Hoofdrekenen werkblaadjes en online oefeningen
Hoofdrekenen is optellen en aftrekken in je hoofd, met handige tussenstappen in plaats van de getallen onder elkaar te zetten. Hier maak je werkblaadjes per niveau, van splitsingen tot 10 tot sommen tot 1 000 000, met of zonder brug en met puntoefeningen. Elk blad krijgt een oplossingsblad en kan ook online.
- Oefeningen
- 162
- Ook online
- 162
- Leerjaren
- Eerste tot zesde leerjaar
- Oplossingsblad
- Bij elk werkblad



Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk
Bijgewerkt op
Zo ziet een werkblad eruit
Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Splitsingen tot 10

E + E (6 + 7)

TE-TE (42-17)

HT+TE
Probeer het zelf
Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.
Splitsingen tot 10
Splits getallen tot 10.
Zonder account. Er wordt niets bewaard.
In welke volgorde bouw je hoofdrekenen op?
Hoofdrekenen bouw je op in kleine stappen, waarbij elk niveau steunt op het vorige. De basis zijn de splitsingen tot 10: wie weet dat 7 bestaat uit 4 en 3, kan later 47 + 3 vlot uitrekenen. Daarna komt optellen en aftrekken tot 20, eerst zonder brug, zoals 14 + 2, en daarna met brug, zoals 6 + 7.
In het tweede leerjaar volgen de getallen tot 100. Ook daar komt eerst zonder brug, met tientallen en eenheden apart, en dan met brug. Sommen die precies op een tiental uitkomen, zoals 27 + 3, vormen een handige tussenstap naar echte brugsommen.
Vanaf het derde leerjaar gaat het tot 1000 en verder. De denkwijze blijft dezelfde, alleen met meer rangen. Een kind dat bij een nieuw bereik vastloopt, mist vaak een eerdere stap. Ga dan even terug in plaats van harder te oefenen op het moeilijke niveau.
| Niveau | Voorbeeld | Meestal in |
|---|---|---|
| Splitsingen en sommen tot 10 | 4 + 3, 10 - 7 | Eerste leerjaar |
| Tot 20 zonder brug | 14 + 2, 18 - 12 | Eerste leerjaar |
| Tot 20 met brug | 6 + 7, 12 - 9 | Eerste en tweede leerjaar |
| Tot 100 zonder brug | 41 + 56, 77 - 20 | Tweede leerjaar |
| Tot 100 met brug | 56 + 17, 42 - 17 | Tweede en derde leerjaar |
| Tot 1000 | 270 + 30, 287 + 13 | Derde leerjaar |
| Tot 10 000 en verder | 3200 + 2000, 32 400 + 14 300 | Vierde tot zesde leerjaar |
Wat is het verschil tussen hoofdrekenen met en zonder brug?
Bij een som zonder brug blijf je binnen hetzelfde tiental. Bij 34 + 5 tel je de eenheden op en het tiental verandert niet. Bij een som met brug ga je over het tiental heen: bij 38 + 5 kom je van de dertig in de veertig terecht.
De brug is voor veel kinderen een echte drempel. Een veelgebruikte aanpak is aanvullen tot het tiental en dan verder rekenen: 38 + 2 = 40, en dan nog 3 erbij is 43. Dat lukt pas vlot als de splitsingen tot 10 echt geautomatiseerd zijn. Aftrekken met brug, zoals 42 - 17, is meestal nog lastiger, omdat het kind tegelijk moet terugtellen en splitsen.
Een typische fout is de eenheden van groot naar klein aftrekken: 42 - 17 wordt dan 35, omdat 7 - 2 = 5. Laat het kind de tussenstap noteren of hardop zeggen. Werkbladen met extra ruimte voor tussenstappen maken die denkstap zichtbaar, zodat je ziet waar het misloopt.
Wat zijn puntoefeningen en wanneer gebruik je ze?
Een puntoefening is een som waarin niet de uitkomst ontbreekt, maar een van de getallen. Het kind ziet bijvoorbeeld 3 + ... = 7 of ... + 4 = 9 en zoekt het ontbrekende getal. Op het werkblad verschijnt daarvoor een leeg vakje.
Puntoefeningen vragen een andere denkstap dan een gewone som. Het kind moet de som als geheel bekijken en de relatie tussen optellen en aftrekken gebruiken: 3 + ... = 7 los je op met 7 - 3. Daardoor zijn ze een goede controle of een kind echt inzicht heeft, of alleen een rekenprocedure volgt.
Gebruik ze pas als de gewone sommen op dat niveau vlot gaan. Ze werken goed als uitbreiding voor sterke rekenaars en als herhaling achteraf. Bij een kind dat vastloopt, helpt het om eerst het verband te leggen met splitsingen: welk getal hoort bij 3 om samen 7 te maken?
In De Oefenfabriek bestaan puntoefeningen voor elk niveau, van tot 10 tot 1 000 000.
Wat kun je instellen bij hoofdrekenen in De Oefenfabriek?
