Vraagstukken: werkblaadjes en online oefeningen per leerjaar
Een vraagstuk is een rekenopgave in woorden: het kind leest een situatie, zoekt welke bewerking nodig is, rekent en schrijft een antwoordzin. Hier maak je vraagstukken voor elk leerjaar, van optellen en aftrekken tot 20 in het eerste tot alle bewerkingen tot 1 000 000 in het zesde, met oplossingsblad.
- Oefeningen
- 6
- Ook online
- 6
- Leerjaren
- Eerste tot zesde leerjaar
- Oplossingsblad
- Bij elk werkblad



Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk
Bijgewerkt op
Zo ziet een werkblad eruit
Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Vraagstukken

Vraagstukken

Vraagstukken
Probeer het zelf
Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.
Vraagstukken
Woordproblemen met optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen tot 100. Antwoordzin is voorgedrukt.
- De puzzel van Wout heeft 84 stukjes. Hij heeft er al 48 gelegd. Hoeveel stukjes moet hij nog leggen?
- Sara heeft 15 euro in haar spaarpot. Voor haar verjaardag krijgt zij 24 euro erbij. Hoeveel euro heeft zij nu?
- In de koelkast liggen 6 doosjes eieren. In elk doosje zitten 6 eieren. Hoeveel eieren zijn er in totaal?
Zonder account. Er wordt niets bewaard.
Welke vraagstukken passen bij welk leerjaar?
Een vraagstuk is pas haalbaar als de rekenstof erin al gekend is. Het kind moet zijn aandacht kunnen geven aan het begrijpen van de situatie, niet aan de som zelf. Daarom volgen de vraagstukken in De Oefenfabriek het getallenbereik van elk leerjaar.
In het eerste leerjaar gaat het om korte situaties met optellen en aftrekken tot 20. In het tweede leerjaar komen vermenigvuldigen en delen erbij, tot 100. Voor die twee leerjaren staat de antwoordzin al voorgedrukt, zodat het kind alleen het getal invult. Zo blijft de schrijflast klein.
Vanaf het derde leerjaar schrijft het kind de antwoordzin zelf op schrijflijnen. Het getallenbereik groeit mee tot 1000, 10 000, 100 000 en in het zesde leerjaar tot 1 000 000. Twijfel je, kies dan gerust een leerjaar lager: zo oefent het kind de aanpak zonder vast te lopen op de getallen. De tabel zet het overzicht op een rij.
| Leerjaar | Bewerkingen en bereik | Antwoordzin |
|---|---|---|
| Eerste leerjaar | Optellen en aftrekken tot 20 | Voorgedrukt |
| Tweede leerjaar | Alle bewerkingen tot 100 | Voorgedrukt |
| Derde leerjaar | Alle bewerkingen tot 1000 | Zelf schrijven |
| Vierde leerjaar | Alle bewerkingen tot 10 000 | Zelf schrijven |
| Vijfde leerjaar | Alle bewerkingen tot 100 000 | Zelf schrijven |
| Zesde leerjaar | Alle bewerkingen tot 1 000 000 | Zelf schrijven |
Hoe leer je een kind een vraagstuk aanpakken?
Veel kinderen lezen een vraagstuk één keer snel, pikken de getallen eruit en kiezen een bewerking op goed geluk. Een vast stappenplan helpt om dat te doorbreken. Belangrijker dan het exacte plan is dat de hele klas, en ook de zorgleerkracht of logopedist, dezelfde stappen gebruikt.
Een klassieke valkuil zijn signaalwoorden. 'Samen' betekent niet altijd optellen, en 'meer dan' kan bij een aftrekking horen: Lien heeft 5 knikkers meer dan Tom, Lien heeft er 12, hoeveel heeft Tom? Leer kinderen daarom de situatie te begrijpen in plaats van op losse woorden te jagen.
Voor kinderen met een taal- of leesprobleem is het vraagstuk vaak eerder een leesopdracht dan een rekenopdracht. Lees de tekst dan samen of laat het kind de situatie in eigen woorden navertellen. Zo zie je of het probleem in het begrijpen of in het rekenen zit.
