benoemenonline
  • Blokkenbouwsels: aanzichten
  • Lijnstukken meten
  • Lijnstukken en rechten vergelijken
  • Omtrek berekenenonline
  • Oppervlakte berekenenonline
  • Lengtematen omzettenonline
  • Inhoudsmaten omzettenonline
  • Gewichtsmaten omzettenonline
  • Oppervlaktematen omzettenonline
  • Lijnschaal omzetten naar breukschaal
  • Breukschaal omzetten naar lijnschaal
  • Werkelijke afstand berekenenonline
  • Kaartafstand berekenenonline
  • Schaal bepalenonline
  • Schaal vergelijkenonline
  • Schaaltabel invullenonline

Driehoeken - Hoeken

  • Hoeken benoemenonline
  • Hoeken kleuren
  • Hoeken tellenonline

Driehoeken - Zijden

  • Zijden benoemenonline
  • Zijden kleuren
  • Zijden meten

Driehoeken - Hoeken & Zijden

  • Hoeken & Zijdenonline
  • Stellingenonline
  • Tekenen

Positief (0°C tot 40°C)

  • Temperatuur aflezen - Positiefonline
  • Temperatuur vergelijken - Positiefonline
  • Temperatuurverschil - Positiefonline

Negatief (-20°C tot 0°C)

  • Temperatuur aflezen - Negatiefonline
  • Temperatuur vergelijken - Negatiefonline
  • Temperatuurverschil - Negatiefonline

Mix (-20°C tot 40°C)

  • Temperatuur aflezen - Mixonline
  • Temperatuur vergelijken - Mixonline
  • Temperatuurverschil - Mixonline

Welke minimumdoelen oefen je hiermee?

Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken

  • Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.3.17

    De leerlingen kunnen herleidingen tussen veelgebruikte standaardmaateenheden voor lengte, oppervlakte en inhoud uitvoeren met natuurlijke getallen tot en met 10 000.

  • Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.3.18

    De leerlingen kunnen de omtrek en de oppervlakte berekenen van:

  • Wiskunde, 6de leerjaar, doel 2.3.17

    De leerling kan de schaal, de werkelijke lengte of de lengte op schaal bepalen wanneer twee van de drie grootheden gegeven zijn.

  • Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.3.43

    De leerlingen kunnen de temperatuur tot op 1 °C nauwkeurig meten, aflezen en noteren.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen omtrek en oppervlakte?

De omtrek is de lengte rond een figuur, zoals een hek rond een tuin, en meet je in meter of centimeter. De oppervlakte is hoeveel ruimte de figuur bedekt, zoals het gras binnen dat hek, en meet je in vierkante meter of vierkante centimeter. Kinderen verwarren ze vaak, dus laat ze beide bij dezelfde figuur berekenen.

Wat betekent een schaal van 1:100?

Het betekent dat 1 centimeter op de tekening of kaart 100 centimeter in werkelijkheid is, dus 1 meter. Een lijnstuk van 5 cm op die tekening is in het echt 5 m. Een lijnschaal toont hetzelfde met een getekend lijntje en een afstand erbij.

Hoe meet je een hoek met een geodriehoek?

Leg het nulpunt van de geodriehoek op het hoekpunt en één been langs de nullijn. Lees dan af waar het andere been de gradenboog snijdt, op de schaal die bij nul begint. Een schatting vooraf, scherp of stomp, helpt om de juiste schaal te kiezen.

Kunnen kinderen temperaturen onder nul aflezen?

Ja, er zijn thermometeroefeningen met temperaturen van -20 tot 0 graden en een mix van -20 tot 40 graden. Kinderen lezen af, vergelijken en berekenen het verschil tussen twee temperaturen. Dat is meteen een eerste kennismaking met negatieve getallen.

Meetkunde en meten oefenen met je eigen werkblad

Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.