Leenwoorden en afkortingen oefenen: werkblaadjes en online oefeningen
Leenwoorden zijn woorden uit een andere taal die we in het Nederlands gebruiken, vaak met hun oorspronkelijke spelling, zoals cadeau, bureau of computer. Afkortingen zijn verkorte schrijfwijzen, zoals dr. voor dokter. Hier maak je werkblaadjes voor Franse en Engelse leenwoorden en voor veelgebruikte afkortingen.
- Oefeningen
- 20
- Ook online
- 20
- Leerjaren
- Vierde tot zesde leerjaar
- Oplossingsblad
- Bij elk werkblad



Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk
Bijgewerkt op
Zo ziet een werkblad eruit
Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Leenwoorden Frans - Overschrijven

Leenwoorden Engels - Invullen in zinnen

Afkortingen - Verbinden
Probeer het zelf
Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.
Afkortingen - Kies de juiste afkorting
Kies de juiste afkorting: A, B of C?
- Welke afkorting hoort bij "millimeter"?
- Welke afkorting hoort bij "bladzijde"?
- Welke afkorting hoort bij "junior"?
Zonder account. Er wordt niets bewaard.
Waarom zijn leenwoorden lastig om te spellen?
Leenwoorden houden vaak de spelling van de taal waar ze vandaan komen. Daardoor kloppen de klank-tekenkoppelingen die kinderen in de eerste leerjaren leerden niet meer. Ze schrijven wat ze horen, en dat levert woorden op als kado, buro of kompjoeter.
Franse leenwoorden hebben eigen patronen. De klank o schrijf je soms als eau, zoals in cadeau en bureau. Een c kan klinken als s, zoals in citroen. Engelse leenwoorden hebben dan weer klinkers die anders klinken dan ze geschreven worden, zoals in computer en team.
Het helpt om leenwoorden per patroon te groeperen in plaats van ze los aan te bieden. Laat kinderen het woord ook eens uitspreken zoals het geschreven staat, met een overdreven spellinguitspraak. Ca-de-au klinkt grappig, maar maakt het woordbeeld zichtbaar. Begin met Franse en Engelse woorden apart en meng ze pas daarna.
Hoe oefen je afkortingen in de lagere school?
Afkortingen zie je overal: op een recept, in een uurrooster, op een verkeersbord of in een brief. Kinderen moeten ze kunnen lezen en ook zelf correct schrijven. Daarbij gaat het om twee dingen: de juiste letters en de juiste leestekens.
Veel afkortingen krijgen een punt, zoals dr. voor dokter of bv. voor bijvoorbeeld. Symbolen voor maten, zoals km en kg, krijgen geen punt. Die twee groepen halen kinderen geregeld door elkaar. Het helpt om afkortingen in categorieën te ordenen: personen, maten, tijd en algemene afkortingen.
Laat kinderen afkortingen eerst herkennen en uitschrijven in een zin, voor ze ze zelf moeten maken. Een opdracht als: schrijf de afkorting en daarna het volledige woord, maakt de koppeling in twee richtingen. Afkortingen sluiten goed aan bij spontaan schrijven, bijvoorbeeld bij het schrijven van een uitnodiging of een briefje.
Welke oefeningen maak je voor leenwoorden en afkortingen?
Voor leenwoorden kies je Franse woorden, Engelse woorden of beide door elkaar. Bij elke groep zijn er vier oefenvormen. Het kind schrijft woorden over, vult ze in een zin in, maakt een woord volledig waarin letters ontbreken, of speelt Ra Ra Ra: het raadt een leenwoord dat deels verborgen is.
Voor afkortingen is er een ruimere reeks. Het kind schrijft de afkorting bij een woord, of het volledige woord bij een afkorting. Het kiest de juiste afkorting, verbindt afkortingen met hun betekenis, beoordeelt of een afkorting juist of fout is en vult afkortingen in zinnen in. Er is ook een sorteeroefening per categorie en een oefening waarin het kind de fout zoekt.
Je stelt het aantal vragen en het lettertype in. Elk werkblad krijgt een oplossingsblad. De oefeningen kan je ook online klaarzetten als huiswerk, met automatische verbetering.
| Onderdeel | Oefenvormen |
|---|---|
| Franse leenwoorden | Overschrijven, invullen in zinnen, Ra Ra Ra, volledig maken |
| Engelse leenwoorden | Overschrijven, invullen in zinnen, Ra Ra Ra, volledig maken |
| Leenwoorden door elkaar | Dezelfde vier vormen, Frans en Engels gemengd |
| Afkortingen | Afkorting schrijven, volledig woord schrijven, kiezen, verbinden, juist of fout, zinnen aanvullen, sorteren, zoek de fout |
Alle oefeningen leenwoorden en afkortingen
20 werkbladen, waarvan 20 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.
Leenwoorden Frans
- Leenwoorden Frans - Overschrijvenonline
- Leenwoorden Frans - Invullen in zinnenonline
- Leenwoorden Frans - Ra Ra Raonline
- Leenwoorden Frans - Volledig makenonline
Leenwoorden Engels
- Leenwoorden Engels - Overschrijvenonline
- Leenwoorden Engels - Invullen in zinnenonline
- Leenwoorden Engels - Ra Ra Raonline
- Leenwoorden Engels - Volledig makenonline
Leenwoorden door elkaar
- Leenwoorden door elkaar - Overschrijvenonline
- Leenwoorden door elkaar - Invullen in zinnenonline
- Leenwoorden door elkaar - Ra Ra Raonline
- Leenwoorden door elkaar - Volledig makenonline
Afkortingen
- Afkortingen - Schrijf de afkortingonline
- Afkortingen - Schrijf het volledige woordonline
- Afkortingen - Kies de juiste afkortingonline
- Afkortingen - Verbindenonline
- Afkortingen - Juist of foutonline
- Afkortingen - Zinnen aanvullenonline
- Afkortingen - Sorterenonline
- Afkortingen - Zoek de foutonline
Welke minimumdoelen oefen je hiermee?
Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken
Nederlands, 6de leerjaar, doel 1.2.4
De leerling kan de volgende categorieën van woorden spellen:
Nederlands, 6de leerjaar, doel 1.4.5
De leerling kent spelling:
Past hier goed bij
Per leerjaar
Veelgestelde vragen
Wat is Ra Ra Ra?
Een raadoefening waarin een deel van het leenwoord verborgen is. Het kind moet het woord herkennen en volledig schrijven. Zo combineert het lezen, raden en correct spellen in één opdracht.
In welk leerjaar komen leenwoorden aan bod?
Leenwoorden en afkortingen krijgen vooral aandacht in het vierde tot het zesde leerjaar. De Vlaamse minimumdoelen voor het zesde leerjaar noemen uitdrukkelijk woorden die anders uitgesproken worden dan geschreven en frequent gebruikte afkortingen.
Krijgen alle afkortingen een punt?
Nee. Veel afkortingen krijgen een punt, zoals dr. en bv., maar symbolen voor maten zoals km en kg niet. Daarom is er een sorteeroefening per categorie, zodat kinderen het verschil leren zien.
Helpt het om leenwoorden ook te lezen?
Ja. Bij technisch lezen zijn er leesblaadjes met Franse en Engelse leenwoorden. Wie een leenwoord vlot leest, herkent ook sneller of het juist geschreven is.
Leenwoorden en afkortingen oefenen met je eigen werkblad
Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.