Rekenen

Van basis rekenen tot meetkunde, breuken, klokken en maten omzetten.

694 oefeningen14 categorieën

Meetkunde & metend rekenen

20 oefeningen

Hoeken meten

Meet hoeken met een gradenboog

Hoeken met Graden

Hoeken tekenen

Teken hoeken met een geodriehoek

Hoeken tekenen

Vlakke figuren benoemen

Benoem verschillende vlakke figuren

Figuren herkennen

Blokkenbouwsels: aanzichten

Kleur de juiste aanzichten van het bouwsel in.

Ruimtelijk inzicht

Lijnstukken meten

Meet lijnstukken met een liniaal

Lengtematen

Omtrek berekenen

Bereken de omtrek van verschillende figuren

Omtrek

Oppervlakte berekenen

Bereken de oppervlakte van verschillende figuren

Oppervlakte

Lengtematen omzetten

Zet lengtematen om (km, m, dm, cm, mm)

Maten en gewichten

Inhoudsmaten omzetten

Zet inhoudsmaten om (l, dl, cl, ml)

Maten en gewichten

Gewichtsmaten omzetten

Zet gewichtsmaten om (kg, hg, g, mg)

Maten en gewichten

Oppervlaktematen omzetten

Zet oppervlaktematen om (m², dm², cm², mm²)

Maten en gewichten

Hoeken benoemen

Benoem het hoektype van elke driehoek (scherphoekig, rechthoekig, stomphoekig)

Driehoeken

Hoeken kleuren

Kleur driehoeken op basis van hun hoektype

Driehoeken

Hoeken tellen

Tel het aantal scherpe, stompe en rechte hoeken

Driehoeken

Zijden benoemen

Benoem het zijdetype van elke driehoek (gelijkzijdig, gelijkbenig, ongelijkbenig)

Driehoeken

Zijden kleuren

Kleur driehoeken op basis van hun zijdetype

Driehoeken

Zijden meten

Bepaal het type driehoek aan de hand van de zijlengtes

Driehoeken

Hoeken & Zijden

Benoem zowel het hoektype als het zijdetype van elke driehoek

Driehoeken

Stellingen

Bepaal of stellingen over driehoeken waar of niet waar zijn

Driehoeken

Tekenen

Teken driehoeken op basis van beschrijvingen

Driehoeken

Klokken

61 oefeningen

Kloklezen Analoog - Tot op het uur

Lees de analoge klok af tot op het uur

Kloklezen Analoog

Kloklezen Analoog - Tot op het half uur

Lees de analoge klok af tot op het half uur

Kloklezen Analoog

Kloklezen Analoog - Tot op het kwartier

Lees de analoge klok af tot op het kwartier

Kloklezen Analoog

Kloklezen Analoog - Tot op 10 minuten

Lees de analoge klok af tot op 10 minuten

Kloklezen Analoog

Kloklezen Analoog - Tot op 5 minuten

Lees de analoge klok af tot op 5 minuten

Kloklezen Analoog

Kloklezen Analoog - Tot op de minuut

Lees de analoge klok af tot op de minuut nauwkeurig

Kloklezen Analoog

Kloklezen Analoog - Mix

Lees de klok af.

Kloklezen Analoog

Kloklezen Digitaal VM - Tot op het uur

Lees digitale klokken af tot op het uur (voormiddag: 00:00-11:59)

Digitaal naar spreektaal - voormiddag

Kloklezen Digitaal VM - Tot op het half uur

Lees digitale klokken af tot op het halve uur (voormiddag)

Digitaal naar spreektaal - voormiddag

Kloklezen Digitaal VM - Tot op het kwartier

Lees digitale klokken af tot op het kwartier (voormiddag)

Digitaal naar spreektaal - voormiddag

Kloklezen Digitaal VM - Tot op 10 minuten

Lees digitale klokken af tot op 10 minuten (voormiddag)

Digitaal naar spreektaal - voormiddag

Kloklezen Digitaal VM - Tot op 5 minuten

Lees digitale klokken af tot op 5 minuten (voormiddag)

Digitaal naar spreektaal - voormiddag

Kloklezen Digitaal VM - Tot op de minuut

Lees digitale klokken af tot op de minuut (voormiddag)

Digitaal naar spreektaal - voormiddag

Kloklezen Digitaal NM - Tot op het uur

Lees digitale klokken af tot op het uur (namiddag: 12:00-23:59)

Digitaal naar spreektaal - namiddag

Kloklezen Digitaal NM - Tot op het half uur

Lees digitale klokken af tot op het halve uur (namiddag)

Digitaal naar spreektaal - namiddag

Kloklezen Digitaal NM - Tot op het kwartier

Lees digitale klokken af tot op het kwartier (namiddag)

Digitaal naar spreektaal - namiddag

Kloklezen Digitaal NM - Tot op 10 minuten

Lees digitale klokken af tot op 10 minuten (namiddag)

Digitaal naar spreektaal - namiddag

Kloklezen Digitaal NM - Tot op 5 minuten

Lees digitale klokken af tot op 5 minuten (namiddag)

Digitaal naar spreektaal - namiddag

Kloklezen Digitaal NM - Tot op de minuut

Lees digitale klokken af tot op de minuut (namiddag)

Digitaal naar spreektaal - namiddag

Kloklezen Digitaal - Tot op het uur

Lees digitale klokken af tot op het uur (24-uurs formaat)

Kloklezen Digitaal

Kloklezen Digitaal - Tot op het half uur

Lees digitale klokken af tot op het halve uur

Kloklezen Digitaal

Kloklezen Digitaal - Tot op het kwartier

Lees digitale klokken af tot op het kwartier

Kloklezen Digitaal

Kloklezen Digitaal - Tot op 10 minuten

Lees digitale klokken af tot op 10 minuten nauwkeurig

Kloklezen Digitaal

Kloklezen Digitaal - Tot op 5 minuten

Lees digitale klokken af tot op 5 minuten nauwkeurig

Kloklezen Digitaal

Kloklezen Digitaal - Tot op de minuut

Lees digitale klokken af tot op de minuut nauwkeurig

Kloklezen Digitaal

Kloklezen Analoog naar Digitaal - Tot op het uur

Schrijf de tijd in digitaal formaat (bijv. 03:00)

Analoog naar digitaal formaat

Kloklezen Analoog naar Digitaal - Tot op het half uur

Schrijf de tijd in digitaal formaat (bijv. 03:30)

Analoog naar digitaal formaat

Kloklezen Analoog naar Digitaal - Tot op het kwartier

Schrijf de tijd in digitaal formaat (bijv. 03:15)

Analoog naar digitaal formaat

Kloklezen Analoog naar Digitaal - Tot op 10 minuten

Schrijf de tijd in digitaal formaat (bijv. 03:40)

Analoog naar digitaal formaat

Kloklezen Analoog naar Digitaal - Tot op 5 minuten

Schrijf de tijd in digitaal formaat (bijv. 03:45)

Analoog naar digitaal formaat

Kloklezen Analoog naar Digitaal - Tot op de minuut

Schrijf de tijd in digitaal formaat (bijv. 03:47)

Analoog naar digitaal formaat

Kloklezen Digitaal naar Analoog - Tot op het uur

Teken de wijzers op de lege klok voor het digitale tijdstip

Digitaal naar analoog - teken wijzers

Kloklezen Digitaal naar Analoog - Tot op het half uur

Teken de wijzers op de lege klok voor het digitale tijdstip

Digitaal naar analoog - teken wijzers

Kloklezen Digitaal naar Analoog - Tot op het kwartier

Teken de wijzers op de lege klok voor het digitale tijdstip

Digitaal naar analoog - teken wijzers

Kloklezen Digitaal naar Analoog - Tot op 10 minuten

Teken de wijzers op de lege klok voor het digitale tijdstip

Digitaal naar analoog - teken wijzers

Kloklezen Digitaal naar Analoog - Tot op 5 minuten

Teken de wijzers op de lege klok voor het digitale tijdstip

Digitaal naar analoog - teken wijzers

Kloklezen Digitaal naar Analoog - Tot op de minuut

Teken de wijzers op de lege klok voor het digitale tijdstip

Digitaal naar analoog - teken wijzers

Tijdsduur Analoog - Tot op een uur

Bereken het tijdsverschil tussen twee analoge klokken (tot op een uur)

Tijdsduur berekenen tussen analoge klokken

Tijdsduur Analoog - Tot op een half uur

Bereken het tijdsverschil tussen twee analoge klokken (tot op een half uur)

Tijdsduur berekenen tussen analoge klokken

Tijdsduur Analoog - Tot op een kwartier

Bereken het tijdsverschil tussen twee analoge klokken (tot op een kwartier)

Tijdsduur berekenen tussen analoge klokken

Tijdsduur Analoog - Tot op 10 minuten

Bereken het tijdsverschil tussen twee analoge klokken (tot op 10 minuten)