Je kiest eerst het niveau en het patroon. Een patroon beschrijft de vorm van de som met letters voor de rangen: E voor eenheden, T voor tientallen, H voor honderdtallen. TE + E betekent dus een getal zoals 56 plus een eenheid zoals 3. Zo kun je heel gericht oefenen op één soort som, of juist een mix per bereik maken.
Met Mix samenstellen bouw je één blad met optellen, aftrekken, splitsingen en puntoefeningen door elkaar, binnen het bereik dat je kiest. Je bepaalt zelf hoeveel opgaven van elke soort erop staan.
Voor kinderen die tussenstappen nodig hebben, zet je extra ruimte onder elke som aan. Vanaf 1000 kan ook één oefening per rij, met een lang invulvak voor loskoppelen of onderstrepen. Elk werkblad heeft een oplossingsblad, en alle 162 hoofdrekenoefeningen kunnen ook online, met automatische verbetering.
- Niveau van tot 10 tot tot 1 000 000
- Zonder brug, met brug of een mix
- Patroon kiezen, zoals T + E, TE - TE of HTE + TE
- Puntoefeningen met het ontbrekende getal in een vakje
- Mix samenstellen met verschillende soorten sommen
- Extra ruimte voor tussenstappen of één oefening per rij
Alle oefeningen hoofdrekenen
162 werkbladen, waarvan 162 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.
Tot 10
- Splitsingen tot 10online
- Samenvoegen tot 10online
- E + E (4 + 3)online
- T - E (10 - 7)online
- E - E (6 - 2)online
Tot 10 - Mix
- Mix Tot 10online
Tot 20 - Zonder brug
- T + E (10 + 3)online
- E + T (3 + 10)online
- TE + E (14 + 2)online
- TE - E (15 - 3)online
- 20 - E (20 - 7)online
- 20 - TE (20 - 13)online
- TE - TE (18 - 12)online
Tot 20 - Met brug
- E + E (6 + 7)online
- TE - E (12 - 9)online
Tot 20 - Mix
- Mix Tot 20online
- Splitsingen tot 20online
- Samenvoegen tot 20online
Tot 100 - Zonder brug
- T+T (50+20)online
- T+E (30+7)online
- E+T (7+30)online
- TE+E (56+3)online
- E+TE (3+56)online
- TE+T (53+30)online
- T+TE (40+34)online
- TE+TE (41+56)online
- T-T (60-30)online
- TE-E (39-4)online
- TE-T (77-20)online
- TE-TE (77-42)online
- T-E (30-7)online
- T-TE (90-34)online
Tot 100 - Met brug
- TE+E (46+7)online
- E+TE (7+46)online
- TE+TE (56+17)online
- TE-E (28-9)online
- TE-TE (42-17)online
- TE+E=T (27+3=30)online
- E+TE=T (3+27=30)online
- TE+TE=T (27+13=40)online
- T−E=TE (30−3=27)online
- T−TE=TE (50−13=37)online
Mix samenstellen
- Mix samenstellenonline
Tot 100 - Mix
- Mix Tot 100online
Tot 1000 - Zonder brug
- H+Eonline
- H+Tonline
- H+Honline
- H+HTonline
- H+HEonline
- H+TEonline
- H+HTEonline
- HT+Eonline
- HT+Tonline
- HT+Honline
- HT+HTonline
- HT+HEonline
- HT+TEonline
- HT+HTEonline
- HE+Eonline
- HE+Tonline
- HE+Honline
- HE+HTonline
- HE+HEonline
- HE+TEonline
- HE+HTEonline
- TE+Eonline
- TE+Tonline
- TE+Honline
- TE+HTonline
- TE+HEonline
- TE+TEonline
- TE+HTEonline
- HTE+Eonline
- HTE+Tonline
- HTE+Honline
- HTE+HTonline
- HTE+HEonline
- HTE+TEonline
- HTE+HTEonline
Tot 1000 - Met brug
- T+Tonline
- HT+Tonline
- HT+HTonline
- HT+TEonline
- HT+HTEonline
- HE+TEonline
- HE+HTEonline
- TE+Tonline
- TE+HTonline
- TE+TEonline
- TE+HTEonline
- HTE+Tonline
- HTE+HTonline
- HTE+TEonline
- HTE+HTEonline
- HT-Tonline
- HT-HTonline
- HT-TEonline
- HTE-Tonline
- HTE-HTonline
- HTE+Eonline
- HTE+HEonline
- HTE+TEonline
- HTE+HTEonline
- HTE-Eonline
- HTE-HEonline
- HTE-TEonline
- HTE+TEonline
- HTE+HTEonline
- HTE-TEonline
- HTE-HTEonline
- HTE+E=HT (287+3=290)online
- E+HTE=HT (3+287=290)online
- HTE+TE=HT (287+13=300)online
- HT−E=HTE (290−3=287)online
- HT−TE=HTE (300−13=287)online
- HT+T=H (270+30=300)online
- T+HT=H (30+270=300)online
- HT+HT=H (180+120=300)online
- H−T=HT (300−30=270)online
- H−HT=HT (500−150=350)online
Tot 1000 - Mix
- Mix Tot 1000online
Tot 10 000
- D + D (5000 + 2000)online
- DH + D (3200 + 2000)online
- DHT + D (3450 + 2000)online
- DHTE + D (2356 + 2000)online
- DH + DH (2300 + 1400)online
- DH + H (3200 + 300)online
- DT + H (3030 + 400)online
- DE + H (3002 + 400)online
