Begrijpend lezen

Begrijpend lezen AVI M3 tot E4: eerste teksten met vragen

AVI M3 tot E4 zijn de leesniveaus van het eerste en tweede leerjaar: korte teksten met korte zinnen en vooral klankzuivere woorden. Begrijpend lezen op dit niveau draait om de basis: wie, wat, waar en wat gebeurt eerst. Er zijn 12 oefeningen, verhalend, informatief en instructief, en ze kunnen allemaal ook online.

Oefeningen
12
Ook online
12
Leerjaren
Eerste tot tweede leerjaar
Oplossingsblad
Bij elk werkblad
Voorbeeld van het werkblad "Informatief" (AVI M3 tot E4)
Voorbeeld van het werkblad "Instructief" (AVI M3 tot E4)
Voorbeeld van het werkblad "Verhalend" (AVI M3 tot E4)

Gemaakt door logopedisten en leerkrachten uit de praktijk

Bijgewerkt op

Zo ziet een werkblad eruit

Echte voorbeeldbladen, zoals je ze uit De Oefenfabriek print. Klik om te vergroten.

Voorbeeld van het werkblad "Verhalend" (AVI M3 tot E4)

Verhalend

Voorbeeld van het werkblad "Informatief" (AVI M3 tot E4)

Informatief

Voorbeeld van het werkblad "Instructief" (AVI M3 tot E4)

Instructief

Probeer het zelf

Zo ziet een online oefening eruit voor je leerling. Vul ze in en zie meteen de score. Er wordt niets opgeslagen.

Verhalend

Lees de tekst en beantwoord de vragen.

  • Mia en haar vis: Mia heeft een vis. De vis zit in een kom. Mia geeft de vis voer. De vis eet het op. Mia kijkt blij....

Zonder account. Er wordt niets bewaard.

Hoe begin je met begrijpend lezen in het eerste leerjaar?

In het eerste leerjaar is technisch lezen nog volop in opbouw. Een kind dat elk woord moet verklanken, heeft weinig aandacht over voor de inhoud. Begrijpend lezen start daarom met heel korte teksten en met veel samen doen.

Lees de tekst eerst één keer samen, of laat het kind hem twee keer lezen. Bij de tweede keer gaat het lezen vlotter en komt er ruimte voor de betekenis. Stel daarna eerst mondeling een paar vragen: over wie gaat het? Waar is het? Wat gebeurt er eerst?

Kies een niveau dat het kind al vlot leest. Een kind dat net M3 haalt, oefent begrijpend lezen beter op M3 dan op E3. Voor kinderen die nog niet alle hoofdletters kennen, zet je de optie Alleen kleine letters aan. Werk liever elke dag met een korte tekst dan één keer per week met een lange. Zo wordt het een gewoonte en geen toets.

Hoe lang zijn de teksten op AVI M3, E3, M4 en E4?

De lengte van een tekst bepaalt mee hoe zwaar hij aanvoelt. Een kind dat vlot zinnen leest, kan toch afhaken bij een tekst die over de hele bladzijde loopt. Daarom kies je bij elk werkblad tussen kort en lang.

De tabel toont hoeveel woorden een tekst ongeveer telt. Kort is goed om mee te starten, om een nieuwe tekstsoort te leren kennen of voor een kind dat snel moe wordt van lezen. Lang is een volgende stap: het kind moet dan meer informatie onthouden en terugzoeken in de tekst. Niet elke combinatie van niveau en tekstsoort heeft al een lange tekst. Bestaat die nog niet, dan kun je hem niet kiezen.

Tip: geef een lange tekst in twee keer. Lees de eerste helft, beantwoord de vragen die daarover gaan en lees dan verder. Zo leert het kind dat je in een tekst mag terugbladeren.

AVI-niveauKortLang
M340–80 woorden80–150 woorden
E360–120 woorden120–220 woorden
M480–180 woorden180–300 woorden
E4120–250 woorden250–450 woorden

Welke vragen stel je bij een tekst voor jonge lezers?

Bij jonge lezers begin je met vragen waarvan het antwoord letterlijk in de tekst staat. Het kind leert zo dat je in de tekst kunt terugzoeken, en dat een antwoord niet uit je hoofd hoeft te komen. Pas daarna komen vragen waarbij het kind zelf iets moet afleiden.