Tijdsduur berekenen tussen analoge klokken

Tijdsduur Analoog - Tot op 5 minuten

Bereken het tijdsverschil tussen twee analoge klokken (tot op 5 minuten)

Tijdsduur berekenen tussen analoge klokken

Tijdsduur Analoog - Tot op 1 minuut

Bereken het tijdsverschil tussen twee analoge klokken (tot op 1 minuut)

Tijdsduur berekenen tussen analoge klokken

Tijdsduur Digitaal VM - Tot op een uur

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de voormiddag (tot op een uur)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in voormiddag

Tijdsduur Digitaal VM - Tot op een half uur

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de voormiddag (tot op een half uur)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in voormiddag

Tijdsduur Digitaal VM - Tot op een kwartier

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de voormiddag (tot op een kwartier)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in voormiddag

Tijdsduur Digitaal VM - Tot op 10 minuten

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de voormiddag (tot op 10 minuten)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in voormiddag

Tijdsduur Digitaal VM - Tot op 5 minuten

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de voormiddag (tot op 5 minuten)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in voormiddag

Tijdsduur Digitaal VM - Tot op 1 minuut

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de voormiddag (tot op 1 minuut)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in voormiddag

Tijdsduur Digitaal NM - Tot op een uur

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de namiddag (tot op een uur)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in namiddag

Tijdsduur Digitaal NM - Tot op een half uur

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de namiddag (tot op een half uur)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in namiddag

Tijdsduur Digitaal NM - Tot op een kwartier

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de namiddag (tot op een kwartier)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in namiddag

Tijdsduur Digitaal NM - Tot op 10 minuten

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de namiddag (tot op 10 minuten)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in namiddag

Tijdsduur Digitaal NM - Tot op 5 minuten

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de namiddag (tot op 5 minuten)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in namiddag

Tijdsduur Digitaal NM - Tot op 1 minuut

Bereken het tijdsverschil tussen twee digitale klokken in de namiddag (tot op 1 minuut)

Tijdsduur berekenen tussen digitale klokken in namiddag

Tijdsduur Digitaal VM/NM - Tot op een uur

Bereken het tijdsverschil tussen digitale klokken van voormiddag naar namiddag (tot op een uur)

Tijdsduur berekenen tussen voor- en namiddag

Tijdsduur Digitaal VM/NM - Tot op een half uur

Bereken het tijdsverschil tussen digitale klokken van voormiddag naar namiddag (tot op een half uur)

Tijdsduur berekenen tussen voor- en namiddag

Tijdsduur Digitaal VM/NM - Tot op een kwartier

Bereken het tijdsverschil tussen digitale klokken van voormiddag naar namiddag (tot op een kwartier)

Tijdsduur berekenen tussen voor- en namiddag

Tijdsduur Digitaal VM/NM - Tot op 10 minuten

Bereken het tijdsverschil tussen digitale klokken van voormiddag naar namiddag (tot op 10 minuten)

Tijdsduur berekenen tussen voor- en namiddag

Tijdsduur Digitaal VM/NM - Tot op 5 minuten

Bereken het tijdsverschil tussen digitale klokken van voormiddag naar namiddag (tot op 5 minuten)

Tijdsduur berekenen tussen voor- en namiddag

Tijdsduur Digitaal VM/NM - Tot op 1 minuut

Bereken het tijdsverschil tussen digitale klokken van voormiddag naar namiddag (tot op 1 minuut)

Tijdsduur berekenen tussen voor- en namiddag

Temperatuur

9 oefeningen

Temperatuur aflezen - Positief

Lees de temperatuur af op de thermometer (alleen positieve temperaturen)

Aflezen

Temperatuur aflezen - Negatief

Lees de temperatuur af op de thermometer (alleen negatieve temperaturen)

Aflezen

Temperatuur aflezen - Mix

Lees de temperatuur af op de thermometer (positief en negatief door elkaar)

Aflezen

Temperatuur vergelijken - Positief

Vergelijk twee temperaturen met < > = (alleen positieve temperaturen)

Vergelijken

Temperatuur vergelijken - Negatief

Vergelijk twee temperaturen met < > = (alleen negatieve temperaturen)

Vergelijken

Temperatuur vergelijken - Mix

Vergelijk twee temperaturen met < > = (positief en negatief door elkaar)

Vergelijken

Temperatuurverschil - Positief

Bereken het verschil tussen twee temperaturen (alleen positieve temperaturen)

Berekenen

Temperatuurverschil - Negatief

Bereken het verschil tussen twee temperaturen (alleen negatieve temperaturen)

Berekenen

Temperatuurverschil - Mix

Bereken het verschil tussen twee temperaturen (positief en negatief door elkaar)

Berekenen

Geldrekenen

40 oefeningen

Centen herkennen

Kleur alle centen in, laat de euro munten en biljetten leeg

Herkennen

Euro munten herkennen

Kleur alle euro munten (1 en 2 euro) in, laat de centen en biljetten leeg

Herkennen

Biljetten herkennen

Kleur alle biljetten in, laat de munten en centen leeg

Herkennen

Munten rangschikken (laag → hoog)

Zet de munten in volgorde van laag naar hoog

Ordenen

Munten rangschikken (hoog → laag)

Zet de munten in volgorde van hoog naar laag

Ordenen

Vergelijken van waarde

Omcirkel het bedrag dat het meeste waard is

Vergelijken

Geld vergelijken < > =

Vul het juiste teken in: < (kleiner), > (groter) of = (gelijk)

Vergelijken

Hoeveel is het samen?

Tel de munten en biljetten bij elkaar op

Optellen

Hoeveel over?

Trek de bedragen van elkaar af. Hoeveel houd je over?

Aftrekken

Bedragen samenstellen

Kleur de munten en biljetten in die je nodig hebt voor dit bedrag

Samenstellen

Bedragen samenstellen (minimum)

Maak het bedrag met zo min mogelijk munten en biljetten

Samenstellen

Wat is evenveel?

Trek een lijn tussen de munten en het juiste bedrag

Verbinden

Groepjes maken

Zet een rondje om de geldstukken die je nodig hebt voor het bedrag.

Groeperen

Prijzen vergelijken

Verbind het goedkoopste voorwerp met het woord goedkoopst

Vergelijken

Schatten wat de prijs is

Verbind elk voorwerp met de prijs die je denkt dat het ongeveer kost

Schatten

Schatten wat de prijs is (met afbeeldingen)

Verbind de afbeeldingen met de juiste prijs.

Verbinden

Wat kan ik kopen?

Je hebt een bepaald bedrag - kruis aan wat je wel/niet kunt kopen

Vergelijken

Hoeveel geld nog nodig?

Bereken hoeveel geld je nog nodig hebt om iets te kopen

Rekenen

Korting berekenen (in euro)

Bereken de nieuwe prijs na de korting.

Rekenen

Korting berekenen (in procent)

Bereken de korting en de nieuwe prijs.

Rekenen

Korting berekenen (woordproblemen)

Lees en bereken de korting en de nieuwe prijs.

Rekenen

Intrest berekenen (tabel)

Vul de tabel aan.

Rekenen

Intrest berekenen (woordproblemen)

Lees en bereken de intrest en het eindbedrag.

Rekenen

BTW berekenen (prijs incl. BTW)

Bereken het BTW-bedrag en de prijs met BTW.

Rekenen

BTW berekenen (prijs excl. BTW)

Bereken het BTW-bedrag en de prijs zonder BTW.

Rekenen

Wisselgeld zonder brug

Bereken het wisselgeld.

Rekenen

Wisselgeld met kleine bedragen

Bereken het wisselgeld bij kleine bedragen.

Rekenen

Wisselgeld met grotere bedragen

Bereken het wisselgeld bij grotere bedragen.

Rekenen

Wisselgeld met brug

Bereken het wisselgeld.

Rekenen

Aanvullen tot bedrag

Hoeveel moet erbij om het juiste bedrag te krijgen?

Rekenen

Wisselgeld in de winkel

Lees en bereken het wisselgeld.

Rekenen

Wisselgeld met centen (zonder brug)

Bereken het wisselgeld met euro's en centen.

Rekenen

Wisselgeld met halve euro's (,50)

Bereken het wisselgeld bij halve euro's.

Rekenen

Wisselgeld (kort vraagstuk)

Lees en bereken het wisselgeld.

Rekenen

Wisselgeld met brug (centen)

Bereken het wisselgeld met centen.

Rekenen

Wisselgeld moeilijke bedragen

Bereken het wisselgeld bij moeilijke bedragen.

Rekenen

Wisselgeld meerdere stappen

Tel de prijzen samen en bereken het wisselgeld.

Rekenen

Wisselgeld: fout zoeken

Het wisselgeld is fout. Schrijf het juiste antwoord.

Rekenen

Wisselgeld: meerdere betaalopties

Bereken het wisselgeld voor elk betaalbedrag.

Rekenen

Schattend wisselgeld

Schat eerst het wisselgeld, en bereken het dan precies.

Rekenen

Tafels

26 oefeningen

Tafels Mix (× en ÷)

Reken de sommen uit.

