Frans

Franse zinnen en voornaamwoorden oefenen

Franse basiszinnen zijn korte, vaste zinnen die een kind meteen kan gebruiken, zoals bonjour, comment ça va en je m'appelle. Voornaamwoorden zoals je, tu en il zijn de bouwstenen om zelf zinnen te maken. Met deze werkblaadjes vertaalt een kind basiszinnen en voornaamwoorden in beide richtingen en kiest het de juiste betekenis.

Oefeningen
6
Ook online
6
Leerjaren
Vijfde tot zesde leerjaar
Oplossingsblad
Bij elk werkblad
Voorbeeld van het werkblad "Voornaamwoorden - Nederlands → Frans vertalen" (Zinnen en grammatica)
Voorbeeld van het werkblad "Basiszinnen - Frans → Nederlands vertalen" (Zinnen en grammatica)
Voorbeeld van het werkblad "Basiszinnen - Nederlands → Frans vertalen" (Zinnen en grammatica)

Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk

Bijgewerkt op

Zo ziet een werkblad eruit

Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Voorbeeld van het werkblad "Basiszinnen - Nederlands → Frans vertalen" (Zinnen en grammatica)

Basiszinnen - Nederlands → Frans vertalen

Voorbeeld van het werkblad "Voornaamwoorden - Nederlands → Frans vertalen" (Zinnen en grammatica)

Voornaamwoorden - Nederlands → Frans vertalen

Voorbeeld van het werkblad "Basiszinnen - Frans → Nederlands vertalen" (Zinnen en grammatica)

Basiszinnen - Frans → Nederlands vertalen

Probeer het zelf

Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.

Basiszinnen - Meerkeuze

Kies de juiste Nederlandse zin uit 4 mogelijkheden.

  • Wat betekent bonjour?
  • Wat betekent au revoir?
  • Wat betekent oui?

Zonder account. Er wordt niets bewaard.

Welke Franse basiszinnen leert een kind eerst?

De eerste Franse zinnen zijn meestal zinnen om contact te maken: iemand begroeten, jezelf voorstellen, bedanken en zeggen dat je iets niet begrijpt. Kinderen leren ze als vaste uitdrukking, zonder dat ze de grammatica erachter al moeten kennen.

Dat heeft een voordeel. Met een handvol zinnen kan een kind al een kort gesprekje voeren, wat motiveert. Later herkent het in diezelfde zinnen de woorden en regels die het in de grammatica leert. In je m'appelle Anna zit bijvoorbeeld al het voornaamwoord je, dat voor een klinker j' wordt.

Leer de zinnen hardop en in een situatie. Begroet je kind 's ochtends eens met bonjour, of speel samen een gesprekje na waarin je elkaar vraagt hoe het gaat. Op het werkblad vertaalt het kind de zinnen of kiest het de juiste betekenis. De lijst hieronder toont enkele basiszinnen met hun vertaling.

  • Bonjour: hallo, goeiedag
  • Au revoir: tot ziens, dag
  • Merci: dank je
  • S'il te plaît: alsjeblieft
  • Comment ça va ? Hoe gaat het?
  • Ça va bien, merci: het gaat goed, dank je
  • Comment t'appelles-tu ? Hoe heet je?
  • Je m'appelle Anna: ik heet Anna
  • Je ne comprends pas: ik begrijp het niet

Wat zijn de Franse persoonlijke voornaamwoorden?

Franse persoonlijke voornaamwoorden staan net als in het Nederlands op de plaats van een persoon of ding. Als onderwerp gebruik je je, tu, il, elle, nous, vous, ils en elles. Je wordt j' voor een klinker: j'habite à Bruxelles.

Enkele verschillen met het Nederlands vallen meteen op. Vous betekent zowel jullie als u. In het meervoud kies je tussen ils en elles: elles alleen voor een groep met uitsluitend vrouwelijke personen of woorden, ils voor de rest. Daarnaast zijn er beklemtoonde vormen zoals moi, toi en lui, die je onder meer na een voorzetsel gebruikt: pour toi, voor jou.

