Geldrekenen werkblaadjes en online oefeningen
Geldrekenen is rekenen met euro en eurocent: munten en biljetten herkennen, bedragen samenstellen, prijzen vergelijken en betalen. In de hogere leerjaren komen korting, btw, intrest en winst en verlies erbij. Hier maak je werkblaadjes met munten en biljetten, van kleine bedragen tot grotere sommen, telkens met een oplossingsblad.
- Oefeningen
- 35
- Ook online
- 24
- Leerjaren
- Eerste tot zesde leerjaar
- Oplossingsblad
- Bij elk werkblad



Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk
Bijgewerkt op
Zo ziet een werkblad eruit
Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Euro munten herkennen

Munten rangschikken (laag → hoog)

Hoeveel is het samen?

Wat kan ik kopen?
Probeer het zelf
Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.
Bedragen samenstellen
Kleur de munten en biljetten in die je nodig hebt voor dit bedrag
- Welke munten en biljetten heb je nodig om €3,80 te maken? Klik aan.
- Welke munten en biljetten heb je nodig om €12 te maken? Klik aan.
- Welke munten en biljetten heb je nodig om €6,50 te maken? Klik aan.
Zonder account. Er wordt niets bewaard.
Welke geldoefeningen passen bij welk leerjaar?
Geldrekenen loopt door de hele lagere school, telkens gekoppeld aan het getallenbereik dat een kind beheerst. In het eerste leerjaar leert een kind munten herkennen en kleine bedragen tellen. Later volgen bedragen samenstellen, wisselgeld en prijzen vergelijken. In het vijfde en zesde leerjaar wordt geld een context voor procenten: korting, btw, intrest en winst en verlies.
De oefeningen in De Oefenfabriek volgen die opbouw in vijf groepen: herkennen, ordenen en vergelijken, bedragen, prijzen, en daarna de procentrekening rond korting, intrest, btw en winst en verlies. Je kiest dus eerst de groep die past bij waar het kind staat, en stelt dan het bedrag in.
Een kind dat met geld leert rekenen, oefent tegelijk optellen, aftrekken en kommagetallen in een herkenbare situatie. Dat maakt geld ook een goede brug naar abstractere rekenstof. De tabel geeft een richtlijn per leerjaar.
| Onderdeel | Voorbeelden | Meestal in |
|---|---|---|
| Herkennen | Centen, euromunten en biljetten | Eerste en tweede leerjaar |
| Ordenen en vergelijken | Munten rangschikken, bedragen vergelijken met <, > en = | Eerste en tweede leerjaar |
| Bedragen | Hoeveel samen, hoeveel over, met zo weinig mogelijk munten betalen | Tweede en derde leerjaar |
| Prijzen | Wat kan ik kopen, hoeveel geld nog nodig, prijzen schatten | Derde en vierde leerjaar |
| Korting, btw, intrest, winst en verlies | Prijs na korting, prijs inclusief btw | Vijfde en zesde leerjaar |
Hoe maak je geldrekenen concreet voor kinderen?
Veel kinderen betalen zelden nog met munten en biljetten. Wat vroeger vanzelf ging aan de kassa, moet nu bewust geoefend worden. Echte of speelgeldmunten op tafel zijn daarom een sterke start, net als een klein winkeltje in de klas of de therapieruimte.
Een klassieke valkuil is dat een kind munten telt in plaats van hun waarde. Twee munten lijken meer dan één, ook als die ene een munt van 2 euro is. Oefeningen waarin het kind bedragen vergelijkt of zoekt wat evenveel is, maken dat zichtbaar.
Een tweede struikelblok is de overgang tussen euro en cent. Dat 1 euro evenveel is als 100 cent, moet een kind echt doorhebben voor het €1,50 kan lezen. Laat bedragen daarom eerst in woorden noteren, zoals 1 euro en 50 cent, en pas dan in cijfers.
Bij wisselgeld helpt aanvullen meer dan aftrekken: van €3,60 naar €5 tel je bij, zoals een kassier.
Wat kun je instellen bij geldrekenen in De Oefenfabriek?
Bij de oefeningen met bedragen en prijzen kies je het maximale bedrag. Voor jonge kinderen kan dat tot €5 of €10, voor oudere leerlingen hoger. Je bepaalt ook de nauwkeurigheid: alleen hele euro's, per 10 cent of tot op de cent. Hele euro's zijn voor beginners het makkelijkst.