Vermenigvuldigen en delen

Stel zelf samen

Reken de sommen uit.

Vermenigvuldigen en/of delen (selecteerbaar)

Maaltafel van 1

Oefen de tafel van 1 (1×1 tot 1×10)

Vermenigvuldigen

Maaltafel van 2

Oefen de tafel van 2 (2×1 tot 2×10)

Vermenigvuldigen

Maaltafel van 3

Oefen de tafel van 3 (3×1 tot 3×10)

Vermenigvuldigen

Maaltafel van 4

Oefen de tafel van 4 (4×1 tot 4×10)

Vermenigvuldigen

Maaltafel van 5

Oefen de tafel van 5 (5×1 tot 5×10)

Vermenigvuldigen

Maaltafel van 6

Oefen de tafel van 6 (6×1 tot 6×10)

Vermenigvuldigen

Maaltafel van 7

Oefen de tafel van 7 (7×1 tot 7×10)

Vermenigvuldigen

Maaltafel van 8

Oefen de tafel van 8 (8×1 tot 8×10)

Vermenigvuldigen

Maaltafel van 9

Oefen de tafel van 9 (9×1 tot 9×10)

Vermenigvuldigen

Maaltafel van 10

Oefen de tafel van 10 (10×1 tot 10×10)

Vermenigvuldigen

Maaltafels 1-10 Mix

Reken de sommen uit.

Vermenigvuldigen (mix)

Stel zelf samen

Reken de sommen uit.

Vermenigvuldigen (selecteerbaar)

Deeltafel van 1

Oefen de deeltafel van 1 (1÷1 tot 10÷1)

Delen

Deeltafel van 2

Oefen de deeltafel van 2 (2÷2 tot 20÷2)

Delen

Deeltafel van 3

Oefen de deeltafel van 3 (3÷3 tot 30÷3)

Delen

Deeltafel van 4

Oefen de deeltafel van 4 (4÷4 tot 40÷4)

Delen

Deeltafel van 5

Oefen de deeltafel van 5 (5÷5 tot 50÷5)

Delen

Deeltafel van 6

Oefen de deeltafel van 6 (6÷6 tot 60÷6)

Delen

Deeltafel van 7

Oefen de deeltafel van 7 (7÷7 tot 70÷7)

Delen

Deeltafel van 8

Oefen de deeltafel van 8 (8÷8 tot 80÷8)

Delen

Deeltafel van 9

Oefen de deeltafel van 9 (9÷9 tot 90÷9)

Delen

Deeltafel van 10

Oefen de deeltafel van 10 (10÷10 tot 100÷10)

Delen

Deeltafels 1-10 Mix

Reken de sommen uit.

Delen (mix)

Stel zelf samen

Reken de sommen uit.

Delen (selecteerbaar)

Hoofdrekenen

144 oefeningen

Splitsingen tot 10

Splits getallen tot 10 in verschillende combinaties (elkaar, hartjes, plus)

Splitsingen verschillende themas

Samenvoegen tot 10

Twee getallen gegeven, vul het totaal in (omgekeerde splitsing)

Samenvoegen

E + E (4 + 3)

Tel eenheden op tot 10

Eenheden optellen

T - E (10 - 7)

Trek eenheden af van 10

Tiental min Eenheden

E - E (6 - 2)

Trek eenheden af tot 10

Eenheden aftrekken

Mix Tot 10

Los de sommen op.

Alle patronen door elkaar

T + E (10 + 3)

Tel eenheden op bij een tiental

Tiental plus Eenheden

E + T (3 + 10)

Tel een tiental op bij eenheden

Eenheden plus Tiental

TE + E (14 + 2)

Tel eenheden op zonder overschrijding

Tiental-Eenheden plus Eenheden

TE - E (15 - 3)

Trek eenheden af zonder overschrijding

Tiental-Eenheden min Eenheden

20 - E (20 - 7)

Trek eenheden af van 20

20 min Eenheden

TE - TE (18 - 12)

Trek getallen af tot 20 zonder overschrijding

Tiental-Eenheden min Tiental-Eenheden

E + E (6 + 7)

Tel eenheden op met overschrijding van de tien

Eenheden plus Eenheden met overschrijding

TE - E (12 - 9)

Trek eenheden af met onderschrijding van de tien

Tiental-Eenheden min Eenheden met onderschrijding

Mix Tot 20

Los de sommen op.

Alle patronen door elkaar

Splitsingen tot 20

Splits getallen tot 20 in verschillende combinaties

Splitsingen verschillende themas

Samenvoegen tot 20

Twee getallen gegeven, vul het totaal in (omgekeerde splitsing)

Samenvoegen

T+T (50+20)

Tel tientallen bij elkaar op

Tiental plus Tiental

T+E (30+7)

Tel een eenheid bij een tiental op

Tiental plus Eenheid

E+T (7+30)

Tel een tiental bij een eenheid op

Eenheid plus Tiental

TE+E (56+3)

Los de sommen op.

Tiental-Eenheid plus Eenheid

E+TE (3+56)

Los de sommen op.

Eenheid plus Tiental-Eenheid

TE+T (53+30)

Tel een tiental bij een tiental-eenheid op

Tiental-Eenheid plus Tiental

T+TE (40+34)

Tel een tiental-eenheid bij een tiental op

Tiental plus Tiental-Eenheid

TE+TE (41+56)

Los de sommen op.

Tiental-Eenheid plus Tiental-Eenheid

T-T (60-30)

Trek tientallen van elkaar af

Tiental min Tiental

TE-E (39-4)

Los de sommen op.

Tiental-Eenheid min Eenheid

TE-T (77-20)

Trek een tiental af van een tiental-eenheid

Tiental-Eenheid min Tiental

TE-TE (77-42)

Los de sommen op.

Tiental-Eenheid min Tiental-Eenheid

T-E (30-7)

Trek een eenheid af van een tiental

Tiental min Eenheid

T-TE (90-34)

Trek een tiental-eenheid af van een tiental

Tiental min Tiental-Eenheid

TE+E (46+7)

Los de sommen op.

Tiental-Eenheid plus Eenheid met brug

E+TE (7+46)

Los de sommen op.

Eenheid plus Tiental-Eenheid met brug

TE+TE (56+17)

Tel twee tiental-eenheden bij elkaar op met brug

Tiental-Eenheid plus Tiental-Eenheid met brug

TE-E (28-9)

Los de sommen op.

Tiental-Eenheid min Eenheid met brug

TE-TE (42-17)

Los de sommen op.

Tiental-Eenheid min Tiental-Eenheid met brug

Mix Tot 100

Los de sommen op.

Alle patronen door elkaar

H+E

Optellen van honderdtal en eenheid (bijv. 300 + 5 = 305)

Honderdtal plus Eenheid

H+T

Optellen van honderdtal en tiental (bijv. 300 + 40 = 340)

Honderdtal plus Tiental

H+H

Optellen van honderdtallen (bijv. 300 + 400 = 700)

Optellen zonder overschrijding

H+HT

Optellen van honderdtal en honderdtal met tiental (bijv. 300 + 140 = 440)

Optellen zonder overschrijding

H+HE

Optellen van honderdtal en honderdtal met eenheid (bijv. 300 + 105 = 405)

Optellen zonder overschrijding

H+TE

Optellen van honderdtal en tiental met eenheid (bijv. 300 + 45 = 345)

Optellen zonder overschrijding

H+HTE

Optellen van honderdtal en volledig getal (bijv. 300 + 145 = 445)

Optellen zonder overschrijding

HT+E

Optellen van honderdtal met tiental en eenheid (bijv. 340 + 5 = 345)

Optellen zonder overschrijding

HT+T

Optellen van honderdtal met tiental en tiental (bijv. 340 + 20 = 360)

Optellen zonder overschrijding

HT+H

Optellen van honderdtal met tiental en honderdtal (bijv. 340 + 200 = 540)

Optellen zonder overschrijding

HT+HT

Optellen van twee honderdtallen met tientallen (bijv. 340 + 220 = 560)

Optellen zonder overschrijding

HT+HE

Optellen van honderdtal met tiental en honderdtal met eenheid (bijv. 340 + 205 = 545)

Optellen zonder overschrijding

HT+TE

Optellen van honderdtal met tiental en tiental met eenheid (bijv. 340 + 25 = 365)

Optellen zonder overschrijding

HT+HTE

Optellen van honderdtal met tiental en volledig getal (bijv. 340 + 125 = 465)

Optellen zonder overschrijding

HE+E

Optellen van honderdtal met eenheid en eenheid (bijv. 305 + 2 = 307)

Optellen zonder overschrijding

HE+T

Optellen van honderdtal met eenheid en tiental (bijv. 305 + 20 = 325)

Optellen zonder overschrijding

HE+H

Optellen van honderdtal met eenheid en honderdtal (bijv. 305 + 200 = 505)

Optellen zonder overschrijding

HE+HT

Optellen van honderdtal met eenheid en honderdtal met tiental (bijv. 305 + 220 = 525)

