Rekenen

Kommagetallen werkblaadjes en online oefeningen

Kommagetallen zijn getallen met een deel na de komma: tienden, honderdsten en duizendsten. Ze breiden het plaatswaardesysteem uit naar rechts. Hier maak je werkblaadjes om kommagetallen te lezen, schrijven, vergelijken, ordenen en afronden, en om ermee te rekenen, uit het hoofd of cijferend. Je kiest zelf tot op hoeveel decimalen.

Oefeningen
87
Ook online
83
Leerjaren
Vierde tot zesde leerjaar
Oplossingsblad
Bij elk werkblad
Voorbeeld van het werkblad "Tot 100" (Kommagetallen)
Voorbeeld van het werkblad "Tot 1000" (Kommagetallen)
Voorbeeld van het werkblad "Tot 10" (Kommagetallen)

Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk

Bijgewerkt op

Zo ziet een werkblad eruit

Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Voorbeeld van het werkblad "Tot 10" (Kommagetallen)

Tot 10

Voorbeeld van het werkblad "Tot 100" (Kommagetallen)

Tot 100

Voorbeeld van het werkblad "Tot 1000" (Kommagetallen)

Tot 1000

Probeer het zelf

Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.

Getal plaatsen op getallenlijn

Welk kommagetal staat op de pijl?

  • Welk kommagetal staat op de pijl?

Zonder account. Er wordt niets bewaard.

Hoe bouw je kommagetallen op in de lagere school?

Kommagetallen starten meestal in het vierde leerjaar, vaak vanuit breuken en geld. Een tiende is hetzelfde als 1/10, en 0,7 betekent zeven tienden. Wie die link legt, begrijpt waarom het cijfer na de komma kleiner is dan een eenheid.

Eerst werkt een kind alleen met tienden: lezen, schrijven, op de getallenlijn plaatsen en aanvullen tot 1. Daarna komen de honderdsten, en daarmee ook vergelijken en afronden. Duizendsten volgen in het vijfde of zesde leerjaar, samen met maten omzetten, waar ze vaak echt nodig zijn.

Rekenen met kommagetallen loopt gelijk op. Eerst optellen en aftrekken uit het hoofd, daarna cijferend onder elkaar, en tot slot vermenigvuldigen en delen met een natuurlijk getal. De belangrijkste regel bij cijferen is dat de komma's netjes onder elkaar staan. De tabel toont een gebruikelijke opbouw.

StapVoorbeeldMeestal in
Tienden0,7 en 3,4Vierde leerjaar
Honderdsten2,35 en 0,08Vierde en vijfde leerjaar
Duizendsten1,275 en 0,004Vijfde en zesde leerjaar
Optellen en aftrekken3,4 + 2,75Vierde en vijfde leerjaar
Vermenigvuldigen en delen4,5 × 3 en 12,6 ÷ 3Vijfde en zesde leerjaar

Welke fouten maken kinderen vaak met kommagetallen?

De bekendste fout is denken dat 0,25 groter is dan 0,3, omdat 25 groter is dan 3. Het kind leest het deel na de komma als een gewoon getal. Leer daarom vergelijken per rang: drie tienden is meer dan twee tienden, en dus is 0,3 het grootste getal.

Een tweede valkuil zit in het voorlezen. Wie 2,35 leest als 'twee komma vijfendertig', verliest de betekenis. 'Twee en vijfendertig honderdsten' maakt duidelijk wat het getal waard is. Laat kinderen beide manieren kennen.

Ook nullen zorgen voor verwarring. 0,5 en 0,50 zijn even groot, maar 0,05 is tien keer kleiner. Oefeningen met equivalenten en met fouten zoeken maken dat bespreekbaar. Bij cijferen gaat het vaak mis als de getallen rechts uitgelijnd worden in plaats van op de komma.

Geld en meten zijn sterke contexten: €2,35 en 1,75 m zijn voor een kind herkenbaar, en maken duidelijk waarom de komma ertoe doet.