- Lees het vraagstuk rustig, en lees het daarna nog een keer
- Zeg in eigen woorden wat er gebeurt
- Zoek wat gegeven is en wat gevraagd wordt
- Maak een tekening of schema
- Kies de bewerking en reken
- Controleer of het antwoord kan kloppen
- Schrijf een volledige antwoordzin
Wat kun je instellen bij vraagstukken in De Oefenfabriek?
Je kiest eerst het leerjaar. Dat bepaalt het getallenbereik en of de antwoordzin voorgedrukt is of door het kind zelf geschreven wordt. Daarna kies je welke bewerkingen in de vraagstukken mogen voorkomen: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen of een combinatie. Zo maak je bijvoorbeeld een blad met alleen deelvraagstukken als je klas net met delen begint.
Je bepaalt ook hoeveel vraagstukken op het blad staan. Voor een kind dat traag leest, kies je er beter minder, zodat de focus op het denken blijft. Elke keer dat je een werkblad maakt, krijg je nieuwe vraagstukken.
Het oplossingsblad geeft voor elk vraagstuk de uitkomst, zodat je snel kunt nakijken en daarna kunt bespreken hoe het kind tot zijn antwoord kwam. Alle vraagstukken kunnen ook online. Je zet ze klaar als huiswerk of laat ze in de klas maken met een link of QR-code.
Alle oefeningen vraagstukken
6 werkbladen, waarvan 6 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.
Leerjaar 1
- Vraagstukkenonline
Leerjaar 2
- Vraagstukkenonline
Leerjaar 3
- Vraagstukkenonline
Leerjaar 4
- Vraagstukkenonline
Leerjaar 5
- Vraagstukkenonline
Leerjaar 6
- Vraagstukkenonline
Welke minimumdoelen oefen je hiermee?
Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken
Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.6.1
De leerlingen kunnen wiskundige problemen oplossen met minstens 1 bewerking/handeling, door:
Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.2.11
De leerlingen kunnen betekenisvolle situaties omzetten naar bewerkingen met natuurlijke getallen en decimale getallen.
Wiskunde, 6de leerjaar, doel 2.6.1
De leerling kan wiskundige problemen oplossen met meerdere bewerkingen/handelingen, door:
Veelgestelde vragen
Waarom vinden kinderen vraagstukken moeilijker dan gewone sommen?
Bij een vraagstuk moet een kind eerst begrijpen wat er gebeurt en zelf kiezen welke bewerking nodig is. Dat vraagt leesvaardigheid, taalbegrip en rekenkennis tegelijk. Een kind dat de som wel kan maar het vraagstuk niet, heeft vaak vooral steun nodig bij het begrijpen van de tekst.
Wat is een antwoordzin?
Een antwoordzin is een volledige zin die het antwoord op de vraag geeft, zoals 'Tom heeft 7 knikkers.' Hij dwingt het kind om terug te kijken naar de vraag en de juiste eenheid te noteren. In het eerste en tweede leerjaar staat hij voorgedrukt, daarna schrijft het kind hem zelf.
Mag ik vraagstukken voorlezen aan een kind met leesproblemen?
Ja, als het doel van de oefening rekenen is en niet lezen, is voorlezen een redelijke aanpassing. Zo meet je wat het kind rekenkundig kan. Overleg wel met de zorgleerkracht of dat ook bij toetsen zo afgesproken is.
Zijn de vraagstukken ook online te maken?
Ja, de vraagstukken voor alle zes leerjaren kunnen online. Het kind leest het vraagstuk op het scherm en vult het antwoord in, dat automatisch verbeterd wordt. Je kunt ze per leerling als huiswerk klaarzetten.
Vraagstukken oefenen met je eigen werkblad
Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.