Optellen zonder overschrijding

HE+HE

Optellen van twee honderdtallen met eenheden (bijv. 305 + 202 = 507)

Optellen zonder overschrijding

HE+TE

Optellen van honderdtal met eenheid en tiental met eenheid (bijv. 305 + 22 = 327)

Optellen zonder overschrijding

HE+HTE

Optellen van honderdtal met eenheid en volledig getal (bijv. 305 + 122 = 427)

Optellen zonder overschrijding

TE+E

Optellen van tiental met eenheid en eenheid (bijv. 45 + 2 = 47)

Optellen zonder overschrijding

TE+T

Optellen van tiental met eenheid en tiental (bijv. 45 + 20 = 65)

Optellen zonder overschrijding

TE+H

Optellen van tiental met eenheid en honderdtal (bijv. 45 + 300 = 345)

Optellen zonder overschrijding

TE+HT

Optellen van tiental met eenheid en honderdtal met tiental (bijv. 45 + 320 = 365)

Optellen zonder overschrijding

TE+HE

Optellen van tiental met eenheid en honderdtal met eenheid (bijv. 45 + 302 = 347)

Optellen zonder overschrijding

TE+TE

Optellen van twee tientallen met eenheden (bijv. 45 + 23 = 68)

Optellen zonder overschrijding

TE+HTE

Optellen van tiental met eenheid en volledig getal (bijv. 45 + 323 = 368)

Optellen zonder overschrijding

HTE+E

Optellen van volledig getal en eenheid (bijv. 345 + 2 = 347)

Optellen zonder overschrijding

HTE+T

Optellen van volledig getal en tiental (bijv. 345 + 20 = 365)

Optellen zonder overschrijding

HTE+H

Optellen van volledig getal en honderdtal (bijv. 345 + 200 = 545)

Optellen zonder overschrijding

HTE+HT

Optellen van volledig getal en honderdtal met tiental (bijv. 345 + 220 = 565)

Optellen zonder overschrijding

HTE+HE

Optellen van volledig getal en honderdtal met eenheid (bijv. 345 + 202 = 547)

Optellen zonder overschrijding

HTE+TE

Optellen van volledig getal en tiental met eenheid (bijv. 345 + 22 = 367)

Optellen zonder overschrijding

HTE+HTE

Optellen van twee volledige getallen (bijv. 345 + 222 = 567)

Optellen zonder overschrijding

T+T

Optellen van twee tientallen met overschrijding (bijv. 60 + 50 = 110)

Optellen met overschrijding

HT+T

Optellen van honderdtal met tiental en tiental met overschrijding (bijv. 360 + 50 = 410)

Optellen met overschrijding

HT+HT

Optellen van twee honderdtallen met tientallen met overschrijding (bijv. 360 + 250 = 610)

Optellen met overschrijding

HT+TE

Optellen van honderdtal met tiental en tiental met eenheid met overschrijding (bijv. 360 + 52 = 412)

Optellen met overschrijding

HT+HTE

Optellen van honderdtal met tiental en volledig getal met overschrijding (bijv. 360 + 152 = 512)

Optellen met overschrijding

HE+TE

Optellen van honderdtal met eenheid en tiental met eenheid met overschrijding (bijv. 305 + 62 = 367)

Optellen met overschrijding

HE+HTE

Optellen van honderdtal met eenheid en volledig getal met overschrijding (bijv. 305 + 162 = 467)

Optellen met overschrijding

TE+T

Optellen van tiental met eenheid en tiental met overschrijding (bijv. 65 + 40 = 105)

Optellen met overschrijding

TE+HT

Optellen van tiental met eenheid en honderdtal met tiental met overschrijding (bijv. 65 + 340 = 405)

Optellen met overschrijding

TE+TE

Optellen van twee tientallen met eenheden met overschrijding (bijv. 65 + 42 = 107)

Optellen met overschrijding

TE+HTE

Optellen van tiental met eenheid en volledig getal met overschrijding (bijv. 65 + 342 = 407)

Optellen met overschrijding

HTE+T

Optellen van volledig getal en tiental met overschrijding (bijv. 365 + 40 = 405)

Optellen met overschrijding

HTE+HT

Optellen van volledig getal en honderdtal met tiental met overschrijding (bijv. 365 + 240 = 605)

Optellen met overschrijding

HTE+TE

Optellen van volledig getal en tiental met eenheid met overschrijding (bijv. 365 + 42 = 407)

Optellen met overschrijding

HTE+HTE

Optellen van twee volledige getallen met overschrijding bij T (bijv. 365 + 242 = 607)

Optellen met overschrijding

HT-T

Aftrekken van honderdtal met tiental en tiental met lenen (bijv. 410 - 50 = 360)

Aftrekken met overschrijding

HT-HT

Aftrekken van twee honderdtallen met tientallen met lenen (bijv. 610 - 250 = 360)

Aftrekken met overschrijding

HT-TE

Aftrekken van honderdtal met tiental en tiental met eenheid met lenen (bijv. 410 - 52 = 358)

Aftrekken met overschrijding

HTE-T

Aftrekken van volledig getal en tiental met lenen (bijv. 405 - 40 = 365)

Aftrekken met overschrijding

HTE-HT

Aftrekken van volledig getal en honderdtal met tiental met lenen (bijv. 605 - 240 = 365)

Aftrekken met overschrijding

HTE+E

Optellen van volledig getal en eenheid met overschrijding (bijv. 347 + 5 = 352)

Optellen met overschrijding

HTE+HE

Optellen van volledig getal en honderdtal met eenheid met overschrijding (bijv. 347 + 205 = 552)

Optellen met overschrijding

HTE+TE

Optellen van volledig getal en tiental met eenheid met overschrijding bij E (bijv. 347 + 25 = 372)

Optellen met overschrijding

HTE+HTE

Optellen van twee volledige getallen met overschrijding bij E (bijv. 347 + 125 = 472)

Optellen met overschrijding

HTE-E

Aftrekken van volledig getal en eenheid met lenen (bijv. 352 - 5 = 347)

Aftrekken met overschrijding

HTE-HE

Aftrekken van volledig getal en honderdtal met eenheid met lenen (bijv. 552 - 205 = 347)

Aftrekken met overschrijding

HTE-TE

Aftrekken van volledig getal en tiental met eenheid met lenen bij E (bijv. 372 - 25 = 347)

Aftrekken met overschrijding

HTE+TE

Optellen met overschrijding bij zowel eenheden als tientallen (bijv. 367 + 48 = 415)

Optellen met dubbele overschrijding

HTE+HTE

Optellen van volledige getallen met overschrijding bij E en T (bijv. 367 + 148 = 515)

Optellen met dubbele overschrijding

HTE-TE

Aftrekken met lenen bij zowel eenheden als tientallen (bijv. 415 - 48 = 367)

Aftrekken met dubbele overschrijding

HTE-HTE

Aftrekken van volledige getallen met lenen bij E en T (bijv. 515 - 148 = 367)

Aftrekken met dubbele overschrijding

Mix Tot 1000

Los de sommen op.

Alle patronen door elkaar

D + D (5000 + 2000)

Duizendtallen optellen en aftrekken

Duizendtallen

DH + D (3200 + 2000)

DH + D optellen en aftrekken

Duizendtal-Honderdtal + Duizendtal

DHT + D (3450 + 2000)

DHT + D optellen en aftrekken

DHT + Duizendtal

DHTE + D (2356 + 2000)

DHTE + D optellen en aftrekken

DHTE + Duizendtal

DH + DH (2300 + 1400)

Duizendtal-Honderdtallen optellen en aftrekken

DH + DH

DH + H (3200 + 300)

DH + H optellen en aftrekken

DH + Honderdtal

DT + H (3030 + 400)

DT + H optellen en aftrekken

DT + Honderdtal

DE + H (3002 + 400)

DE + H optellen en aftrekken

DE + Honderdtal

DT + DT (2030 + 3040)

Duizendtal-Tientallen optellen en aftrekken

DT + DT

DE + DE (2003 + 4002)

Duizendtal-Eenheden optellen en aftrekken

DE + DE

Mix Tot 10 000

Los de sommen op.

Alle patronen door elkaar

TD + TD (53 000 + 21 000)

Tienduizendtallen optellen en aftrekken

Tienduizendtallen

TD + D (32 000 + 5000)

TD + D optellen en aftrekken

TD + Duizendtal

TDH + TDH (32 400 + 14 300)

TDH optellen en aftrekken

TDH + TDH

TDHT + TDHT (34 560 + 12 340)

TDHT optellen en aftrekken

TDHT + TDHT

TDHTE + TDHTE (23 456 + 12 314)

TDHTE optellen en aftrekken

TDHTE + TDHTE

TDH + H (32 400 + 300)

TDH + H optellen en aftrekken

TDH + Honderdtal

TDT + H (35 040 + 400)

TDT + H optellen en aftrekken

TDT + Honderdtal

TDE + H (35 002 + 400)

TDE + H optellen en aftrekken

TDE + Honderdtal

TDT + TDT (23 030 + 34 040)

TDT optellen en aftrekken

TDT + TDT

TDE + TDE (25 003 + 43 002)

TDE optellen en aftrekken

TDE + TDE

Mix Tot 100 000

Los de sommen op.

