Begrijpend lezen

Begrijpend lezen AVI M5 tot E6: lezen om te leren

AVI M5 tot E6 zijn de leesniveaus van het derde en vierde leerjaar. De teksten worden langer en informatiever, en kinderen gaan lezen om iets te leren in plaats van alleen om te leren lezen. Hier vind je 13 oefeningen: verhalend, informatief, instructief en vanaf M6 ook betogend.

Oefeningen
13
Ook online
13
Leerjaren
Derde tot vierde leerjaar
Oplossingsblad
Bij elk werkblad
Voorbeeld van het werkblad "Informatief" (AVI M5 tot E6)
Voorbeeld van het werkblad "Instructief" (AVI M5 tot E6)
Voorbeeld van het werkblad "Verhalend" (AVI M5 tot E6)

Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk

Bijgewerkt op

Zo ziet een werkblad eruit

Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Voorbeeld van het werkblad "Verhalend" (AVI M5 tot E6)

Verhalend

Voorbeeld van het werkblad "Informatief" (AVI M5 tot E6)

Informatief

Voorbeeld van het werkblad "Instructief" (AVI M5 tot E6)

Instructief

Probeer het zelf

Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.

Informatief

Lees de tekst en beantwoord de vragen.

  • Hoe groeit een boom?: Een boom begint als een klein zaadje in de grond. Eerst neemt het zaadje water op, waardoor het begint te groeien. Daarna ontstaat er een...

Zonder account. Er wordt niets bewaard.

Wat verandert er aan begrijpend lezen in het derde en vierde leerjaar?

In het derde en vierde leerjaar verschuift lezen van een doel naar een middel. Kinderen lezen een tekst over planten bij wereldoriëntatie, een spelregel bij een gezelschapsspel of een uitleg in een rekenboek. Teksten worden langer, de woordenschat wordt rijker en de informatie zit niet meer altijd in één zin.

Dat vraagt nieuwe vaardigheden. Een kind moet hoofdzaken van bijzaken onderscheiden, verbanden zien tussen zinnen en signaalwoorden zoals daarom, maar en eerst begrijpen. Het moet ook leren dat een titel en tussentitels vertellen waarover een stuk tekst gaat.

Ook de vragen veranderen. Naast vragen die je letterlijk terugvindt, komen er vragen waarbij het kind informatie uit twee plaatsen in de tekst moet combineren. Vanaf M6 verschijnen betogende teksten: daar leert het kind dat een schrijver een mening heeft en die met argumenten verdedigt. Zo groeit begrijpend lezen stap voor stap mee met wat het kind elders op school leest.

Welke tekstsoorten lees je op AVI M5, E5, M6 en E6?

Op elk van de vier niveaus vind je verhalende, informatieve en instructieve teksten. Op M6 komt daar een betogende tekst bij. Zo kun je per tekstsoort een leerlijn volgen: start met een informatieve tekst op M5 en neem dezelfde tekstsoort later op E5 of M6.

De tabel toont de tekstsoorten per niveau en hoe lang een tekst ongeveer is. Kort is goed om een tekstsoort te verkennen. Lang vraagt meer: het kind moet informatie onthouden, terugzoeken en ordenen. Niet elke combinatie heeft al een lange tekst. Ontbreekt die, dan kun je hem niet kiezen.

Wissel tekstsoorten af. Een kind dat graag verhalen leest, komt informatieve teksten vaak minder tegen buiten de schoolboeken. Juist die tekstsoort vraagt een andere aanpak: niet van begin tot einde meeleven, maar gericht zoeken naar wat je wilt weten.

AVI-niveauTekstsoortenKortLang
M5Verhalend, informatief, instructief150–350 woorden350–600 woorden
E5Verhalend, informatief, instructief200–500 woorden500–900 woorden
M6Verhalend, informatief, instructief, argumentatief300–550 woorden550–800 woorden
E6Verhalend, informatief, instructief400–650 woorden650–900 woorden

Hoe leer je een kind een informatieve tekst begrijpen?

Een informatieve tekst lees je anders dan een verhaal. Je wilt iets te weten komen, dus je leest gericht. Dat moet een kind expliciet leren, en het helpt om de stappen hardop voor te doen.