Bij de bezittelijke voornaamwoorden zit de grootste valkuil. Son en sa betekenen allebei zijn of haar. Welke vorm je kiest, hangt af van het woord erachter, niet van de bezitter: son vélo is zowel zijn als haar fiets, omdat vélo mannelijk is.

NederlandsFrans als onderwerpFrans beklemtoond
ikje, j'moi
jijtutoi
hijillui
zij (enkelvoud)elleelle
wijnousnous
jullie, uvousvous
zij (meervoud)ils, elleseux, elles

Hoe oefen je Franse zinnen en voornaamwoorden in De Oefenfabriek?

Er zijn 6 oefeningen in dit onderdeel: basiszinnen en voornaamwoorden, elk met drie oefenvormen. Het kind vertaalt van Nederlands naar Frans, vertaalt van Frans naar Nederlands of kiest bij meerkeuze de juiste vertaling uit vier mogelijkheden.

Bij de basiszinnen vertaalt het kind telkens een hele zin. Dat is een goede oefening om vaste uitdrukkingen in te prenten, zoals de minimumdoelen dat ook vragen voor korte zinnen. Bij de voornaamwoorden gaat het om losse woorden: persoonlijke voornaamwoorden zoals je en nous, beklemtoonde vormen zoals moi en lui, en bezittelijke voornaamwoorden zoals mon, sa en leur. Daar kun je bij het vertalen een woordenbank aanzetten, zodat het kind uit de juiste antwoorden kiest.

Begin met meerkeuze en ga daarna naar vertalen. Elk werkblad heeft een oplossingsblad. Online maakt het kind dezelfde oefeningen op een tablet of computer met automatische verbetering, en je zet ze klaar als huiswerk met een link of QR-code.

Alle oefeningen zinnen en grammatica

6 werkbladen, waarvan 6 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.

Basiszinnen

  • Basiszinnen - Nederlands → Frans vertalenonline
  • Basiszinnen - Frans → Nederlands vertalenonline
  • Basiszinnen - Meerkeuzeonline

Voornaamwoorden

  • Voornaamwoorden - Nederlands → Frans vertalenonline
  • Voornaamwoorden - Frans → Nederlands vertalenonline
  • Voornaamwoorden - Meerkeuzeonline

Welke minimumdoelen oefen je hiermee?

Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken

  • Frans, 6de leerjaar, doel 10.2.6

    De leerlingen kunnen gelezen zinnen van een 6 à 8 woorden vlot naar het Nederlands vertalen.

  • Frans, 6de leerjaar, doel 10.5.6

    De leerlingen kunnen met een vorm van ondersteuning beluisterde of gelezen Nederlandse zinnen van een 3 à 5 woorden vlot naar het Frans schriftelijk vertalen.

  • Frans, 6de leerjaar, doel 10.7.6

    De leerlingen kunnen bij luisteren en lezen de volgende elementen functioneel inzetten:

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen tu en vous?

Tu gebruik je tegen één persoon die je goed kent, zoals een vriend of een kind. Vous gebruik je tegen meerdere personen, en ook beleefd tegen één volwassene, zoals de juf of meester.

Waarom schrijf je j'habite en niet je habite?

Voor een woord dat met een klinker of een stomme h begint, valt de e van je weg en komt er een apostrof. Dat maakt de uitspraak vloeiender. Hetzelfde gebeurt met le en la, die l' worden.

Betekent sa altijd haar?

Nee. Sa staat voor een vrouwelijk woord en kan zowel zijn als haar betekenen: sa maison is zijn of haar huis. Welk van de twee bedoeld is, haal je uit de zin.

Komen er ook oefeningen op Franse werkwoorden?

In het thema werkwoorden bij woordenschat oefent een kind al veelgebruikte werkwoorden in de infinitief. Oefeningen op het vervoegen van werkwoorden en meer zinnen om te communiceren staan in voorbereiding.

Zinnen en grammatica oefenen met je eigen werkblad

Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.