Alle patronen door elkaar

HDT + HDT (523 000 + 214 000)

Honderdduizendtallen optellen en aftrekken

Honderdduizendtallen

HDT + TD (325 000 + 21 000)

HDT + TD optellen en aftrekken

HDT + Tienduizendtal

HDTH + HDTH (324 500 + 142 300)

HDTH optellen en aftrekken

HDTH + HDTH

HDTHT + HDTHT (345 670 + 123 450)

HDTHT optellen en aftrekken

HDTHT + HDTHT

HDTHTE + HDTHTE (234 567 + 123 214)

HDTHTE optellen en aftrekken

HDTHTE + HDTHTE

HDTH + H (324 500 + 300)

HDTH + H optellen en aftrekken

HDTH + Honderdtal

HDTT + H (325 040 + 400)

HDTT + H optellen en aftrekken

HDTT + Honderdtal

HDTE + H (325 002 + 400)

HDTE + H optellen en aftrekken

HDTE + Honderdtal

HDTT + HDTT (234 050 + 345 060)

HDTT optellen en aftrekken

HDTT + HDTT

HDTE + HDTE (234 003 + 453 002)

HDTE optellen en aftrekken

HDTE + HDTE

Mix Tot 1 000 000

Los de sommen op.

Alle patronen door elkaar

Puntoefeningen tot 10

Vul het ontbrekende getal in.

Vul het ontbrekende getal in

Puntoefeningen tot 20

Vul het ontbrekende getal in.

Vul het ontbrekende getal in

Puntoefeningen tot 100

Vul het ontbrekende getal in.

Vul het ontbrekende getal in

Puntoefeningen tot 1 000

Vul het ontbrekende getal in.

Vul het ontbrekende getal in

Puntoefeningen tot 10 000

Vul het ontbrekende getal in.

Vul het ontbrekende getal in

Puntoefeningen tot 100 000

Vul het ontbrekende getal in.

Vul het ontbrekende getal in

Puntoefeningen tot 1 000 000

Vul het ontbrekende getal in.

Vul het ontbrekende getal in

Getallenkennis

162 oefeningen

Tellen vooruit

Tel verder vanaf het gegeven getal.

Tel verder vanaf X

Tellen achteruit

Tel terug vanaf het gegeven getal.

Tel terug vanaf X

Getalrij aanvullen

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan

Getallen ordenen klein → groot

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen van klein naar groot

Getallen ordenen groot → klein

Zet de getallen van groot naar klein.

Ordenen van groot naar klein

Getallen op getallenlijn

Kijk naar de getallenlijn. Welk getal staat op de pijl?

Plaats getal op getallenlijn

<, >, = symbolen

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk getallen

Tussen 2 getallen

Schrijf alle getallen op die tussen de twee gegeven getallen liggen.

Welke getallen liggen tussen X en Y

Rekentaal: som + verschil

Lees de vraag en vul het juiste antwoord in.

Rekentaal begrippen

Tellen vooruit

Tel verder vanaf het gegeven getal.

Tel verder vanaf X

Tellen achteruit

Tel terug vanaf het gegeven getal.

Tel terug vanaf X

Getalrij aanvullen

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan

Getallen ordenen klein → groot

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen van klein naar groot

Getallen ordenen groot → klein

Zet de getallen van groot naar klein.

Ordenen van groot naar klein

Getallen samenstellen

Maak het juiste getal op basis van de beschrijving (tientallen en eenheden).

Maak getal op basis van beschrijving

Getallen op getallenlijn

Kijk naar de getallenlijn. Welk getal staat op de pijl?

Plaats getal op getallenlijn

<, >, = symbolen

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk getallen

Tussen 2 getallen

Schrijf alle getallen op die tussen de twee gegeven getallen liggen.

Welke getallen liggen tussen X en Y

Rekentaal: som + verschil

Lees de vraag en vul het juiste antwoord in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: helft + dubbel

Lees de vraag en vul het juiste antwoord in.

Rekentaal begrippen

Voorganger / Volgend getal

Lees de vraag en schrijf het juiste getal op. Oefent "voorganger" en "volgend" getal.

Voorganger en volgend getal

Even / Oneven getallen

Schrijf op of het getal even of oneven is.

Even of oneven herkennen

Tellen vooruit

Tel verder vanaf het gegeven getal.

Tel verder vanaf X

Tellen achteruit

Tel terug vanaf het gegeven getal.

Tel terug vanaf X

Getalrij aanvullen (T)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende tientallen aan

Getalrij aanvullen (TE)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan

Getallen ordenen klein → groot (T)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen tientallen van klein naar groot

Getallen ordenen klein → groot (TE)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen van klein naar groot

Getallen ordenen groot → klein (T)

Zet de getallen van groot naar klein.

Ordenen tientallen van groot naar klein

Getallen ordenen groot → klein (TE)

Zet de getallen van groot naar klein.

Ordenen van groot naar klein

Afronden (T)

Welk tiental komt net voor en net na het gegeven getal?

Welk tiental komt ervoor en erna

Afronden (TE)

Tussen welke tientallen ligt het getal?

Tussen welke tientallen ligt het getal

Getallen samenstellen

Maak het juiste getal op basis van de beschrijving (tientallen en eenheden).

Maak getal op basis van beschrijving

Getallen op getallenlijn

Kijk naar de getallenlijn. Welk getal staat op de pijl?

Plaats getal op getallenlijn

<, >, = symbolen

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk getallen

Tussen 2 getallen

Schrijf alle getallen op die tussen de twee gegeven getallen liggen.

Welke getallen liggen tussen X en Y

Rekentaal: meer + minder

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: tussen, voor, na

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: product + quotiënt

Lees de vraag en vul het juiste antwoord in.

Rekentaal begrippen

Getallen in context

Woordproblemen met getallen in verschillende contexten (geld, lengte, tijd, gewicht).

Woordproblemen

Getallen in woorden

Schrijf het getal uit in woorden.

Schrijf getal in woorden

Tellen vooruit

Tel verder vanaf het gegeven getal.

Tel verder vanaf X

Tellen achteruit

Tel terug vanaf het gegeven getal.

Tel terug vanaf X

Getalrij aanvullen (H)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende honderdtallen aan

Getalrij aanvullen (HT)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (HT)

Getalrij aanvullen (HTE)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan

Getalrij aanvullen (HE)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (HE)

Getallen ordenen klein → groot

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen van klein naar groot

Getallen ordenen groot → klein

Zet de getallen van groot naar klein.

Ordenen van groot naar klein

Getallen ontleden (H, T, E)

Ontleed elk getal in de juiste posities.

Ontleden in H, T, E

Plaatswaarde (positie)

Welk cijfer staat op de gevraagde plaats?

Welk cijfer op welke plaats

Getallen samenstellen

Maak het juiste getal op basis van de beschrijving.

Maak getal op basis van beschrijving

Getallen op getallenlijn

Kijk naar de getallenlijn. Welk getal staat op de pijl?

Plaats getal op getallenlijn

<, >, = symbolen

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk getallen

Tussen 2 getallen

Schrijf alle getallen op die tussen de twee gegeven getallen liggen.

Welke getallen liggen tussen X en Y

Rekentaal: meer + minder

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: tussen, voor, na

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: product + quotiënt

Lees de vraag en vul het juiste antwoord in.

Rekentaal begrippen

Getallen in context

Woordproblemen met getallen in verschillende contexten (geld, lengte, tijd, gewicht).

Woordproblemen

Getallen in woorden

Schrijf het getal uit in woorden.

Schrijf getal in woorden

Getallen in cijfers

Schrijf het getal in cijfers.

Schrijf getal in cijfers

Romeinse cijfers

Maak de Romeinse cijfers en gewone cijfers juist.

Romeinse cijfers converteren

Voorganger / Volgend getal

Lees de vraag en schrijf het juiste getal op. Oefent "voorganger" en "volgend" getal.

Voorganger en volgend getal

Even / Oneven getallen

Schrijf op of het getal even of oneven is.

Even of oneven herkennen

Afronden naar honderdtal

Rond elk getal af naar het dichtstbijzijnde honderdtal.

Rond af naar het dichtstbijzijnde honderdtal

Afronden naar honderdtallen

Tussen welke honderdtallen ligt het getal?

Tussen welke honderdtallen ligt het getal

Tellen vooruit

Tel verder vanaf het gegeven getal.

Tel verder vanaf X

Tellen achteruit

Tel terug vanaf het gegeven getal.