Laat het kind eerst de titel, de tussentitels en de prent bekijken en zeggen waarover de tekst zal gaan. Vraag dan wat het er al over weet. Lees daarna samen de vragen, zodat het kind weet wat het zoekt. Tijdens het lezen markeert het de woorden die het niet kent en zoekt het hun betekenis in de zin eromheen.

Na elke alinea vat het kind samen in één zin. Lukt dat niet, dan is dat een signaal om die alinea opnieuw te lezen. Bij de vragen leert het kind terugbladeren naar de juiste plek in plaats van te gokken. Deze aanpak is ook bruikbaar bij teksten uit wereldoriëntatie.

  • Voor het lezen: titel, tussentitels en prent bekijken en voorspellen.
  • Voor het lezen: de vragen al eens lezen.
  • Tijdens het lezen: onbekende woorden aanduiden en uit de context afleiden.
  • Na elke alinea: samenvatten in één zin.
  • Bij de vragen: terugzoeken in de tekst.

Wat stel je in voor een werkblad op AVI M5 tot E6?

Je kiest een niveau en een tekstsoort, en daarna bepaal je de rest. Bij Tekstlengte kies je kort of lang, met het aantal woorden erbij. Bij Vraagtypes zet je meerkeuze, open vragen en volgordevragen aan of uit. Wil je oefenen op formuleren, laat dan vooral open vragen staan. Wil je snel nagaan wat een kind begrijpt, kies dan meerkeuze.

Met Herkenbare layout krijgt de tekst de vorm van het echte medium. Een instructie wordt een stappenkaart, een experiment een labjournaal, een artikel een magazinepagina en een opiniestuk een opiniepagina. Zo leert het kind dat de vorm van een tekst iets zegt over het doel.

Elk werkblad heeft een oplossingsblad. Alle teksten kunnen ook online, met een link of QR-code, in de sessie of als huiswerk. Meerkeuze en volgorde worden automatisch verbeterd. Open vragen lees je zelf na met het modelantwoord.

Alle oefeningen avi m5 tot e6

13 werkbladen, waarvan 13 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.

Algemeen

  • Verhalendonline
  • Informatiefonline
  • Instructiefonline
  • Verhalendonline
  • Informatiefonline
  • Instructiefonline
  • Verhalendonline
  • Informatiefonline
  • Instructiefonline
  • Argumentatiefonline
  • Verhalendonline
  • Informatiefonline
  • Instructiefonline

Welke minimumdoelen oefen je hiermee?

Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken

  • Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.1.6

    De leerlingen kunnen informatie uit een tekst combineren om tot een logische conclusie te komen.

  • Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.1.9

    De leerlingen kunnen verwoorden hoe de auteur denkt over het onderwerp van de tekst.

  • Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.1.13

    De leerlingen kunnen tonen dat ze doelen van teksten herkennen aan de hand van tekstkenmerken.

Veelgestelde vragen

Waarom staat er pas vanaf M6 een betogende tekst?

Een betogende tekst vraagt dat een kind een mening herkent en de argumenten erachter ziet. Dat is abstracter dan een verhaal volgen of informatie opzoeken. Rond het vierde leerjaar zijn de meeste kinderen daar klaar voor.

Mijn leerling haakt af bij lange teksten. Wat kan ik doen?

Kies eerst de korte versie van dezelfde tekstsoort en bouw dan op. Bij een lange tekst kun je ook in delen werken: lees een stuk, beantwoord de vragen die erbij horen en lees dan verder.

Kan ik de herkenbare layout uitzetten?

Ja. Zet Herkenbare layout uit en de tekst komt in een gewoon kader. Dat is soms rustiger voor een kind dat snel afgeleid is door veel vormgeving.

Zijn deze teksten geschikt voor een kind met dyslexie?

Je kunt een tekst kiezen op het niveau dat het kind technisch vlot leest, ook als dat lager ligt dan het leerjaar. Zo oefent het tekstbegrip zonder dat het lezen zelf alle energie opslorpt. Volg daarbij de afspraken die de school of de logopedist met het kind maakte.

AVI M5 tot E6 oefenen met je eigen werkblad

Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.