Voorschools

Rijmen, auditieve synthese en andere oefeningen voor kleuters.

179 oefeningen3 categorieën

Auditieve vaardigheden

19 oefeningen

Rijmen - Verbinden

Verbind de woorden die rijmen met elkaar

Verbinden

Rijmen - Kleuren

Kleur het vinkje als de woorden rijmen, het kruisje als ze niet rijmen

Kleuren

Rijmen - Welke 2 rijmen?

Kleur de twee prenten die rijmen in dezelfde kleur

Welke 2 rijmen

Rijmen - Wat rijmt niet?

Zet een kruisje door de prent die niet rijmt

Wat rijmt niet

Rijmen - Rijmwoord tekenen

Teken een woord dat rijmt met de prent

Tekenen

Rijmen - Verbinden

Verbind de woorden die rijmen met elkaar

Verbinden

Rijmen - Kleuren

Kleur het vinkje als de woorden rijmen, het kruisje als ze niet rijmen

Kleuren

Rijmen - Welke 2 rijmen?

Kleur de twee prenten die rijmen in dezelfde kleur

Welke 2 rijmen

Rijmen - Wat rijmt niet?

Zet een kruisje door de prent die niet rijmt

Wat rijmt niet

Rijmen - Rijmwoord tekenen

Teken een woord dat rijmt met de prent

Tekenen

VC (2 klanken)

Voeg twee klanken samen (oo-g → oog). Kleur de juiste prent in.

VC

CV (2 klanken)

Voeg twee klanken samen (f-ee → fee). Kleur de juiste prent in.

CV

CVC (3 klanken)

Voeg drie klanken samen (b-a-l → bal). Kleur de juiste prent in.

CVC

CCVC (4 klanken)

Voeg vier klanken samen (s-p-i-n → spin). Kleur de juiste prent in.

CCVC

CVCC (4 klanken)

Voeg vier klanken samen (t-a-n-d → tand). Kleur de juiste prent in.

CVCC

CCVC/CVCC (4 klanken gemengd)

Voeg vier klanken samen (gemengd). Kleur de juiste prent in.

CCVC/CVCC

CCVCC (5 klanken)

Voeg vijf klanken samen (k-r-a-n-t → krant). Kleur de juiste prent in.

CCVCC

CCCVC (5 klanken)

Voeg vijf klanken samen (s-t-r-i-k → strik). Kleur de juiste prent in.

CCCVC

CVCCC (5 klanken)

Voeg vijf klanken samen (d-o-r-s-t → dorst). Kleur de juiste prent in.

CVCCC

Rekenvaardigheden

156 oefeningen

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Tellen tot 5

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 5 - Voorwerpen

Tellen tot 5 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 5 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 5

Omcirkel groepjes van 5.

Groepjes 5

Erbij tot 5

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 5

Eraf tot 5

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 5

Meer/Minder/Evenveel tot 5

Tel de prenten en teken 1 meer, 1 minder of evenveel.

Meer/Minder/Evenveel 5

Tellen tot 10

Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.

Tellen 10 - Voorwerpen

Tellen tot 10 - Dobbelsteen

Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.

Tellen 10 - Dobbelsteen

Groepjes maken tot 10

Omcirkel groepjes van 10.

Groepjes 10

Erbij tot 10

Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?

Erbij 10

Eraf tot 10

Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?

Eraf 10

Rekenbegrippen

Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.

Rekenbegrippen

Links/rechts

Omcirkel telkens het voorwerp aan de juiste kant.

Links/rechts

Schrijfvaardigheden/fijne motoriek

4 oefeningen

Schrijfpatronen letters

Trek de letters over.

Overtrekken

Schrijfpatronen klanken

Trek de klanken over.

Overtrekken

Schrijfpatronen voornaam

Oefen het schrijven van je voornaam door deze over te trekken

Overtrekken

Schrijfpatronen patronen

Oefen fijne motoriek door patronen over te trekken (zigzag, golven, boogjes, lusjes)

Overtrekken

Klaar om te oefenen?

Maak gratis een account aan en genereer direct je eerste oefening.