Telwoorden oefenen: hoofdtelwoorden en rangtelwoorden
Telwoorden zijn woorden die een aantal of een plaats in een rij aangeven. Hoofdtelwoorden zeggen hoeveel er zijn, zoals drie of twintig. Rangtelwoorden zeggen op welke plaats iets staat, zoals derde of twintigste. Met deze werkblaadjes leert een kind beide soorten herkennen in losse zinnen en in korte verhalen.
- Oefeningen
- 16
- Ook online
- 16
- Leerjaren
- Derde tot vierde leerjaar
- Oplossingsblad
- Bij elk werkblad



Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk
Bijgewerkt op
Zo ziet een werkblad eruit
Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Hoofdtelwoorden herkennen (1 per zin)

Hoofdtelwoorden herkennen (1 per zin)

Rangtelwoorden herkennen (meerdere per zin)
Probeer het zelf
Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.
Hoofdtelwoorden herkennen (1 per zin)
10 zinnen. Omcirkel het hoofdtelwoord (zeven, twintig...).
- In dat restaurant werken veel vriendelijke mensen.
- In dat kleine dorp wonen weinig mensen.
- Op het plein staan tien fietsen.
Zonder account. Er wordt niets bewaard.
Wat is het verschil tussen hoofdtelwoorden en rangtelwoorden?
Een hoofdtelwoord geeft een aantal aan. Het antwoordt op de vraag hoeveel: ik heb drie broers, er zitten twintig kinderen in de klas. Een rangtelwoord geeft een plaats in een volgorde aan. Het antwoordt op de vraag de hoeveelste: ik werd derde, het is vandaag de twintigste.
Bijna elk hoofdtelwoord heeft een rangtelwoord als tegenhanger. De meeste rangtelwoorden maak je door -de of -ste achter het hoofdtelwoord te zetten. Een paar zijn onregelmatig: bij een hoort eerste en bij drie hoort derde.
Kinderen halen de twee soorten soms door elkaar als ze in dezelfde zin staan, bijvoorbeeld in 'de vijfde keer dat ik twee doelpunten maakte'. Een handige vraag is dan: telt het woord hoeveel er zijn, of zegt het welke in de rij? De tabel toont enkele paren naast elkaar.
| Hoofdtelwoord | Rangtelwoord |
|---|---|
| een | eerste |
| twee | tweede |
| drie | derde |
| acht | achtste |
| twaalf | twaalfde |
| twintig | twintigste |
| honderd | honderdste |
Hoe schrijf je telwoorden in letters?
Telwoorden in letters volgen enkele vaste afspraken. Getallen tot duizend schrijf je aan elkaar, hoe lang ze ook worden: tweehonderdvijftig, negenhonderdnegenennegentig. Na duizend komt een spatie: tweeduizend driehonderd.
Tussen de eenheden en de tientallen staat en: vierentwintig, zesenvijftig. Volgt en op een klinker e, dan krijgt die e een trema om duidelijk te maken waar een nieuwe klank begint: tweeëntwintig, drieëndertig.
Rangtelwoorden eindigen op -de of -ste. Op -ste eindigen eerste en achtste, en de rangtelwoorden die eindigen op twintig of een hoger tiental, op honderd of op duizend: twintigste, eenentwintigste, honderdste. De andere eindigen op -de, zoals tweede, vierde, elfde, negentiende en honderdtweede.
Tot slot het woordje een. Als lidwoord schrijf je het zonder accenten, zoals in een appel. Als hoofdtelwoord mag je accenten zetten wanneer het anders verwarrend is: ik heb één appel, niet twee. Op de werkblaadjes staan de telwoorden in letters, zodat een kind ze als woord leert herkennen.
Welke oefeningen op telwoorden maak je in De Oefenfabriek?
Er zijn 16 oefeningen op telwoorden. Hoofdtelwoorden en rangtelwoorden hebben elk drie oefenvormen: één telwoord zoeken per zin, alle telwoorden zoeken in een zin en alle telwoorden zoeken in een kort verhaal. Elke vorm bestaat in een makkelijke en een moeilijke versie.
Daarnaast zijn er mixbladen met beide soorten door elkaar. Het kind omcirkelt de hoofdtelwoorden en onderlijnt de rangtelwoorden. Zo moet het bij elk telwoord nadenken welke soort het is, wat de mixbladen een goede afsluiter maakt nadat beide soorten apart geoefend zijn.
Telwoorden sluiten goed aan bij rekenen. Een kind dat tot honderd kan tellen, kent de woorden al; hier leert het ze als woordsoort zien. Bij elk werkblad hoort een oplossingsblad. Online tikt het kind de telwoorden aan en krijgt het meteen te zien wat juist was. Je zet de oefening klaar als huiswerk met een link of QR-code.
Alle oefeningen telwoorden
16 werkbladen, waarvan 16 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.
Makkelijk
- Hoofdtelwoorden herkennen (1 per zin)online
- Hoofdtelwoorden herkennen (meerdere per zin)online
- Hoofdtelwoorden in verhaalonline
- Rangtelwoorden herkennen (1 per zin)online
- Rangtelwoorden herkennen (meerdere per zin)online
- Rangtelwoorden in verhaalonline
- Telwoorden herkennen (mix)online
- Telwoorden in verhaal (mix)online
Moeilijk
- Hoofdtelwoorden herkennen (1 per zin)online
- Hoofdtelwoorden herkennen (meerdere per zin)online
- Hoofdtelwoorden in verhaalonline
- Rangtelwoorden herkennen (1 per zin)online
- Rangtelwoorden herkennen (meerdere per zin)online
- Rangtelwoorden in verhaalonline
- Telwoorden herkennen (mix)online
- Telwoorden in verhaal (mix)online
Welke minimumdoelen oefen je hiermee?
Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken
Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.4.9
De leerlingen kennen woorden:
Past hier goed bij
Per leerjaar
Veelgestelde vragen
Is een telwoord in cijfers ook een telwoord?
Ja, 3 en drie betekenen hetzelfde. Op de werkblaadjes staan de telwoorden in letters, omdat het kind ze dan als woord in de zin leert herkennen.
Zijn woorden zoals veel en weinig ook telwoorden?
In de grammatica heten ze onbepaalde telwoorden, omdat ze geen precies aantal noemen. Deze werkblaadjes richten zich op hoofdtelwoorden en rangtelwoorden met een precies getal.
Waarom eindigt achtste op -ste en negende op -de?
Dat is een vaste afspraak in het Nederlands. Eerste en achtste eindigen op -ste, net als twintigste, honderdste, duizendste en de woorden die daarop eindigen. De andere eindigen op -de. Je leert ze het best door ze vaak te zien en te gebruiken.
In welk leerjaar leer je telwoorden?
Het telwoord hoort volgens de minimumdoelen bij de woordsoorten die een kind tegen het einde van het vierde leerjaar kent. Veel scholen behandelen het in het derde of vierde leerjaar.
Telwoorden oefenen met je eigen werkblad
Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.