Wat kun je instellen bij kommagetallen in De Oefenfabriek?

Kommagetallen zijn ingedeeld volgens het aantal decimalen: tot 0,1, tot 0,01 en tot 0,001. Op elk niveau vind je getallenkennis, zoals lezen, schrijven, plaatswaarde, splitsen, vergelijken, ordenen en de getallenlijn, en bewerkingen tot 10, 100 en 1000.

Wil je de decimalen door elkaar, dan vink je aan welke je wilt mengen en kies je of dat binnen dezelfde oefening gebeurt of tussen de oefeningen. Bij getal opbouwen en splitsen kun je de volgorde van de delen door elkaar gooien, zodat het kind echt op de rang moet letten.

Cijferen met kommagetallen gaat van tot 10 tot 10 000, met optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Met Mix samenstellen maak je één werkblad met getallenkennis en sommen door elkaar. Dat is handig als herhaling voor een toets. 83 van de 87 oefeningen kunnen ook online.

  • Tot 0,1, tot 0,01, tot 0,001 of decimalen door elkaar
  • Getallenkennis: lezen, schrijven, splitsen, vergelijken, afronden
  • Bewerkingen tot 10, 100 en 1000
  • Cijferen met kommagetallen tot 10 000, ook × en ÷
  • Mix samenstellen met getallenkennis en sommen samen

Alle oefeningen kommagetallen

87 werkbladen, waarvan 83 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.

Mix samenstellen

  • Mix samenstellenonline

Tot 0,1 - Bewerkingen

  • Tot 10online
  • Tot 100online
  • Tot 1000online

Tot 0,01 - Bewerkingen

  • Tot 10online
  • Tot 100online
  • Tot 1000online

Tot 0,001 - Bewerkingen

  • Tot 10online
  • Tot 100online
  • Tot 1000online

Decimalen door elkaar - Bewerkingen

  • Mix Tot 10
  • Mix Tot 100
  • Mix Tot 1000

Tot 0,1 - Getallenkennis

  • Lezenonline
  • Schrijvenonline
  • Plaatswaarde benoemenonline
  • Structuur herkennenonline
  • Splitsenonline
  • Aanvullen tot 1online
  • Vergelijkenonline
  • Ordenenonline
  • Getal plaatsen op getallenlijnonline
  • Getal opbouwenonline

Tot 0,01 - Getallenkennis

  • Lezenonline
  • Schrijvenonline
  • Plaatswaarde benoemenonline
  • Structuur herkennenonline
  • Splitsenonline
  • Getal opbouwenonline
  • Vergelijkenonline
  • Ordenenonline
  • Getallenlijnonline
  • Afrondenonline
  • Aanvullen tot volgend tiendeonline
  • Fouten zoekenonline

Tot 0,001 - Getallenkennis

  • Lezenonline
  • Schrijvenonline
  • Plaatswaarde benoemenonline
  • Structuur herkennenonline
  • Splitsenonline
  • Getal opbouwenonline
  • Vergelijkenonline
  • Ordenenonline
  • Getallenlijnonline
  • Afrondenonline
  • Aanvullen tot volgend honderdsteonline
  • Equivalentenonline
  • Fouten zoekenonline

Decimalen door elkaar - Getallenkennis

  • Lezenonline
  • Schrijvenonline
  • Plaatswaarde benoemenonline
  • Structuur herkennenonline
  • Splitsenonline
  • Getal opbouwenonline
  • Vergelijkenonline
  • Ordenenonline
  • Aanvullen tot volgend tiende
  • Fouten zoekenonline

Tot 10 - Optellen

  • Optellen: E,t + E,tonline
  • Optellen: E,th + E,thonline

Tot 10 - Aftrekken

  • Aftrekken: E,t − E,tonline
  • Aftrekken: E,th − E,thonline

Tot 10 - Vermenigvuldigen

  • Vermenigvuldigen: E,t × Eonline

Tot 10 - Delen

  • Delen: E,t ÷ Eonline

Tot 100 - Optellen

  • Optellen: TE,t + E,tonline
  • Optellen: TE,t + TE,tonline
  • Optellen: TE,th + E,thonline