Tel terug vanaf X

Getalrij aanvullen (D)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende duizendtallen aan

Getalrij aanvullen (DH)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (DH)

Getalrij aanvullen (DHT)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (DHT)

Getalrij aanvullen (DHTE)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (DHTE)

Getalrij aanvullen (DHE)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (DHE)

Ordenen klein → groot (D)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen van klein naar groot (duizendtallen)

Ordenen klein → groot (DHT)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen van klein naar groot (DHT)

Ordenen klein → groot (DHE)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen van klein naar groot (DHE)

Ordenen klein → groot (DHTE)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen van klein naar groot (DHTE)

Ordenen groot → klein (D)

Zet de getallen van groot naar klein.

Ordenen van groot naar klein (duizendtallen)

Ordenen groot → klein (DHT)

Zet de getallen van groot naar klein.

Ordenen van groot naar klein (DHT)

Ordenen groot → klein (DHE)

Zet de getallen van groot naar klein.

Ordenen van groot naar klein (DHE)

Ordenen groot → klein (DHTE)

Zet de getallen van groot naar klein.

Ordenen van groot naar klein (DHTE)

Ontleden (D, H, T, E)

Ontleed elk getal in de juiste posities.

Ontleden in D, H, T, E

Plaatswaarde (positie)

Welk cijfer staat op de gevraagde plaats?

Welk cijfer op welke plaats

Getallen samenstellen

Maak het juiste getal op basis van de beschrijving.

Maak getal op basis van beschrijving

Vergelijken (D)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk duizendtallen

Vergelijken (DHT)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk DHT-getallen

Vergelijken (DHE)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk DHE-getallen

Vergelijken (DHTE)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk DHTE-getallen

Afronden op D

Tussen welke duizendtallen ligt het getal?

Tussen welke duizendtallen

Afronden op H

Tussen welke honderdtallen ligt het getal?

Tussen welke honderdtallen

Afronden op T

Tussen welke tientallen ligt het getal?

Tussen welke tientallen

Getallen in woorden

Schrijf het getal uit in woorden.

Schrijf getal in woorden

Getallen in cijfers

Schrijf het getal in cijfers.

Schrijf getal in cijfers

Rekentaal: meer + minder

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: helft + dubbel

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: product + quotiënt

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: tussen, voor, na

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Tellen vooruit

Tel verder vanaf het gegeven getal.

Tel verder vanaf X

Tellen achteruit

Tel terug vanaf het gegeven getal.

Tel terug vanaf X

Getalrij aanvullen (TD)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende tienduizendtallen aan

Getalrij aanvullen (TDD)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (TDD)

Getalrij aanvullen (TDHT)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (TDHT)

Getalrij aanvullen (TDHTE)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (TDHTE)

Getalrij aanvullen (TDHE)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (TDHE)

Ordenen klein → groot (TD)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen klein naar groot (TD)

Ordenen klein → groot (TDHT)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen klein naar groot (TDHT)

Ordenen klein → groot (TDHE)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen klein naar groot (TDHE)

Ordenen klein → groot (TDHTE)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen klein naar groot (TDHTE)

Ordenen groot → klein (TD)

Zet de getallen van groot naar klein.

Ordenen groot naar klein (TD)

Ordenen groot → klein (TDHT)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen groot naar klein (TDHT)

Ordenen groot → klein (TDHE)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen groot naar klein (TDHE)

Ordenen groot → klein (TDHTE)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen groot naar klein (TDHTE)

Ontleden (TD, D, H, T, E)

Ontleed elk getal in de juiste posities.

Ontleden in TD, D, H, T, E

Plaatswaarde (positie)

Welk cijfer staat op de gevraagde plaats?

Welk cijfer op welke plaats

Getallen samenstellen

Maak het juiste getal op basis van de beschrijving.

Maak getal op basis van beschrijving

Vergelijken (TD)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk TD-getallen

Vergelijken (TDHT)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk TDHT-getallen

Vergelijken (TDHE)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk TDHE-getallen

Vergelijken (TDHTE)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk TDHTE-getallen

Afronden op TD

Tussen welke tienduizendtallen ligt het getal?

Tussen welke tienduizendtallen

Afronden op D

Tussen welke duizendtallen ligt het getal?

Tussen welke duizendtallen

Afronden op H

Tussen welke honderdtallen ligt het getal?

Tussen welke honderdtallen

Afronden op T

Tussen welke tientallen ligt het getal?

Tussen welke tientallen

Getallen in woorden

Schrijf het getal uit in woorden.

Schrijf getal in woorden

Getallen in cijfers

Schrijf het getal in cijfers.

Schrijf getal in cijfers

Rekentaal: meer + minder

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: helft + dubbel

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: product + quotiënt

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: tussen, voor, na

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Tellen vooruit

Tel verder vanaf het gegeven getal.

Tel verder vanaf X

Tellen achteruit

Tel terug vanaf het gegeven getal.

Tel terug vanaf X

Getalrij aanvullen (HTD)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende honderdduizendtallen aan

Getalrij aanvullen (HTDD)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (HTDD)

Getalrij aanvullen (HTDHT)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (HTDHT)

Getalrij aanvullen (HTDHTE)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (HTDHTE)

Getalrij aanvullen (HTDHE)

Vul de ontbrekende getallen aan.

Vul ontbrekende getallen aan (HTDHE)

Ordenen klein → groot (HTD)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen klein naar groot (HTD)

Ordenen klein → groot (HTDHT)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen klein naar groot (HTDHT)

Ordenen klein → groot (HTDHE)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen klein naar groot (HTDHE)

Ordenen klein → groot (HTDHTE)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen klein naar groot (HTDHTE)

Ordenen groot → klein (HTD)

Zet de getallen van groot naar klein.

Ordenen groot naar klein (HTD)

Ordenen groot → klein (HTDHT)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen groot naar klein (HTDHT)

Ordenen groot → klein (HTDHE)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen groot naar klein (HTDHE)

Ordenen groot → klein (HTDHTE)

Zet de getallen van klein naar groot.

Ordenen groot naar klein (HTDHTE)

Ontleden (HTD, TD, D, H, T, E)

Ontleed elk getal in de juiste posities.

Ontleden in alle posities

Plaatswaarde (positie)

Welk cijfer staat op de gevraagde plaats?

Welk cijfer op welke plaats

Getallen samenstellen

Maak het juiste getal op basis van de beschrijving.

Maak getal op basis van beschrijving

Vergelijken (HTD)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk HTD-getallen

Vergelijken (HTDHT)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk HTDHT-getallen

Vergelijken (HTDHE)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk HTDHE-getallen

Vergelijken (HTDHTE)

Vul het juiste teken in: <, > of =.

Vergelijk HTDHTE-getallen

Afronden op HTD

Tussen welke honderdduizendtallen ligt het getal?

Tussen welke honderdduizendtallen

Afronden op TD

Tussen welke tienduizendtallen ligt het getal?

Tussen welke tienduizendtallen

Afronden op D

Tussen welke duizendtallen ligt het getal?

Tussen welke duizendtallen

Afronden op H

Tussen welke honderdtallen ligt het getal?

Tussen welke honderdtallen

Afronden op T

Tussen welke tientallen ligt het getal?

Tussen welke tientallen

Getallen in woorden

Schrijf het getal uit in woorden.

Schrijf getal in woorden

Getallen in cijfers

Schrijf het getal in cijfers.

Schrijf getal in cijfers

Rekentaal: meer + minder

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: helft + dubbel

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: product + quotiënt

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Rekentaal: tussen, voor, na

Lees de vraag en vul het juiste getal in.

Rekentaal begrippen

Kommagetallen

44 oefeningen

Tot 10

Optellen en aftrekken met 1 decimaal (bijv. 3,5 + 2,1)

Decimale getallen

Tot 100

Optellen en aftrekken met 1 decimaal (bijv. 35,2 + 12,3)

Decimale getallen

Tot 1000

Optellen en aftrekken met 1 decimaal (bijv. 354,2 + 123,3)

Decimale getallen

Tot 10

Optellen en aftrekken met 2 decimalen (bijv. 3,25 + 2,14)

Decimale getallen

Tot 100

Optellen en aftrekken met 2 decimalen (bijv. 35,24 + 12,13)

Decimale getallen

Tot 1000

Optellen en aftrekken met 2 decimalen (bijv. 354,25 + 123,14)

Decimale getallen

Tot 10

Optellen en aftrekken met 3 decimalen (bijv. 3,245 + 2,134)

Decimale getallen

Tot 100

Optellen en aftrekken met 3 decimalen (bijv. 35,245 + 12,134)

Decimale getallen

Tot 1000

Optellen en aftrekken met 3 decimalen (bijv. 354,245 + 123,134)

Decimale getallen

Lezen

Schrijf het kommagetal in woorden.

Lees het kommagetal

Schrijven

Schrijf het kommagetal in cijfers.

Schrijf in cijfers

Plaatswaarde benoemen

Welk cijfer staat op de gevraagde plaats?

Benoem E en t

Structuur herkennen

Hoeveel gehelen en tienden zitten er in?

Hoeveel gehelen en tienden

Splitsen

Splits het kommagetal in zijn delen.

