Breuken en procenten: werkblaadjes en online oefeningen
Een breuk beschrijft een deel van een geheel, zoals drie vierde van een pizza. Een procent is een breuk met noemer 100. Hier maak je werkblaadjes om breuken te herkennen, te ordenen, te vereenvoudigen en op te tellen of af te trekken, en om procenten te berekenen. Alle oefeningen kunnen ook online.
- Oefeningen
- 32
- Ook online
- 32
- Leerjaren
- Tweede tot zesde leerjaar
- Oplossingsblad
- Bij elk werkblad



Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk
Bijgewerkt op
Zo ziet een werkblad eruit
Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Welk deel is gekleurd?

Breuken invullen op getallenlijn

Optellen gelijknamige breuken

Deel van geheel
Probeer het zelf
Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.
Welk deel is gekleurd?
Welk deel van het geheel is gekleurd? Schrijf de juiste breuk op.
- Welke breuk stelt deze tekening voor?
Zonder account. Er wordt niets bewaard.
Welke stappen doorloopt een kind bij breuken?
Breuken beginnen met verdelen in gelijke delen. Een kind dat een taart eerlijk in vier verdeelt, legt de basis voor 1/4. Daarom start de leerlijn met tekeningen: welk deel is gekleurd, en kleur zelf het juiste deel. Pas daarna komen de namen teller en noemer en de stambreuken zoals 1/2, 1/3 en 1/4.
Vervolgens leert een kind breuken vergelijken en op de getallenlijn plaatsen. Dan volgen gelijkwaardige breuken: 2/4 en 1/2 zijn even groot. Dat inzicht is nodig om breuken te vereenvoudigen en gelijknamig te maken.
Optellen en aftrekken komt eerst met gelijke noemers, daarna met ongelijke noemers en tot slot met gehelen erbij, zoals 2 1/3 + 1/2. Een breuk van een getal nemen, zoals 3/4 van 20, is de brug naar procenten. In het vijfde en zesde leerjaar wordt een procent dan gewoon een breuk met noemer 100.
| Stap | Oefening in De Oefenfabriek | Meestal in |
|---|---|---|
| Deel van een geheel herkennen | Welk deel is gekleurd?, Kleur het juiste deel | Tweede en derde leerjaar |
| Teller, noemer en stambreuken | Onderdelen benoemen, stambreuken herkennen | Derde leerjaar |
| Vergelijken en ordenen | Rangschikken, breuken op de getallenlijn | Vierde leerjaar |
| Gelijkwaardig en vereenvoudigen | Gelijkwaardige breuken zoeken, vereenvoudigen | Vierde en vijfde leerjaar |
| Optellen en aftrekken | Gelijknamig, ongelijknamig, met gehelen | Vierde tot zesde leerjaar |
| Procenten | Deel van geheel, toename, afname, percentage bepalen | Vijfde en zesde leerjaar |
Waarom vinden kinderen breuken moeilijk?
Breuken breken een aantal regels die kinderen met gewone getallen hebben geleerd. Bij gehele getallen is 8 groter dan 4, maar 1/8 is kleiner dan 1/4. Een kind dat dat niet ziet, redeneert met de getallen in plaats van met de delen.
Een tweede klassieke fout is tellers en noemers gewoon optellen: 1/2 + 1/3 wordt dan 2/5. Wie het met een tekening controleert, ziet meteen dat de uitkomst kleiner is dan 1/2 en dus niet kan kloppen. Laat kinderen daarom lang genoeg tekenen, met balken of cirkels, voor ze puur met getallen werken.
Ook het geheel zorgt voor verwarring. De helft van een kleine pizza is minder dan de helft van een grote. Bij een breuk van een getal, zoals 2/3 van 12, helpt het om eerst in groepjes te verdelen: 12 in drie groepjes van 4, en daarvan neem je er twee. Oefeningen met groepjes maken die denkstap zichtbaar.
Wat kun je instellen bij breuken en procenten in De Oefenfabriek?
Bij Welk deel is gekleurd? kies je of de breuk getoond wordt met balken of met cirkels. Er is ook een niveau waarbij de figuur meer vakjes heeft dan de noemer, zodat het kind eerst groepjes moet maken. Bij Kleur het juiste deel kleurt het kind zelf, en met de optie Omzetten heeft de breuk een andere noemer dan het aantal vakjes.