Tot 100 - Aftrekken

  • Aftrekken: TE,t − E,tonline
  • Aftrekken: TE,t − TE,tonline
  • Aftrekken: TE,th − E,thonline

Tot 100 - Vermenigvuldigen

  • Vermenigvuldigen: TE × E,tonline
  • Vermenigvuldigen: TE,t × Eonline

Tot 100 - Delen

  • Delen: TE,t ÷ Eonline

Tot 1000 - Optellen

  • Optellen: HTE,t + TE,tonline
  • Optellen: HTE,th + TE,thonline

Tot 1000 - Aftrekken

  • Aftrekken: HTE,t − TE,tonline
  • Aftrekken: HTE,th − TE,thonline

Tot 1000 - Vermenigvuldigen

  • Vermenigvuldigen: HTE × E,tonline
  • Vermenigvuldigen: HTE,t × Eonline

Tot 1000 - Delen

  • Delen: HTE,t ÷ Eonline

Tot 10 000 - Optellen

  • Optellen: DHTE,t + HTE,tonline
  • Optellen: DHTE,th + HTE,thonline

Tot 10 000 - Aftrekken

  • Aftrekken: DHTE,t − HTE,tonline
  • Aftrekken: DHTE,th − HTE,thonline

Tot 10 000 - Vermenigvuldigen

  • Vermenigvuldigen: DHTE × TE,tonline
  • Vermenigvuldigen: DHTE,t × TEonline

Tot 10 000 - Delen

  • Delen: DHTE,t ÷ TEonline

Welke minimumdoelen oefen je hiermee?

Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken

  • Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.1.14

    De leerlingen kennen decimale getallen als uitbreiding van het plaatswaardesysteem via de breuken 110 en 1100 [I].

  • Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.1.19

    De leerlingen kunnen decimale getallen (tot op 1 honderdste):

  • Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.2.20

    De leerlingen kunnen standaardprocedures gebruiken voor decimale getallen (tot op 1 honderdste):

  • Wiskunde, 6de leerjaar, doel 2.2.7

    De leerling kan standaardprocedures gebruiken om het resultaat van een bewerking te vinden voor decimale getallen (tot op 1 duizendste):

Veelgestelde vragen

Hoe lees je een kommagetal correct voor?

Je kunt 2,35 lezen als 'twee komma vijfendertig', maar 'twee en vijfendertig honderdsten' toont beter wat het getal waard is. Vooral bij het aanleren helpt die tweede manier. Later gebruiken kinderen vlot allebei.

Waarom is 0,5 even groot als 0,50?

Vijf tienden is hetzelfde als vijftig honderdsten, net zoals een halve euro vijftig cent is. Een nul achteraan na de komma verandert de waarde niet. Een nul vlak na de komma wel: 0,05 is vijf honderdsten.

Wanneer leren kinderen kommagetallen?

In de meeste methodes starten kommagetallen in het vierde leerjaar met tienden en honderdsten. Duizendsten en vermenigvuldigen of delen met kommagetallen volgen in het vijfde en zesde leerjaar. Het exacte moment hangt af van de methode van je school.

Kunnen kinderen kommagetallen online oefenen?

Ja, 83 van de 87 oefeningen kommagetallen zijn ook online te maken, waaronder het cijferen met kommagetallen. Het kind typt de antwoorden met een komma in en krijgt automatische verbetering.

Hoe hangen kommagetallen samen met breuken?

Een kommagetal is een andere schrijfwijze voor een breuk met noemer 10, 100 of 1000. 0,3 is 3/10 en 0,25 is 25/100 of 1/4. Kinderen die die verbanden leggen, rekenen later vlotter met procenten.

Kommagetallen oefenen met je eigen werkblad

Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.