Voornaamwoorden oefenen
Voornaamwoorden zijn woorden die in de plaats van een naam of zelfstandig naamwoord komen of er iets over zeggen. Persoonlijke voornaamwoorden zoals ik, jij en hem verwijzen naar personen of dingen. Bezittelijke voornaamwoorden zoals mijn, jouw en hun zeggen van wie iets is. Met deze werkblaadjes leert een kind beide soorten herkennen.
- Oefeningen
- 12
- Ook online
- 12
- Leerjaren
- Vierde tot vijfde leerjaar
- Oplossingsblad
- Bij elk werkblad



Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk
Bijgewerkt op
Zo ziet een werkblad eruit
Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Persoonlijke vnw herkennen (1 per zin)

Persoonlijke vnw herkennen (1 per zin)

Bezittelijke vnw herkennen (1 per zin)
Probeer het zelf
Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.
Persoonlijke vnw herkennen (1 per zin)
10 zinnen. Omcirkel het persoonlijk voornaamwoord (ik, jij, hij...).
- Hij woont in het zevende huis.
- Ik heb twee potloden in mijn pennenzak.
- We horen een vreemd geluid in het stille huis.
Zonder account. Er wordt niets bewaard.
Wat zijn persoonlijke voornaamwoorden?
Een persoonlijk voornaamwoord vervangt een persoon, een dier of een ding, zodat je de naam niet steeds hoeft te herhalen. In 'Lotte fietst naar school. Ze is laat.' verwijst ze naar Lotte.
Persoonlijke voornaamwoorden hebben een vorm voor elke persoon: wie spreekt, tegen wie je spreekt en over wie je spreekt, telkens in het enkelvoud en het meervoud. Bovendien hebben de meeste twee vormen. Als onderwerp gebruik je ik, jij of hij. Na een werkwoord of voorzetsel gebruik je vaak een andere vorm: hij ziet mij, ik geef het aan hem.
Veel voornaamwoorden hebben ook een korte, onbeklemtoonde vorm, zoals je naast jij, ze naast zij en me naast mij. Die korte vormen zijn ook persoonlijke voornaamwoorden. Kinderen vergeten ze vaak, omdat ze minder opvallen in de zin. De tabel geeft een overzicht van de vormen die het kind op de werkblaadjes tegenkomt.
| Persoon | Als onderwerp | Na werkwoord of voorzetsel |
|---|---|---|
| 1ste enkelvoud | ik | mij, me |
| 2de enkelvoud | jij, je, u | jou, je, u |
| 3de enkelvoud | hij, zij, ze, het | hem, haar, het |
| 1ste meervoud | wij, we | ons |
| 2de meervoud | jullie | jullie |
| 3de meervoud | zij, ze | hen, hun, ze |
Wat is het verschil tussen een persoonlijk en een bezittelijk voornaamwoord?
Een bezittelijk voornaamwoord zegt van wie iets is. Het staat voor een zelfstandig naamwoord: mijn fiets, jouw jas, zijn hond, haar boek, onze klas, jullie tuin, hun huis. Het hoort dus bij een ander woord, terwijl een persoonlijk voornaamwoord meestal alleen staat.
Sommige vormen zijn dezelfde, en daar zit de moeilijkheid. In 'Ik zie haar.' is haar een persoonlijk voornaamwoord, want het verwijst naar een persoon. In 'Haar boek ligt hier.' is haar een bezittelijk voornaamwoord, want het zegt van wie het boek is. Ook jullie en je kunnen beide zijn: jullie lachen tegenover jullie huis.
Een eenvoudig proefje helpt. Staat er direct een zelfstandig naamwoord achter het woord, en zegt het van wie dat is? Dan is het bezittelijk. Staat het woord alleen, als iemand die iets doet of iets krijgt? Dan is het persoonlijk. Let ook op zijn, dat ook een werkwoord kan zijn: wij zijn moe.
Welke oefeningen op voornaamwoorden maak je in De Oefenfabriek?
Er zijn 12 oefeningen, verdeeld over persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden. Voor elke soort zijn er drie oefenvormen: één voornaamwoord zoeken per zin, alle voornaamwoorden zoeken in een zin en alle voornaamwoorden zoeken in een kort verhaal. Elke vorm bestaat in een makkelijke en een moeilijke versie.
Begin met één voornaamwoord per zin, zodat het kind leert waar het op moet letten. Bij meerdere voornaamwoorden per zin moet het kind ook de korte vormen zoals je, ze en me opmerken. In het verhaal ziet het kind hoe voornaamwoorden naar personen uit eerdere zinnen verwijzen, wat ook bij begrijpend lezen helpt.
Wie persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden apart beheerst, kan daarna afwisselen tussen beide reeksen om het verschil te oefenen. Bij elk werkblad hoort een oplossingsblad. Online tikt het kind de juiste woorden aan en ziet het meteen het resultaat. Je zet de oefening klaar als huiswerk met een link of QR-code.
Alle oefeningen voornaamwoorden
12 werkbladen, waarvan 12 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.
Makkelijk
- Persoonlijke vnw herkennen (1 per zin)online
- Persoonlijke vnw herkennen (meerdere per zin)online
- Persoonlijke vnw in verhaalonline
- Bezittelijke vnw herkennen (1 per zin)online
- Bezittelijke vnw herkennen (meerdere per zin)online
- Bezittelijke vnw in verhaalonline
Moeilijk
- Persoonlijke vnw herkennen (1 per zin)online
- Persoonlijke vnw herkennen (meerdere per zin)online
- Persoonlijke vnw in verhaalonline
- Bezittelijke vnw herkennen (1 per zin)online
- Bezittelijke vnw herkennen (meerdere per zin)online
- Bezittelijke vnw in verhaalonline
Welke minimumdoelen oefen je hiermee?
Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken
Nederlands, 6de leerjaar, doel 1.4.6.
De leerling kent woorden:
Past hier goed bij
Per leerjaar
Veelgestelde vragen
Is u een persoonlijk voornaamwoord?
Ja. U is de beleefde vorm van jij en jou. Je gebruikt het tegen volwassenen die je niet goed kent, en het blijft hetzelfde als onderwerp en na een werkwoord.
Wanneer gebruik je hen en wanneer hun?
Volgens de traditionele regel gebruik je hen na een voorzetsel of als lijdend voorwerp, en hun als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel. Ik geef het aan hen, maar ik geef hun een boek. In de praktijk lopen die vormen vaak door elkaar.
Waarom is haar soms persoonlijk en soms bezittelijk?
Het woord haar heeft twee taken. Staat het alleen en verwijst het naar een persoon, dan is het persoonlijk. Staat het voor een zelfstandig naamwoord en zegt het van wie iets is, dan is het bezittelijk.
Leren kinderen ook andere voornaamwoorden?
Ja, later komen onder meer aanwijzende voornaamwoorden zoals deze en die aan bod. Deze werkblaadjes richten zich op persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden.
Voornaamwoorden oefenen met je eigen werkblad
Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.