Splits in E en t

Aanvullen tot 1

Vul aan tot 1.

Vul aan tot 1

Vergelijken

Vul het juiste teken in: <, > of =.

<, > of =

Ordenen

Zet de kommagetallen van klein naar groot.

Zet op volgorde

Getal plaatsen op getallenlijn

Welk kommagetal staat op de pijl?

Positioneer tussen 0 en 1

Getal opbouwen

Bouw het kommagetal op uit de delen.

Van plaatswaarde naar getal

Lezen

Schrijf het kommagetal in woorden.

Lees tot op honderdsten

Schrijven

Schrijf het kommagetal in cijfers.

Schrijf in cijfers

Plaatswaarde benoemen

Welk cijfer staat op de gevraagde plaats?

E, t, h

Structuur herkennen

Hoeveel gehelen, tienden en honderdsten zitten er in?

Gehelen, tienden, honderdsten

Splitsen

Splits het kommagetal volledig in zijn delen.

Splits volledig

Getal opbouwen

Bouw het kommagetal op uit de delen.

Van E, t, h naar getal

Vergelijken

Vul het juiste teken in: <, > of =.

<, > of =

Ordenen

Zet de kommagetallen van klein naar groot.

Rangschikken

Getallenlijn

Welk kommagetal staat op de pijl?

Plaatsen tussen twee waarden

Afronden

Rond af op het gevraagde tiende.

Afronden op tienden

Aanvullen tot volgend tiende

Vul aan tot het volgende tiende.

Tot het volgende tiende

Fouten zoeken

Welke splitsingen zijn fout?

Foutieve splitsing herkennen

Lezen

Schrijf het kommagetal in woorden.

Lees tot duizendsten

Schrijven

Schrijf het kommagetal in cijfers.

Schrijf in cijfers

Plaatswaarde benoemen

Welk cijfer staat op de gevraagde plaats?

E, t, h, d

Structuur herkennen

Hoeveel gehelen, tienden, honderdsten en duizendsten?

Volledige opbouw

Splitsen

Splits het kommagetal volledig in zijn delen.

Volledig splitsen

Getal opbouwen

Bouw het kommagetal op uit de delen.

Van E, t, h, d

Vergelijken

Vul het juiste teken in: <, > of =.

<, > of =

Ordenen

Zet de kommagetallen van klein naar groot.

Rangschikken

Getallenlijn

Welk kommagetal staat op de pijl?

Fijne plaatsbepaling

Afronden

Rond af op het gevraagde honderdste of tiende.

Op h of t

Aanvullen tot volgend honderdste

Vul aan tot het volgende honderdste.

Tot het volgende honderdste

Equivalenten

Welke kommagetallen zijn gelijk? Vul aan.

Zelfde waarde herkennen

Fouten zoeken

Welke splitsingen zijn fout?

Analyse van denkfouten

Procenten

4 oefeningen

Deel van geheel

Bereken een percentage van een getal

Deel van geheel

Toename berekenen

Bereken het resultaat na een procentuele toename

Toename

Afname berekenen

Bereken het resultaat na een procentuele afname

Afname

Percentage bepalen

Bepaal welk percentage het deel is van het geheel

Percentage bepalen

Breuken

27 oefeningen

Onderdelen breuk benoemen

Benoem de onderdelen van een breuk (teller, noemer, breukstreep)

Breukonderdelen

Gelijknamige breuken aanduiden

Duid aan welke breuken gelijknamig zijn

Gelijknamige breuken

Gelijkwaardige breuken aanduiden

Duid aan welke breuken gelijkwaardig zijn

Gelijkwaardige breuken

Stambreuken herkennen

Herken stambreuken (breuken met teller 1)

Stambreuken

Gelijknamig maken van breuken

Maak breuken gelijknamig door KGV te gebruiken

Gelijknamig maken

Breuken afleiden uit tekening

Leid breuken af uit balkdiagrammen

Visuele breuken

Breuken invullen op getallenlijn

Vul breuken in op een getallenlijn

Getallenlijn

Rangschikken (gelijke noemers, klein→groot)

Rangschik breuken met gelijke noemers van klein naar groot

Rangschikken

Rangschikken (gelijke noemers, groot→klein)

Rangschik breuken met gelijke noemers van groot naar klein

Rangschikken

Rangschikken (verschillende noemers, klein→groot)

Rangschik breuken met verschillende noemers van klein naar groot

Rangschikken

Rangschikken (verschillende noemers, groot→klein)

Rangschik breuken met verschillende noemers van groot naar klein

Rangschikken

Breuk nemen van getal

Bereken een breuk van een geheel getal (bijv. 1/4 van 20)

Breuk van getal

Getal vermenigvuldigen met breuk

Vermenigvuldig een getal met een breuk

Vermenigvuldigen

Vereenvoudigen breuken

Vereenvoudig breuken tot de kleinste vorm

Vereenvoudigen

Gelijkwaardige breuken zoeken

Zoek gelijkwaardige breuken voor een gegeven breuk

Gelijkwaardige breuken

Optellen gelijknamige breuken

Tel gelijknamige breuken op (bijv. 1/4 + 2/4)

Optellen

Aftrekken gelijknamige breuken

Trek gelijknamige breuken af (bijv. 3/4 - 1/4)

Aftrekken

Optellen gelijknamige breuken met gehelen

Tel gelijknamige breuken op inclusief hele getallen (bijv. 1 1/4 + 2/4)

Optellen met gehelen

Aftrekken gelijknamige breuken met gehelen

Trek gelijknamige breuken af inclusief hele getallen (bijv. 2 3/4 - 1/4)

Aftrekken met gehelen

Gemengde oefeningen gelijknamig (+ en -)

Los de sommen op.

Gemengde bewerkingen

Optellen ongelijknamige breuken

Tel ongelijknamige breuken op (bijv. 1/2 + 1/4)

Optellen

Aftrekken ongelijknamige breuken

Trek ongelijknamige breuken af (bijv. 3/4 - 1/2)

Aftrekken

Optellen ongelijknamige breuken met gehelen

Tel ongelijknamige breuken op met hele getallen (bijv. 1 1/2 + 1/4)

Optellen met gehelen

Aftrekken ongelijknamige breuken met gehelen

Trek ongelijknamige breuken af met hele getallen (bijv. 2 3/4 - 1/2)

Aftrekken met gehelen

Gemengde oefeningen ongelijknamig (+ en -)

Los de sommen op.

Gemengde bewerkingen

Gemengde oefeningen met gehelen (+ en -)

Los de sommen op.

Gemengde bewerkingen

Gemengde oefeningen met/zonder gehelen (+ en -)

Reken de breuken uit.

Gemengde bewerkingen

Cijferen

64 oefeningen

Optellen zonder brug: TE+TE

Los de sommen op.

Optellen zonder brug

Optellen zonder brug: TE+E

Los de sommen op.

Optellen zonder brug

Optellen met brug: TE+TE

Los de sommen op.

Optellen met brug

Optellen met brug: TE+E

Los de sommen op.

Optellen met brug

Aftrekken zonder brug: TE-TE

Los de sommen op.

Aftrekken zonder brug

Aftrekken zonder brug: TE-E

Los de sommen op.

Aftrekken zonder brug

Aftrekken met brug: TE-TE

Los de sommen op.

Aftrekken met brug

Aftrekken met brug: TE-E

Los de sommen op.

Aftrekken met brug

Optellen en aftrekken zonder brug door elkaar

Los de sommen op.

Gemengd zonder brug

Optellen en aftrekken met brug door elkaar

Los de sommen op.

Gemengd met brug

Optellen en aftrekken met en zonder brug door elkaar

Los de sommen op.

Alles door elkaar

Cijferend vermenigvuldigen: TExE

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen

Cijferend delen: TE:E

Los de sommen op.

Delen

Optellen zonder brug: HTE+HTE

Los de sommen op.

Optellen zonder brug

Optellen zonder brug: HTE+TE

Los de sommen op.

Optellen zonder brug

Optellen zonder brug: HTE+E

Los de sommen op.

Optellen zonder brug

Optellen met brug bij E: HTE+HTE

Los de sommen op.

Optellen met brug bij E

Optellen met brug bij E: HTE+TE

Los de sommen op.

Optellen met brug bij E

Optellen met brug bij E: HTE+E

Los de sommen op.

Optellen met brug bij E

Optellen met brug bij T: HTE+HTE

Los de sommen op.

Optellen met brug bij T

Optellen met brug bij T: HTE+TE

Los de sommen op.

Optellen met brug bij T

Optellen met brug bij T en E: HTE+HTE

Los de sommen op.

Optellen met brug bij T en E

Optellen met brug bij T en E: HTE+TE

Los de sommen op.

Optellen met brug bij T en E

Optellen zonder brug door elkaar

Los de sommen op.

Gemengd zonder brug

Optellen met brug door elkaar

Los de sommen op.

Gemengd met brug

Optellen met en zonder brug door elkaar

Los de sommen op.

