Woordsoorten herkennen in zinnen en verhalen.
6 oefeningen
10 zinnen. Omcirkel het werkwoord in elke zin.
10 zinnen met complexere werkwoorden.
Is het omcirkelde woord een werkwoord? Zo niet, schrijf het juiste op.
Is het omcirkelde woord een werkwoord? Zo niet, schrijf het juiste op.
Lees het verhaal en omcirkel alle werkwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle werkwoorden.
6 oefeningen
10 korte zinnen. Omcirkel het lidwoord (de/het/een).
10 zinnen met complexere structuur. Omcirkel het lidwoord.
10 zinnen met meerdere lidwoorden. Omcirkel alle lidwoorden.
10 zinnen met meerdere lidwoorden. Omcirkel alle lidwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle lidwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle lidwoorden.
6 oefeningen
10 zinnen. Omcirkel het zelfstandig naamwoord.
10 zinnen met complexere structuur. Omcirkel het zelfstandig naamwoord.
10 zinnen met meerdere zelfstandige naamwoorden.
10 zinnen met meerdere zelfstandige naamwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle zelfstandige naamwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle zelfstandige naamwoorden.
6 oefeningen
10 zinnen. Omcirkel het bijvoeglijk naamwoord.
10 zinnen met complexere structuur. Omcirkel het bijvoeglijk naamwoord.
10 zinnen met meerdere bijvoeglijke naamwoorden.
10 zinnen met meerdere bijvoeglijke naamwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle bijvoeglijke naamwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle bijvoeglijke naamwoorden.
4 oefeningen
Werkwoorden omcirkelen, lidwoorden onderlijnen, zn dubbel onderlijnen, bvn markeren.
Werkwoorden omcirkelen, lidwoorden onderlijnen, zn dubbel onderlijnen, bvn markeren.
Lees het verhaal. Markeer alle woordsoorten in verschillende kleuren.
Lees het verhaal. Markeer alle woordsoorten in verschillende kleuren.
6 oefeningen
10 zinnen. Omcirkel het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (houten, gouden...).
10 zinnen met complexere stoffelijke bvn.
10 zinnen met meerdere stoffelijke bvn.
10 zinnen met meerdere stoffelijke bvn.
Lees het verhaal en omcirkel alle stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden.
6 oefeningen
10 zinnen. Omcirkel het voorzetsel (in, op, naar...).
10 zinnen met complexere voorzetsels.
10 zinnen met meerdere voorzetsels.
10 zinnen met meerdere voorzetsels.
Lees het verhaal en omcirkel alle voorzetsels.
Lees het verhaal en omcirkel alle voorzetsels.
4 oefeningen
10 zinnen. Omcirkel het voegwoord (en, maar, omdat...).
10 zinnen met complexere voegwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle voegwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle voegwoorden.
6 oefeningen
10 zinnen. Omcirkel het hoofdtelwoord (zeven, twintig...).
10 zinnen met complexere hoofdtelwoorden.
10 zinnen met meerdere hoofdtelwoorden.
10 zinnen met meerdere hoofdtelwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle hoofdtelwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle hoofdtelwoorden.
6 oefeningen
10 zinnen. Omcirkel het rangtelwoord (eerste, tweede...).
10 zinnen met complexere rangtelwoorden.
10 zinnen met meerdere rangtelwoorden.
10 zinnen met meerdere rangtelwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle rangtelwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle rangtelwoorden.
4 oefeningen
Hoofdtelwoorden omcirkelen, rangtelwoorden onderlijnen.
Hoofdtelwoorden omcirkelen, rangtelwoorden onderlijnen.
Hoofdtelwoorden omcirkelen, rangtelwoorden onderlijnen.
Hoofdtelwoorden omcirkelen, rangtelwoorden onderlijnen.
6 oefeningen
10 zinnen. Omcirkel het persoonlijk voornaamwoord (ik, jij, hij...).
10 zinnen met complexere persoonlijke voornaamwoorden.
10 zinnen met meerdere persoonlijke voornaamwoorden.
10 zinnen met meerdere persoonlijke voornaamwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle persoonlijke voornaamwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle persoonlijke voornaamwoorden.
6 oefeningen
10 zinnen. Omcirkel het bezittelijk voornaamwoord (mijn, zijn, haar...).
10 zinnen met complexere bezittelijke voornaamwoorden.
10 zinnen met meerdere bezittelijke voornaamwoorden.
10 zinnen met meerdere bezittelijke voornaamwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle bezittelijke voornaamwoorden.
Lees het verhaal en omcirkel alle bezittelijke voornaamwoorden.
Maak gratis een account aan en genereer direct je eerste oefening.