- DT + DT (2030 + 3040)online
- DE + DE (2003 + 4002)online
- DHTE + DHTE (2345 + 3412)online
Tot 10 000 - Mix
- Mix Tot 10 000online
Tot 100 000
- TD + TD (53 000 + 21 000)online
- TD + D (32 000 + 5000)online
- TDH + TDH (32 400 + 14 300)online
- TDHT + TDHT (34 560 + 12 340)online
- TDHTE + TDHTE (23 456 + 12 314)online
- TDH + H (32 400 + 300)online
- TDT + H (35 040 + 400)online
- TDE + H (35 002 + 400)online
- TDT + TDT (23 030 + 34 040)online
- TDE + TDE (25 003 + 43 002)online
Tot 100 000 - Mix
- Mix Tot 100 000online
Tot 1 000 000
- HDT + HDT (523 000 + 214 000)online
- HDT + TD (325 000 + 21 000)online
- HDTH + HDTH (324 500 + 142 300)online
- HDTHT + HDTHT (345 670 + 123 450)online
- HDTHTE + HDTHTE (234 567 + 123 214)online
- HDTH + H (324 500 + 300)online
- HDTT + H (325 040 + 400)online
- HDTE + H (325 002 + 400)online
- HDTT + HDTT (234 050 + 345 060)online
- HDTE + HDTE (234 003 + 453 002)online
Tot 1 000 000 - Mix
- Mix Tot 1 000 000online
Tot 10 - Puntoefeningen
- Puntoefeningen tot 10online
Tot 20 - Puntoefeningen
- Puntoefeningen tot 20online
Tot 100 - Puntoefeningen
- Puntoefeningen tot 100online
Tot 1000 - Puntoefeningen
- Puntoefeningen tot 1 000online
Tot 10 000 - Puntoefeningen
- Puntoefeningen tot 10 000online
Tot 100 000 - Puntoefeningen
- Puntoefeningen tot 100 000online
Tot 1 000 000 - Puntoefeningen
- Puntoefeningen tot 1 000 000online
Welke minimumdoelen oefen je hiermee?
Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken
Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.1.1
De leerlingen kennen paraat de splitsingen tot en met 10 [F].
Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.2.16
De leerlingen kennen paraat de optellingen en aftrekkingen tot en met 20 [F].
Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.2.18
De leerlingen kunnen standaardprocedures gebruiken voor natuurlijke getallen tot en met 1 000 en grotere getallen met eindnullen:
Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.2.14
De leerlingen kunnen flexibel een doelmatige rekenmethode uitkiezen, uitvoeren en verantwoorden op basis van inzicht in de getalstructuur en begrip van de rekenhandelingen. Keuze uit:
Veelgestelde vragen
Wat betekenen de letters T, E en H bij hoofdrekenen?
Ze staan voor de rangen in een getal: E voor eenheden, T voor tientallen, H voor honderdtallen en D voor duizendtallen. TE + E is dus een som zoals 56 + 3, en HT + T een som zoals 270 + 30. Kinderen hoeven die codes niet te kennen, ze helpen jou om het juiste niveau te kiezen.
Wat is het verschil tussen hoofdrekenen en cijferen?
Bij hoofdrekenen reken je met de getallen als geheel en gebruik je handige tussenstappen, zoals eerst de tientallen en dan de eenheden. Bij cijferen zet je de getallen onder elkaar en reken je cijfer per cijfer volgens een vaste procedure. Hoofdrekenen komt eerst en blijft ook later belangrijk om te schatten en te controleren.
Mag een kind op de vingers tellen bij hoofdrekenen?
In het begin is dat een normale steun. Het doel is wel dat een kind de splitsingen en sommen tot 20 op termijn vlot kent zonder te tellen. Blijft een kind lang tellen, oefen dan gericht de splitsingen tot 10 en gebruik een tienveld of rekenrek als tussenstap.
Hoe vaak oefen je best hoofdrekenen?
Korte, regelmatige oefenmomenten werken in de praktijk beter dan één lange reeks per week. Een werkblad met tien tot twintig sommen of een korte online oefening is vaak genoeg. Belangrijk is dat het niveau klopt, zodat het kind vooral juiste antwoorden oefent.
Kan ik hoofdrekenen online als huiswerk geven?
Ja, alle hoofdrekenoefeningen kunnen ook online. Je zet een oefening klaar voor een leerling, de ouders krijgen een link, en het kind typt de antwoorden in. De verbetering gebeurt automatisch en jij ziet de score in je overzicht.
Hoofdrekenen oefenen met je eigen werkblad
Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.