Alles door elkaar

Aftrekken zonder brug: HTE-HTE

Los de sommen op.

Aftrekken zonder brug

Aftrekken zonder brug: HTE-TE

Los de sommen op.

Aftrekken zonder brug

Aftrekken zonder brug: HTE-E

Los de sommen op.

Aftrekken zonder brug

Aftrekken met brug bij E: HTE-HTE

Los de sommen op.

Aftrekken met brug bij E

Aftrekken met brug bij E: HTE-TE

Los de sommen op.

Aftrekken met brug bij E

Aftrekken met brug bij E: HTE-E

Los de sommen op.

Aftrekken met brug bij E

Aftrekken met brug bij T: HTE-HTE

Los de sommen op.

Aftrekken met brug bij T

Aftrekken met brug bij T: HTE-TE

Los de sommen op.

Aftrekken met brug bij T

Aftrekken met brug bij T en E: HTE-HTE

Los de sommen op.

Aftrekken met brug bij T en E

Aftrekken met brug bij T en E: HTE-TE

Los de sommen op.

Aftrekken met brug bij T en E

Aftrekken van een H: H-HTE

Aftrekken van een rond honderdtal min driecijferig (bijv. 900-345)

Aftrekken van honderdtal

Aftrekken van een H: H-TE

Aftrekken van een rond honderdtal min tweecijferig (bijv. 900-45)

Aftrekken van honderdtal

Aftrekken van een H: H-E

Aftrekken van een rond honderdtal min eencijferig (bijv. 900-5)

Aftrekken van honderdtal

Aftrekken zonder brug door elkaar

Los de sommen op.

Gemengd zonder brug

Aftrekken met brug door elkaar

Los de sommen op.

Gemengd met brug

Aftrekken met en zonder brug door elkaar

Los de sommen op.

Alles door elkaar

Optellen en aftrekken zonder brug door elkaar

Los de sommen op.

Gemengd zonder brug

Optellen en aftrekken met brug door elkaar

Los de sommen op.

Gemengd met brug

Optellen en aftrekken alles tot 1000 door elkaar

Los de sommen op.

Alles door elkaar

Vermenigvuldigen zonder brug: HTExE

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen zonder brug

Vermenigvuldigen met brug bij E: HTExE

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen met brug bij E

Vermenigvuldigen met brug bij T: HTExE

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen met brug bij T

Vermenigvuldigen met brug bij T en E: HTExE

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen met brug bij T en E

Vermenigvuldigen door elkaar

Los de sommen op.

Gemengd vermenigvuldigen

Delen zonder rest: HTE:E

Los de sommen op.

Delen zonder rest

Delen met samennemen: HTE:E (H kleiner dan deler)

Los de sommen op.

Delen met samennemen

Delen met rest: HTE:E

Los de sommen op.

Delen met rest

Delen door elkaar

Los de sommen op.

Gemengd delen

Vermenigvuldigen en delen door elkaar

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen en delen

Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen door elkaar

Los de sommen op.

Alle operaties

Optellen zonder brug: DHTE+DHTE

Los de sommen op.

Optellen zonder brug

Optellen zonder brug: DHTE+HTE

Los de sommen op.

Optellen zonder brug

Optellen zonder brug: DHTE+TE

Los de sommen op.

Optellen zonder brug

Optellen zonder brug: DHTE+E

Los de sommen op.

Optellen zonder brug

Aftrekken zonder brug: DHTE-DHTE

Los de sommen op.

Aftrekken zonder brug

Aftrekken zonder brug: DHTE-HTE

Los de sommen op.

Aftrekken zonder brug

Aftrekken zonder brug: DHTE-TE

Los de sommen op.

Aftrekken zonder brug

Aftrekken zonder brug: DHTE-E

Los de sommen op.

Aftrekken zonder brug

Cijferen met kommagetallen

29 oefeningen

Optellen: E,t + E,t

Los de sommen op.

Optellen

Optellen: E,th + E,th

Los de sommen op.

Optellen

Aftrekken: E,t − E,t

Los de sommen op.

Aftrekken

Aftrekken: E,th − E,th

Los de sommen op.

Aftrekken

Vermenigvuldigen: E,t × E

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen

Delen: E,t ÷ E

Los de sommen op.

Delen

Optellen: TE,t + E,t

Los de sommen op.

Optellen

Optellen: TE,t + TE,t

Los de sommen op.

Optellen

Optellen: TE,th + E,th

Los de sommen op.

Optellen

Aftrekken: TE,t − E,t

Los de sommen op.

Aftrekken

Aftrekken: TE,t − TE,t

Los de sommen op.

Aftrekken

Aftrekken: TE,th − E,th

Los de sommen op.

Aftrekken

Vermenigvuldigen: TE × E,t

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen

Vermenigvuldigen: TE,t × E

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen

Delen: TE,t ÷ E

Los de sommen op.

Delen

Optellen: HTE,t + TE,t

Los de sommen op.

Optellen

Optellen: HTE,th + TE,th

Los de sommen op.

Optellen

Aftrekken: HTE,t − TE,t

Los de sommen op.

Aftrekken

Aftrekken: HTE,th − TE,th

Los de sommen op.

Aftrekken

Vermenigvuldigen: HTE × E,t

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen

Vermenigvuldigen: HTE,t × E

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen

Delen: HTE,t ÷ E

Los de sommen op.

Delen

Optellen: DHTE,t + HTE,t

Los de sommen op.

Optellen

Optellen: DHTE,th + HTE,th

Los de sommen op.

Optellen

Aftrekken: DHTE,t − HTE,t

Los de sommen op.

Aftrekken

Aftrekken: DHTE,th − HTE,th

Los de sommen op.

Aftrekken

Vermenigvuldigen: DHTE × TE,t

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen

Vermenigvuldigen: DHTE,t × TE

Los de sommen op.

Vermenigvuldigen

Delen: DHTE,t ÷ TE

Los de sommen op.

Delen

Cirkelrekenen

58 oefeningen

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 100 zonder brug

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 100 zonder brug

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 100 zonder brug

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 100 met brug

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 100 met brug

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 100 met brug

Mix

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen mix tot 100

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 1000 zonder brug

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 1000 zonder brug

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 1000 zonder brug

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 1000 met brug bij T

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 1000 met brug bij T

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 1000 met brug bij T

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 1000 met brug bij E

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 1000 met brug bij E

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 1000 met brug bij E

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 1000 met brug bij T en E

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 1000 met brug bij T en E

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 1000 met brug bij T en E

Mix

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen mix tot 1000

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 10 000 zonder brug

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 10 000 zonder brug

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 10 000 zonder brug

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 10 000 met brug bij H

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 10 000 met brug bij H

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 10 000 met brug bij H

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 10 000 met brug bij T

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 10 000 met brug bij T

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 10 000 met brug bij T

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 10 000 met brug bij E

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 10 000 met brug bij E

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 10 000 met brug bij E

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 10 000 met brug bij H en T

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 10 000 met brug bij H en T

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 10 000 met brug bij H en T

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 10 000 met brug bij H en E

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 10 000 met brug bij H en E

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 10 000 met brug bij H en E

Mix

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen mix tot 10 000

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 100 000 zonder brug

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 100 000 zonder brug

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 100 000 zonder brug

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 100 000 met brug bij H

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 100 000 met brug bij H

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 100 000 met brug bij H

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 100 000 met brug bij T

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 100 000 met brug bij T

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 100 000 met brug bij T

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 100 000 met brug bij E

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 100 000 met brug bij E

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 100 000 met brug bij E

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 100 000 met brug bij H en T

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 100 000 met brug bij H en T

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 100 000 met brug bij H en T

Optellen

Bereken per rang de som.

Cirkelrekenen optellen tot 100 000 met brug bij H en E

Aftrekken

Bereken per rang het verschil.

Cirkelrekenen aftrekken tot 100 000 met brug bij H en E

Gemengd

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen gemengd tot 100 000 met brug bij H en E

Mix

Bereken per rang de som of het verschil.

Cirkelrekenen mix tot 100 000

Vraagstukken

6 oefeningen

Vraagstukken

Eenvoudige woordproblemen met optellen en aftrekken tot 20. Antwoordzin is voorgedrukt.

Woordproblemen

Vraagstukken

Woordproblemen met optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen tot 100. Antwoordzin is voorgedrukt.

Woordproblemen

Vraagstukken

Woordproblemen met alle bewerkingen tot 1000. Kinderen schrijven de antwoordzin zelf.

Woordproblemen

Vraagstukken

Woordproblemen met alle bewerkingen tot 10.000. Kinderen schrijven de antwoordzin zelf.

Woordproblemen

Vraagstukken

Woordproblemen met alle bewerkingen tot 100.000. Kinderen schrijven de antwoordzin zelf.

Woordproblemen

Vraagstukken

Woordproblemen met alle bewerkingen tot 1.000.000. Kinderen schrijven de antwoordzin zelf.

Woordproblemen

Klaar om te oefenen?

Maak gratis een account aan en genereer direct je eerste oefening.