Taalbeschouwing

Woordsoorten herkennen in zinnen en verhalen.

84 oefeningen14 categorieën

Werkwoorden

6 oefeningen

Werkwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het werkwoord in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Werkwoorden herkennen (1 per zin)

Omcirkel alle werkwoorden in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Werkwoorden herkennen (ja/nee)

Is het omcirkelde woord een werkwoord? Zo niet, schrijf het juiste op.

Zinnen - herkennen

Werkwoorden herkennen (ja/nee)

Is het omcirkelde woord een werkwoord? Zo niet, schrijf het juiste op.

Zinnen - herkennen

Werkwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle werkwoorden.

Verhaal

Werkwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle werkwoorden.

Verhaal

Lidwoorden

8 oefeningen

Lidwoorden herkennen (1 per zin)

10 korte zinnen. Omcirkel het lidwoord (de/het/een).

Zinnen - 1 woordsoort

Lidwoorden herkennen (1 per zin)

Omcirkel het lidwoord in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Lidwoorden herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle lidwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Lidwoorden herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle lidwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Lidwoorden invullen

Vul het juiste lidwoord (de/het/een) in de zin in.

Invullen

Lidwoorden invullen

Vul het juiste lidwoord in langere, complexere zinnen in.

Invullen

Lidwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle lidwoorden.

Verhaal

Lidwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle lidwoorden.

Verhaal

Zelfstandige naamwoorden

6 oefeningen

Zelfstandige naamwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het zelfstandig naamwoord.

Zinnen - 1 woordsoort

Zelfstandige naamwoorden herkennen (1 per zin)

Omcirkel het zelfstandig naamwoord in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Zelfstandige naamwoorden herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle zelfstandige naamwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Zelfstandige naamwoorden herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle zelfstandige naamwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Zelfstandige naamwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle zelfstandige naamwoorden.

Verhaal

Zelfstandige naamwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle zelfstandige naamwoorden.

Verhaal

Bijvoeglijke naamwoorden

6 oefeningen

Bijvoeglijke naamwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het bijvoeglijk naamwoord.

Zinnen - 1 woordsoort

Bijvoeglijke naamwoorden herkennen (1 per zin)

Omcirkel het bijvoeglijk naamwoord in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Bijvoeglijke naamwoorden herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle bijvoeglijke naamwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Bijvoeglijke naamwoorden herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle bijvoeglijke naamwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Bijvoeglijke naamwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle bijvoeglijke naamwoorden.

Verhaal

Bijvoeglijke naamwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle bijvoeglijke naamwoorden.

Verhaal

Mix woordsoorten

4 oefeningen

Alle woordsoorten herkennen - Zinnen

Omcirkel de werkwoorden (rood), lidwoorden (blauw), zelfstandige naamwoorden (groen) en bijvoeglijke naamwoorden (geel).

Zinnen - mix

Alle woordsoorten herkennen - Zinnen

Omcirkel de werkwoorden (rood), lidwoorden (blauw), zelfstandige naamwoorden (groen) en bijvoeglijke naamwoorden (geel).

Zinnen - mix

Alle woordsoorten herkennen - Verhaal

Lees het verhaal. Markeer alle woordsoorten in verschillende kleuren.

Verhaal - mix

Alle woordsoorten herkennen - Verhaal

Lees het verhaal. Markeer alle woordsoorten in verschillende kleuren.

Verhaal - mix

Stoffelijke bvn

6 oefeningen

Stoffelijke bvn herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (houten, gouden...).

Zinnen - 1 woordsoort

Stoffelijke bvn herkennen (1 per zin)

Omcirkel alle stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Stoffelijke bvn herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Stoffelijke bvn herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Stoffelijke bvn in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden.

Verhaal

Stoffelijke bvn in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden.

Verhaal

Voorzetsels

6 oefeningen

Voorzetsels herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het voorzetsel (in, op, naar...).

Zinnen - 1 woordsoort

Voorzetsels herkennen (1 per zin)

Omcirkel alle voorzetsels in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Voorzetsels herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle voorzetsels in elke zin.

Zinnen - meerdere

Voorzetsels herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle voorzetsels in elke zin.

Zinnen - meerdere

Voorzetsels in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle voorzetsels.

Verhaal

Voorzetsels in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle voorzetsels.

Verhaal

Voegwoorden

4 oefeningen

Voegwoorden herkennen

10 zinnen. Omcirkel het voegwoord (en, maar, omdat...).

Zinnen

Voegwoorden herkennen

Omcirkel alle voegwoorden in elke zin.

