Rijmen, auditieve synthese en andere oefeningen voor kleuters.
10 oefeningen
Verbind de woorden die rijmen met elkaar
Kleur het vinkje als de woorden rijmen, het kruisje als ze niet rijmen
Kleur de twee prenten die rijmen in dezelfde kleur
Zet een kruisje door de prent die niet rijmt
Teken een woord dat rijmt met de prent
Verbind de woorden die rijmen met elkaar
Kleur het vinkje als de woorden rijmen, het kruisje als ze niet rijmen
Kleur de twee prenten die rijmen in dezelfde kleur
Zet een kruisje door de prent die niet rijmt
Teken een woord dat rijmt met de prent
9 oefeningen
Voeg twee klanken samen (oo-g → oog). Kleur de juiste prent in.
Voeg twee klanken samen (f-ee → fee). Kleur de juiste prent in.
Voeg drie klanken samen (b-a-l → bal). Kleur de juiste prent in.
Voeg vier klanken samen (s-p-i-n → spin). Kleur de juiste prent in.
Voeg vier klanken samen (t-a-n-d → tand). Kleur de juiste prent in.
Voeg vier klanken samen (gemengd). Kleur de juiste prent in.
Voeg vijf klanken samen (k-r-a-n-t → krant). Kleur de juiste prent in.
Voeg vijf klanken samen (s-t-r-i-k → strik). Kleur de juiste prent in.
Voeg vijf klanken samen (d-o-r-s-t → dorst). Kleur de juiste prent in.
104 oefeningen
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 5.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 10.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.
Omcirkel het voorwerp dat links staat.
Omcirkel het voorwerp dat rechts staat.
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 5.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 10.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.
Omcirkel het voorwerp dat links staat.
Omcirkel het voorwerp dat rechts staat.
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 5.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 10.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.
Omcirkel het voorwerp dat links staat.
Omcirkel het voorwerp dat rechts staat.
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 5.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 10.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.
Omcirkel het voorwerp dat links staat.
Omcirkel het voorwerp dat rechts staat.
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 5.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 10.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.
Omcirkel het voorwerp dat links staat.
Omcirkel het voorwerp dat rechts staat.
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 5.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 10.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.
Omcirkel het voorwerp dat links staat.
Omcirkel het voorwerp dat rechts staat.
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 5.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 10.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.
Omcirkel het voorwerp dat links staat.
Omcirkel het voorwerp dat rechts staat.
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 5.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Hoeveel tel je? Schrijf het cijfer.
Verbind het aantal met de juiste dobbelsteen.
Omcirkel groepjes van 10.
Tel de voorwerpen bij elkaar. Hoeveel heb je dan?
Trek de doorgestreepte voorwerpen eraf. Hoeveel blijven er over?
Knip de prenten uit en plak ze op volgorde van klein naar groot.
Omcirkel het voorwerp dat links staat.
Omcirkel het voorwerp dat rechts staat.
Maak gratis een account aan en genereer direct je eerste oefening.