Munten die je klas nog niet kent, kun je weglaten. Zo laat je in het eerste leerjaar bijvoorbeeld de kleine centen achterwege. Bedragen toon je als tekst of als afbeeldingen van biljetten, en je noteert ze in cijfers zoals €1,50 of in woorden zoals 1 euro en 50 cent.
Voor het vijfde en zesde leerjaar zijn er oefeningen rond korting in euro en in procent, btw met de tarieven 6, 12 en 21 procent, intrest over een of meerdere jaren, en winst en verlies met inkoopprijs en verkoopprijs. 24 van de 35 geldoefeningen kunnen ook online.
- Maximaal bedrag, van tot €5 tot grotere sommen
- Nauwkeurigheid: hele euro's, 10 cent of 1 cent
- Munten weglaten die de klas nog niet kent
- Bedragen in cijfers of in woorden, als tekst of als biljetten
- Korting, btw, intrest en winst en verlies voor de hogere leerjaren
Alle oefeningen geldrekenen
35 werkbladen, waarvan 24 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.
Herkennen
- Centen herkennenonline
- Euro munten herkennenonline
- Biljetten herkennenonline
Ordenen & Vergelijken
- Munten rangschikken (laag → hoog)online
- Munten rangschikken (hoog → laag)online
- Vergelijken van waardeonline
- Geld vergelijken < > =online
Bedragen
- Hoeveel is het samen?online
- Hoeveel over?online
- Bedragen samenstellenonline
- Bedragen samenstellen (minimum)online
- Wat is evenveel?online
- Groepjes makenonline
Prijzen
- Prijzen vergelijkenonline
- Prijzen schattend vergelijkenonline
- Schatten wat de prijs is (met afbeeldingen)
- Wat kan ik kopen?online
- Hoeveel geld nog nodig?online
Korting
- Korting berekenen (in euro)online
- Korting berekenen (in procent)online
- Korting berekenen (woordproblemen)online
Intrest
- Intrest berekenen (tabel)online
- Intrest berekenen (woordproblemen)online
BTW
- BTW berekenen (prijs incl. BTW)online
- BTW berekenen (prijs excl. BTW)online
Winst en verlies
- Winst berekenen
- Verlies berekenen
- Verkoopprijs berekenen (bij winst)
- Verkoopprijs berekenen (bij verlies)
- Inkoopprijs berekenen (bij winst)
- Inkoopprijs berekenen (bij verlies)
- Tabel winst en verlies aanvullen
- Winst of verlies bepalen
- Winst en verlies (meerkeuze)
- Winst en verlies (vraagstukken)
Welke minimumdoelen oefen je hiermee?
Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken
Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.3.26
De leerlingen kennen de waarde van alle muntstukken en bankbiljetten van de euro [F].
Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.3.29
De leerlingen kunnen tot op 1 eurocent nauwkeurig betalen, wisselen, teruggeven, inschatten.
Wiskunde, 4de leerjaar, doel 2.3.30
De leerlingen kunnen de totaalprijs van verschillende artikelen berekenen.
Wiskunde, 6de leerjaar, doel 2.3.24
De leerling kan een prijs (inkoopprijs, verkoopprijs, winst, verlies, korting of hun percentage) bepalen als twee van de drie prijzen gegeven zijn.
Veelgestelde vragen
Vanaf wanneer kan een kind met geld rekenen?
Munten herkennen en kleine bedragen tellen kan al in het eerste leerjaar, met bedragen tot €5 of €10 en zonder kleine centen. Rekenen tot op de cent volgt later, als het kind de getallen tot 100 begrijpt. Tegen het einde van het vierde leerjaar kan een kind tot op de cent betalen en teruggeven.
Hoe oefen je wisselgeld teruggeven?
Gebruik de oefening Hoeveel over? en laat het kind aanvullen vanaf de prijs tot het betaalde bedrag. Dat is hoe een kassier werkt en voor veel kinderen eenvoudiger dan aftrekken. Met echte munten erbij wordt het nog concreter.
Wat is het verschil tussen inkoopprijs en verkoopprijs?
De inkoopprijs is wat een winkelier betaalt om iets aan te kopen. De verkoopprijs is wat de klant betaalt. Is de verkoopprijs hoger, dan is het verschil winst. Is hij lager, dan is het verlies.
Kunnen de geldoefeningen ook online?
De meeste wel: 24 van de 35 geldoefeningen kunnen online, van munten herkennen tot korting, intrest en btw. De oefeningen rond winst en verlies en het schatten van prijzen met afbeeldingen zijn voorlopig alleen als werkblad beschikbaar.
Geldrekenen oefenen met je eigen werkblad
Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.