Bij rangschikken kies je tussen gelijke en verschillende noemers, van klein naar groot of omgekeerd. Bij optellen en aftrekken kies je gelijknamig of ongelijknamig, met of zonder gehelen, of alles gemengd. Bij een breuk van een getal stel je de grootste noemer in.
Bij procenten kies je het soort opdracht, zoals een deel van een geheel, toename, afname of het percentage bepalen, en welke percentages er voorkomen. Alle 32 oefeningen zijn ook online te maken. Het oplossingsblad komt er altijd bij.
- Balken of cirkels bij het herkennen van breuken
- Niveau met groepjes maken of omzetten
- Gelijke of verschillende noemers bij rangschikken
- Gelijknamig, ongelijknamig en met gehelen bij optellen en aftrekken
- Keuze van percentages bij procenten
Alle oefeningen breuken en procenten
32 werkbladen, waarvan 32 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.
Makkelijk
- Deel van geheelonline
- Toename berekenenonline
Moeilijk
- Afname berekenenonline
- Percentage bepalenonline
Getallenkennis
- Onderdelen breuk benoemenonline
- Gelijknamige breuken aanduidenonline
- Gelijkwaardige breuken aanduidenonline
- Stambreuken herkennenonline
- Gelijknamig maken van breukenonline
- Welk deel is gekleurd?online
- Kleur het juiste deelonline
- Breuken invullen op getallenlijnonline
- Rangschikken (gelijke noemers, klein→groot)online
- Rangschikken (gelijke noemers, groot→klein)online
- Rangschikken (verschillende noemers, klein→groot)online
- Rangschikken (verschillende noemers, groot→klein)online
- Breuk nemen van getalonline
- Vereenvoudigen breukenonline
- Gelijkwaardige breuken zoekenonline
Bewerkingen
- Getal vermenigvuldigen met breukonline
- Optellen gelijknamige breukenonline
- Aftrekken gelijknamige breukenonline
- Optellen gelijknamige breuken met gehelenonline
- Aftrekken gelijknamige breuken met gehelenonline
- Gemengde oefeningen gelijknamig (+ en -)online
- Optellen ongelijknamige breukenonline
- Aftrekken ongelijknamige breukenonline
- Optellen ongelijknamige breuken met gehelenonline
- Aftrekken ongelijknamige breuken met gehelenonline
- Gemengde oefeningen ongelijknamig (+ en -)online
- Gemengde oefeningen met gehelen (+ en -)online
- Gemengde oefeningen met/zonder gehelen (+ en -)online
Welke minimumdoelen oefen je hiermee?
Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken
Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.1.12
De leerlingen kennen een breuk als operator en als deel van een geheel, hierbij is het geheel [I]:
Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.2.24
De leerlingen kunnen bij breuken waarbij de noemer beperkt is tot en met 20:
Wiskunde, 6de leerjaar, doel 2.1.13
De leerling kent een procent als een breuk met noemer 100 [I].
Wiskunde, 6de leerjaar, doel 2.2.18
De leerling kan een procent van een getal nemen.
Past hier goed bij
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen gelijknamige en gelijkwaardige breuken?
Gelijknamige breuken hebben dezelfde noemer, zoals 2/5 en 4/5. Gelijkwaardige breuken zijn even groot, ook al zien ze er anders uit, zoals 1/2 en 3/6. Om ongelijknamige breuken op te tellen, maak je ze eerst gelijknamig met behulp van gelijkwaardige breuken.
Hoe neem je een breuk van een getal?
Deel het getal door de noemer en vermenigvuldig dan met de teller. Voor 3/4 van 20 is dat 20 : 4 = 5 en 5 × 3 = 15. Met een tekening van vier groepjes van vijf zien kinderen waarom dat werkt.
Wanneer starten kinderen met procenten?
Procenten komen in de meeste methodes in het vijfde en zesde leerjaar, wanneer breuken en kommagetallen goed gekend zijn. Kinderen leren dat 25 procent hetzelfde is als 1/4 en als 0,25. Korting en btw zijn daarna herkenbare toepassingen, die je bij geldrekenen vindt.
Kunnen breuken online geoefend worden?
Ja, alle oefeningen rond breuken en procenten kunnen online. Bij breuken typt het kind de teller en de noemer in twee aparte vakjes. De verbetering gebeurt automatisch.
Breuken en procenten oefenen met je eigen werkblad
Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.