Terug naar overzicht

Taalbeschouwing

Woordsoorten herkennen in zinnen en verhalen.

72 oefeningen13 categorieën

Werkwoorden

6 oefeningen

Werkwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het werkwoord in elke zin.

Zinnen - 1 woordsoort

Werkwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen met complexere werkwoorden.

Zinnen - 1 woordsoort

Werkwoorden herkennen (ja/nee)

Is het omcirkelde woord een werkwoord? Zo niet, schrijf het juiste op.

Zinnen - herkennen

Werkwoorden herkennen (ja/nee)

Is het omcirkelde woord een werkwoord? Zo niet, schrijf het juiste op.

Zinnen - herkennen

Werkwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle werkwoorden.

Verhaal

Werkwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle werkwoorden.

Verhaal

Lidwoorden

6 oefeningen

Lidwoorden herkennen (1 per zin)

10 korte zinnen. Omcirkel het lidwoord (de/het/een).

Zinnen - 1 woordsoort

Lidwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen met complexere structuur. Omcirkel het lidwoord.

Zinnen - 1 woordsoort

Lidwoorden herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere lidwoorden. Omcirkel alle lidwoorden.

Zinnen - meerdere

Lidwoorden herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere lidwoorden. Omcirkel alle lidwoorden.

Zinnen - meerdere

Lidwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle lidwoorden.

Verhaal

Lidwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle lidwoorden.

Verhaal

Zelfstandige naamwoorden

6 oefeningen

Zelfstandige naamwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het zelfstandig naamwoord.

Zinnen - 1 woordsoort

Zelfstandige naamwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen met complexere structuur. Omcirkel het zelfstandig naamwoord.

Zinnen - 1 woordsoort

Zelfstandige naamwoorden herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere zelfstandige naamwoorden.

Zinnen - meerdere

Zelfstandige naamwoorden herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere zelfstandige naamwoorden.

Zinnen - meerdere

Zelfstandige naamwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle zelfstandige naamwoorden.

Verhaal

Zelfstandige naamwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle zelfstandige naamwoorden.

Verhaal

Bijvoeglijke naamwoorden

6 oefeningen

Bijvoeglijke naamwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het bijvoeglijk naamwoord.

Zinnen - 1 woordsoort

Bijvoeglijke naamwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen met complexere structuur. Omcirkel het bijvoeglijk naamwoord.

Zinnen - 1 woordsoort

Bijvoeglijke naamwoorden herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere bijvoeglijke naamwoorden.

Zinnen - meerdere

Bijvoeglijke naamwoorden herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere bijvoeglijke naamwoorden.

Zinnen - meerdere

Bijvoeglijke naamwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle bijvoeglijke naamwoorden.

Verhaal

Bijvoeglijke naamwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle bijvoeglijke naamwoorden.

Verhaal

Mix woordsoorten

4 oefeningen

Alle woordsoorten herkennen - Zinnen

Werkwoorden omcirkelen, lidwoorden onderlijnen, zn dubbel onderlijnen, bvn markeren.

Zinnen - mix

Alle woordsoorten herkennen - Zinnen

Werkwoorden omcirkelen, lidwoorden onderlijnen, zn dubbel onderlijnen, bvn markeren.

Zinnen - mix

Alle woordsoorten herkennen - Verhaal

Lees het verhaal. Markeer alle woordsoorten in verschillende kleuren.

Verhaal - mix

Alle woordsoorten herkennen - Verhaal

Lees het verhaal. Markeer alle woordsoorten in verschillende kleuren.

Verhaal - mix

Stoffelijke bvn

6 oefeningen

Stoffelijke bvn herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (houten, gouden...).

Zinnen - 1 woordsoort

Stoffelijke bvn herkennen (1 per zin)

10 zinnen met complexere stoffelijke bvn.

Zinnen - 1 woordsoort

Stoffelijke bvn herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere stoffelijke bvn.

Zinnen - meerdere

Stoffelijke bvn herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere stoffelijke bvn.

Zinnen - meerdere

Stoffelijke bvn in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden.

Verhaal

Stoffelijke bvn in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden.

Verhaal

Voorzetsels

6 oefeningen

Voorzetsels herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het voorzetsel (in, op, naar...).