Zinnen

Voegwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle voegwoorden.

Verhaal

Voegwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle voegwoorden.

Verhaal

Hoofdtelwoorden

6 oefeningen

Hoofdtelwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het hoofdtelwoord (zeven, twintig...).

Zinnen - 1 woordsoort

Hoofdtelwoorden herkennen (1 per zin)

Omcirkel alle hoofdtelwoorden in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Hoofdtelwoorden herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle hoofdtelwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Hoofdtelwoorden herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle hoofdtelwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Hoofdtelwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle hoofdtelwoorden.

Verhaal

Hoofdtelwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle hoofdtelwoorden.

Verhaal

Rangtelwoorden

6 oefeningen

Rangtelwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het rangtelwoord (eerste, tweede...).

Zinnen - 1 woordsoort

Rangtelwoorden herkennen (1 per zin)

Omcirkel alle rangtelwoorden in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Rangtelwoorden herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle rangtelwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Rangtelwoorden herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle rangtelwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Rangtelwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle rangtelwoorden.

Verhaal

Rangtelwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle rangtelwoorden.

Verhaal

Telwoorden mix

4 oefeningen

Telwoorden herkennen (mix)

Omcirkel de hoofdtelwoorden en onderlijn de rangtelwoorden.

Zinnen - mix

Telwoorden herkennen (mix)

Omcirkel de hoofdtelwoorden en onderlijn de rangtelwoorden.

Zinnen - mix

Telwoorden in verhaal (mix)

Omcirkel de hoofdtelwoorden en onderlijn de rangtelwoorden.

Verhaal - mix

Telwoorden in verhaal (mix)

Omcirkel de hoofdtelwoorden en onderlijn de rangtelwoorden.

Verhaal - mix

Persoonlijke vnw

6 oefeningen

Persoonlijke vnw herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het persoonlijk voornaamwoord (ik, jij, hij...).

Zinnen - 1 woordsoort

Persoonlijke vnw herkennen (1 per zin)

Omcirkel alle persoonlijke voornaamwoorden in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Persoonlijke vnw herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle persoonlijke voornaamwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Persoonlijke vnw herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle persoonlijke voornaamwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Persoonlijke vnw in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle persoonlijke voornaamwoorden.

Verhaal

Persoonlijke vnw in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle persoonlijke voornaamwoorden.

Verhaal

Bezittelijke vnw

6 oefeningen

Bezittelijke vnw herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het bezittelijk voornaamwoord (mijn, zijn, haar...).

Zinnen - 1 woordsoort

Bezittelijke vnw herkennen (1 per zin)

Omcirkel alle bezittelijke voornaamwoorden in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Bezittelijke vnw herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle bezittelijke voornaamwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Bezittelijke vnw herkennen (meerdere per zin)

Omcirkel alle bezittelijke voornaamwoorden in elke zin.

Zinnen - meerdere

Bezittelijke vnw in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle bezittelijke voornaamwoorden.

Verhaal

Bezittelijke vnw in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle bezittelijke voornaamwoorden.

Verhaal

Onderwerp & Persoonsvorm

10 oefeningen

Onderwerp zoeken

Zoek het onderwerp in elke zin en schrijf het op.

Zinsdelen

Onderwerp zoeken

Zoek het onderwerp in elke zin en schrijf het op.

Zinsdelen

Persoonsvorm zoeken

Zoek de persoonsvorm in elke zin en schrijf het op.

Zinsdelen

Persoonsvorm zoeken

Zoek de persoonsvorm in elke zin en schrijf het op.

Zinsdelen

Onderwerp & Persoonsvorm zoeken

Zoek het onderwerp en de persoonsvorm in elke zin.

Zinsdelen

Onderwerp & Persoonsvorm zoeken

Zoek het onderwerp en de persoonsvorm in elke zin.

Zinsdelen

Onderwerp, Persoonsvorm en Enkelvoud/Meervoud

Zoek onderwerp en persoonsvorm. Duid aan: enkelvoud of meervoud.

Zinsdelen

Onderwerp, Persoonsvorm en Enkelvoud/Meervoud

Zoek onderwerp en persoonsvorm. Duid aan: enkelvoud of meervoud.

Zinsdelen

Ja/nee-vraag maken

Schrijf de ja/nee-vraag op en markeer de persoonsvorm.

Zinsdelen

Ja/nee-vraag maken

Schrijf de ja/nee-vraag op en markeer de persoonsvorm.

Zinsdelen

Klaar om te oefenen?

Maak gratis een account aan en genereer direct je eerste oefening.