Op dit niveau gebruik je drie soorten vragen. Meerkeuzevragen zijn ideaal voor kinderen die nog traag schrijven: ze kiezen het juiste antwoord en tonen zo wat ze begrepen. Volgordevragen laten het kind zinnen of stappen in de juiste volgorde zetten, wat goed werkt bij verhalen en instructies. Open vragen vragen meer: het kind moet een antwoord formuleren en opschrijven.

Bij het eerste leerjaar kun je open vragen ook mondeling stellen. Zet ze dan uit op het werkblad en bespreek ze samen. Zo meet het werkblad wat het kind begrijpt, niet hoe snel het schrijft.

  • Wie: over wie gaat de tekst?
  • Waar en wanneer: waar speelt het zich af?
  • Wat: wat gebeurt er, of wat moet je doen?
  • Volgorde: wat gebeurt eerst, wat daarna?
  • Waarom: waarom doet iemand iets? Dit is de moeilijkste stap.

Wat stel je in voor een werkblad op AVI M3 tot E4?

Je kiest een niveau (M3, E3, M4 of E4) en een tekstsoort: verhalend, informatief of instructief. Daarna stel je de rest af op je leerling.

Bij M3 en E3 vind je de optie Alleen kleine letters. Tekst, vragen en antwoorden staan dan zonder hoofdletters, wat helpt zolang een kind de hoofdletters nog niet allemaal kent. Met Herkenbare layout krijgt een instructie de vorm van een stappenkaart en een verhaal die van een boekpagina. Bij Vraagtypes kies je welke vragen erbij horen. Bij Tekstlengte kies je kort of lang.

Elk werkblad komt met een oplossingsblad. Alle teksten op deze niveaus kunnen ook online: je zet ze klaar met een link of QR-code, in de klas, in de logopediesessie of als huiswerk. Meerkeuze en volgorde worden automatisch verbeterd. Open vragen lees je zelf na, met het modelantwoord ernaast.

Alle oefeningen avi m3 tot e4

12 werkbladen, waarvan 12 ook online te spelen. Elk werkblad stel je zelf in: aantal vragen, lettertype en moeilijkheid.

Algemeen

  • Verhalendonline
  • Informatiefonline
  • Instructiefonline
  • Verhalendonline
  • Informatiefonline
  • Instructiefonline
  • Verhalendonline
  • Informatiefonline
  • Instructiefonline
  • Verhalendonline
  • Informatiefonline
  • Instructiefonline

Welke minimumdoelen oefen je hiermee?

Een greep uit de Vlaamse minimumdoelen waar deze oefeningen bij aansluiten. Alle minimumdoelen bekijken

  • Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.1.5

    De leerlingen kunnen expliciet vermelde informatie in teksten weergeven.

  • Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.1.6

    De leerlingen kunnen informatie uit een tekst combineren om tot een logische conclusie te komen.

  • Nederlands, 4de leerjaar, doel 1.1.13

    De leerlingen kunnen tonen dat ze doelen van teksten herkennen aan de hand van tekstkenmerken.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen AVI M3 en AVI E3?

M3 hoort bij het midden van het eerste leerjaar, E3 bij het einde. Op E3 zijn de zinnen en woorden iets langer en komen er meer medeklinkers na elkaar voor. De teksten blijven kort en eenvoudig van opbouw.

Mijn kind zit in het tweede leerjaar maar leest op AVI E3. Is dat een probleem?

Kinderen leren lezen in een verschillend tempo, dus een niveau onder het leerjaar komt vaak voor. Voor begrijpend lezen kies je gewoon het niveau dat je kind vlot leest. Heb je vragen over de leesontwikkeling, bespreek ze dan met de juf of meester, de zorgleerkracht of een logopedist.

Kan een kind dat nog niet vlot leest deze teksten gebruiken?

Ja, als luistertekst. Lees de tekst voor en laat het kind de vragen mondeling beantwoorden. Zo oefent het tekstbegrip al, los van de leestechniek.

Kan ik de tekst online laten lezen in de logopediesessie?

Ja. Met de sessie-modus open je de oefening meteen op een tablet of laptop, zonder mail naar de ouders. De score wordt bewaard bij de leerling, net als bij huiswerk.

AVI M3 tot E4 oefenen met je eigen werkblad

Kies een oefening, stel ze in en print. De oplossingen krijg je er gratis bij.