Zinnen - 1 woordsoort

Voorzetsels herkennen (1 per zin)

10 zinnen met complexere voorzetsels.

Zinnen - 1 woordsoort

Voorzetsels herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere voorzetsels.

Zinnen - meerdere

Voorzetsels herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere voorzetsels.

Zinnen - meerdere

Voorzetsels in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle voorzetsels.

Verhaal

Voorzetsels in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle voorzetsels.

Verhaal

Voegwoorden

4 oefeningen

Voegwoorden herkennen

10 zinnen. Omcirkel het voegwoord (en, maar, omdat...).

Zinnen

Voegwoorden herkennen

10 zinnen met complexere voegwoorden.

Zinnen

Voegwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle voegwoorden.

Verhaal

Voegwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle voegwoorden.

Verhaal

Hoofdtelwoorden

6 oefeningen

Hoofdtelwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het hoofdtelwoord (zeven, twintig...).

Zinnen - 1 woordsoort

Hoofdtelwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen met complexere hoofdtelwoorden.

Zinnen - 1 woordsoort

Hoofdtelwoorden herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere hoofdtelwoorden.

Zinnen - meerdere

Hoofdtelwoorden herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere hoofdtelwoorden.

Zinnen - meerdere

Hoofdtelwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle hoofdtelwoorden.

Verhaal

Hoofdtelwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle hoofdtelwoorden.

Verhaal

Rangtelwoorden

6 oefeningen

Rangtelwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het rangtelwoord (eerste, tweede...).

Zinnen - 1 woordsoort

Rangtelwoorden herkennen (1 per zin)

10 zinnen met complexere rangtelwoorden.

Zinnen - 1 woordsoort

Rangtelwoorden herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere rangtelwoorden.

Zinnen - meerdere

Rangtelwoorden herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere rangtelwoorden.

Zinnen - meerdere

Rangtelwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle rangtelwoorden.

Verhaal

Rangtelwoorden in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle rangtelwoorden.

Verhaal

Telwoorden mix

4 oefeningen

Telwoorden herkennen (mix)

Hoofdtelwoorden omcirkelen, rangtelwoorden onderlijnen.

Zinnen - mix

Telwoorden herkennen (mix)

Hoofdtelwoorden omcirkelen, rangtelwoorden onderlijnen.

Zinnen - mix

Telwoorden in verhaal (mix)

Hoofdtelwoorden omcirkelen, rangtelwoorden onderlijnen.

Verhaal - mix

Telwoorden in verhaal (mix)

Hoofdtelwoorden omcirkelen, rangtelwoorden onderlijnen.

Verhaal - mix

Persoonlijke vnw

6 oefeningen

Persoonlijke vnw herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het persoonlijk voornaamwoord (ik, jij, hij...).

Zinnen - 1 woordsoort

Persoonlijke vnw herkennen (1 per zin)

10 zinnen met complexere persoonlijke voornaamwoorden.

Zinnen - 1 woordsoort

Persoonlijke vnw herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere persoonlijke voornaamwoorden.

Zinnen - meerdere

Persoonlijke vnw herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere persoonlijke voornaamwoorden.

Zinnen - meerdere

Persoonlijke vnw in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle persoonlijke voornaamwoorden.

Verhaal

Persoonlijke vnw in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle persoonlijke voornaamwoorden.

Verhaal

Bezittelijke vnw

6 oefeningen

Bezittelijke vnw herkennen (1 per zin)

10 zinnen. Omcirkel het bezittelijk voornaamwoord (mijn, zijn, haar...).

Zinnen - 1 woordsoort

Bezittelijke vnw herkennen (1 per zin)

10 zinnen met complexere bezittelijke voornaamwoorden.

Zinnen - 1 woordsoort

Bezittelijke vnw herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere bezittelijke voornaamwoorden.

Zinnen - meerdere

Bezittelijke vnw herkennen (meerdere per zin)

10 zinnen met meerdere bezittelijke voornaamwoorden.

Zinnen - meerdere

Bezittelijke vnw in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle bezittelijke voornaamwoorden.

Verhaal

Bezittelijke vnw in verhaal

Lees het verhaal en omcirkel alle bezittelijke voornaamwoorden.

Verhaal

Klaar om te oefenen?

Maak gratis een account aan en genereer direct je eerste oefening.